UNICEF: verspreiden hulpgoederen over eilandengroep Vanuatu is complex

16 maart 2015

Vanuit opslagplaatsen van hulpgoederen in de regio stuurt UNICEF nog meer hulpgoederen naar Vanuatu. Vijf basisgezondheidspakketen, elk genoeg medische hulpmiddelen bevattend voor de verzorging van 10.000 patiënten, gaan naar het door cycloon Pam getroffen gebied. Daarnaast 31.300 zakjes ORS tegen uitdroging door diarree, tien tanks voor drinkwater, waterzuiveringstabletten, spelmateriaal voor 6.210 kinderen en de eerste schoolpakketten. Medewerkers hebben de hele nacht doorgewerkt om de levensreddende spullen klaar te maken voor verzending per vliegtuig.

Een aantal vrachtschepen met hulpgoederen zijn op 16 maart vanuit Fiji vertrokken naar Vanuatu. UNICEF, het Wereldvoedsel Programma en andere partners werken samen met het Nationale Rampenmanagement in Vanuatu voor het opzetten van logistieke knooppunten om een goede doorstroming van humanitaire hulpgoederen in het land te verzekeren.

De supercycloon heeft 132.000 bewoners getroffen. Ongeveer 54.000 kinderen hebben dringend hulp nodig. De komende twee dagen zijn cruciaal voor het leveren van hulp: dan zullen tekorten aan water, medicijnen en voedsel echt levens gaan eisen. Om de hulpgoederen bij al deze eilandbewoners te krijgen, is een behoorlijke uitdaging, aldus Mioh Nemoto van UNICEF. “De mensen wonen verspreid over een enorm gebied, op verschillende eilanden. Mobiele telefoons werken niet. Het is heel ingewikkeld om spullen van A naar B te krijgen.”

Er zijn 28 evacuatiecentra opgezet in de hoofdstad van Vanuatu, Port Villa. Veel mensen hebben geen huis meer om naar terug te gaan. “Al deze mensen dicht op elkaar, zonder de ruime beschikbaarheid van schoon water, vergroten de kans dat er besmettelijke ziekten uitbreken”, aldus Nemoto. Een ander risico is dat voedselvoorraden en landbouwgronden beschadigd zijn. “Het lijkt waarschijnlijk dat er voedseltekorten gaan ontstaan. We moeten nu al nadenken hoe we ervoor zorgen dat de meest kwetsbare groep voor tekorten, kinderen, genoeg te eten zullen krijgen.”