Nieuw rapport SHO over bestedingen 555-geld aan hulp slachtoffers Syrië

20 januari 2014

Grote zorgen om de groeiende humanitaire ramp en over de gebrekkige toegang tot groepen slachtoffers. Dat is het sombere beeld dat de Samenwerkende Hulporganisaties schetsen in de nieuwe rapportage over de nationale actie `Help slachtoffers Syrië´, die zij vandaag publiceren. Het rapport geeft gedetailleerd inzicht in de bestedingen van de hulp aan slachtoffers van het conflict met Giro555-geld. Hulporganisaties blijven zich inzetten voor het lenigen van nood in het gebied.

SHO: Grote zorgen over slachtoffers conflict Syrië

 

 

In totaal kwam afgelopen jaar ruim 5 miljoen euro binnen op Giro555 voor hulp aan slachtoffers van het Syrische conflict. Het hulpgeld is door de 10 deelnemende organisaties binnen een half jaar volledig besteed aan voedsel, medische zorg, drinkwater en sanitaire voorzieningen aan tienduizenden mensen. Meer dan de helft werd besteed aan slachtoffers in Syrië. Het overige deel ging naar hulp voor vluchtelingen in de buurlanden Irak, Jordanië en Libanon.  De SHO gebruikte 4,6% van de opbrengst om de publieksactie in Nederland te voeren, bijvoorbeeld voor affiches, vormgeving en website.

Hulporganisaties doen wat ze kunnen voor de slachtoffers, maar maken zich grote zorgen over de voortdurend groeiende ramp, die nu al bijna drie jaar duurt. “We bieden hulp naar eer en geweten, met alle middelen die we hebben”, zegt actievoorzitter Jan Bouke Wijbrandi, die grote waardering heeft voor het werk van hulpverleners in Syrië en de buurlanden. “Maar de oorlog stoppen kunnen wij niet. En dat is de enige echte vraag die mensen ons stellen: laat mij terugkeren naar een vreedzaam Syrië.”

Met geld van Giro555 deelde bijvoorbeeld het Rode Kruis ruim 10.000 voedselpakketten uit in Syrië. Stichting Vluchteling zorgde hier voor drie medische klinieken. In Jordanië kunnen bijna 1.000 kinderen veilig spelen op het speelterrein van Save the Children. In Libanon kregen 11 duizend vluchtelingen jerrycans en waterzuiveringstabletten van Oxfam Novib, gaf Unicef ruim 1400 kinderen inentingen tegen polio en konden 1.155 vluchtelingkinderen naar school via Terre des Hommes.

Grootste frustratie voor hulpverleners is - naast gebrek aan fondsen - dat zij soms slachtoffers in Syrië niet kunnen bereiken. Om hulpkonvooien met voedsel en medische zorg bij slachtoffers te krijgen is een veilige doorgang nodig van strijdende partijen. Krijgen hulpverleners die doorgang niet, dan betekent dat dat vele mensen verstoken zijn van levensreddende hulp.

Hulporganisaties benadrukken dat zij zich blijven inzetten om nood te lenigen. “Wij gaan door, met alle middelen die zij en hun partners hiervoor kunnen mobiliseren.” Giften van het publiek blijven zeer welkom op de afzonderlijk rekeningnummers.

Op dit moment zijn 9,3 miljoen mensen hulpbehoevend en een einde aan de gruwelijkheden van het uitzichtloze conflict is nog niet in zicht. Niet alleen het Syrische volk, maar ook de bevolking in de buurlanden wordt hierdoor getroffen vanwege de enorme toestroom van vluchtelingen. Export van het conflict naar andere landen in de regio zal deze ramp onvoorstelbaar kunnen verergeren. De Verenigde Naties noemden de situatie onlangs ‘angstaanjagend’.