Welkom bij UNICEF

Fijn dat je onze site bezoekt! We informeren je graag over ons werk voor kinderen wereldwijd. Om de site goed te laten werken en optimaal met je te communiceren, gebruiken we cookies. Zodat we met minder uitgaven méér kinderen kunnen helpen. Help je ons mee?

...of stel zelf je cookies in

UNICEF: landen moeten kinderen in Syrische kampen meer beschermen

22 mei 2019

BAGHOUZ - UNICEF wil dat de internationale gemeenschap kinderen helpt die vastzitten in Syrische kampen. De verantwoordelijke landen moeten deze kinderen ondersteunen om op een veilige, waardige en vrijwillige manier te kunnen terugkeren naar het land van herkomst en de maatschappij, zo vindt de kinderrechtenorganisatie. ‘Het belang van het kind staat voorop, ook bij hun repatriëring,’ zegt UNICEF-directeur Henrietta Fore. ‘Deze kinderen moeten als slachtoffers worden behandeld en niet als daders.’  

De kinderen die vastzitten in Syrische kampen leven in erbarmelijke omstandigheden waarbij hun gezondheid, veiligheid en welzijn continu worden bedreigd.

De kinderen die vastzitten in Syrische kampen leven in erbarmelijke omstandigheden waarbij hun gezondheid, veiligheid en welzijn continu worden bedreigd.

De kinderen die vastzitten in Syrische kampen leven in erbarmelijke omstandigheden waarbij hun gezondheid, veiligheid en welzijn continu worden bedreigd.

Momenteel kwijnen duizenden kinderen van buitenlandse strijders weg in kampen, detentiecentra en weeshuizen in Syrië en Irak. Ze leven in erbarmelijke omstandigheden, waarbij hun gezondheid, veiligheid en welzijn continu worden bedreigd. Hoewel de meeste kinderen met hun moeders zijn gestrand, zijn veel kinderen alleen en krijgen ze weinig ondersteuning van hun families.  

‘Dit zijn ’s werelds meest kwetsbare kinderen. Zij worden dubbel afgewezen, gestigmatiseerd door hun gemeenschappen en gemeden door hun regeringen. De internationale gemeenschap zou veel meer moeten doen om deze kinderen te beschermen. Geef hen identiteitspapieren en voorkom dat ze staatloos worden,’ aldus Fore. 

In Syrië leven bijna 29.000 kinderen van buitenlandse komaf, zo schat UNICEF in. Daarvan zijn de meeste kinderen jonger dan twaalf jaar. Ongeveer 20.000 kinderen zijn Irakees, meer dan 9.000 kinderen komen uit circa 60 landen. Daarnaast wordt aangenomen dat nog eens 1.000 kinderen van buitenlandse strijders zich in Irak bevinden.   

Tot nu toe heeft UNICEF geholpen bij de repatriëring van 270 kinderen. Deze ondersteuning bestaat uit het onderhouden van contacten met ministeries en consulaire vertegenwoordigers, het bieden van juridische bijstand, het begeleiden van kinderen naar het land van herkomst en hen te helpen te re-integreren in hun families en gemeenschappen. UNICEF werkt samen met onder meer lidstaten, internationale organisaties en de Verenigde Naties om deze kinderen bij te staan.  

UNICEF maakt zich ook zorgen over de benarde situatie van duizenden Syrische en Iraakse kinderen die onder het bewind van de Islamitische Staat in eigen land hebben geleefd. Zij zijn nog steeds in gevaar. ‘Ook voor deze kinderen moet detentie slechts een laatste redmiddel zijn waarvoor het internationaal jeugdrecht moet gelden,’ vertelt Fore. ‘De rechten van deze kinderen moeten te allen tijde worden gewaarborgd.’