UNICEF helpt risicolanden in West-Afrika bij voorbereiding op ebola

26 november 2014

UNICEF verhoogt haar inzet om risicovolle West-Afrikaanse landen te helpen zich voor te bereiden op een ebola-uitbraak. De nieuwe besmettingen in Mali en het stijgende aantal zieken in Sierra Leone zijn daarvoor de aanleiding. “Door Mali blijkt maar weer dat niet één land in de regio immuun is voor ebola”, zegt Manuel Fontaine, directeur van UNICEF voor West- en Centraal-Afrika. “We kunnen niet afwachten op nieuwe ebola-gevallen. We moeten gemeenschappen nú helpen zich voor te bereiden op een eventuele uitbraak, waar dat maar gebeurt.”

Sinds enkele maanden werkt UNICEF, een van de organisaties van Giro 555, met alle landen in West- en Centraal-Afrika samen om ze zo goed mogelijk voorbereid te krijgen op een mogelijke ebola-uitbraak. De landen die het meeste risico lopen op ebola zijn: Benin, Burkina Faso, Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek, Ivoorkust, Gambia, Ghana, Guinee-Bissau, Mali, Mauritanië, Nigeria, Senegal en Togo. Deze landen werden afgelopen september in Accra geïdentificeerd, gebaseerd op verschillende criteria zoals geografische nabijheid van de getroffen landen en de meest voorkomende handel- en reisroutes.

In deze meest risicovolle landen ligt de focus op het delen van levensreddende informatie – en het uitbannen van geruchten – en het zorgen voor essentiële spullen als matrassen, zeep, desinfecterende gel, ontsmettingsmiddel, emmers, laserthermometers, handschoenen, ORS bij diarree, injectienaalden, zeilen en tenten.

In Mali is al een eerste ebolabehandelcentrum operationeel. In de grensgebieden zijn gezondheidsvoorzieningen uitgerust met water, sanitaire voorzieningen en hygiëne diensten. In de hoofdstad Bamako is het in tientallen busstations mogelijk gemaakt dat reizigers hun handen kunnen reinigen.

In Ivoorkust, grenzend aan Guinee, Liberia en Mali, is een grootschalige campagne in volle gang. Maatschappelijk werkers gaan van deur tot deur om preventiemaatregelen tegen ebola te promoten. UNICEF werkt met gemeenschappelijke en religieus leiders en organiseert informatiesessies over hygiëne in meer dan duizend scholen in de aangrenzende gebieden.

In Guinee-Bissau krijgen 10.000 maatschappelijk werkers, leraren en opinieleiders ebola-gerelateerde informatie en training. In Benin zenden vijftig lokale radiostations ebola-educatieberichten uit in alle acht hoofdtalen. Een netwerk van meer dan tweeduizend gezondheidswerkers rolt een bewustwordingscampagne uit.

Bij uitzonderlijke humanitaire rampen slaan 10 hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij werken daarbij samen met de Nederlandse omroepen en vragen heel Nederland om zich aan te sluiten. Via Giro555 voeren de samenwerkende hulporganisaties gezamenlijk actie om mensen in Nederland te vragen geld te storten voor hulp aan slachtoffers van rampen. Namens de hulporganisaties houdt Giro555 het Nederlandse publiek voortdurend op de hoogte over de ramp, de hulpverlening en de bestedingen van het Nederlandse geld. Aangesloten organisatie zijn CARE Nederland, Cordaid Mensen in Nood, ICCO & Kerk in Actie, Nederlandse Rode Kruis, Oxfam Novib, Save the Children, Stichting Vluchteling, Terre des Hommes, UNICEF Nederland en World Vision.