UNICEF Nederland opent giro 121 voor kinderen in nood

24 september 2014

Zelden waren er zoveel brandhaarden in de wereld als nu. Syrië, Zuid-Soedan, West-Afrika, Irak, de Centraal Afrikaanse Republiek; miljoenen kinderen worden op hetzelfde moment geconfronteerd met geweld, angst, honger en ziekte. UNICEF maakt zich grote zorgen om deze kinderen. Ze hebben steun en zorg nodig om te overleven, gezond op te groeien en zich te ontwikkelen. Om haar noodhulpprogramma’s in de genoemde landen te kunnen uitvoeren, heeft UNICEF nog 573 miljoen euro nodig. De hulporganisatie vraagt Nederlanders een bijdrage te leveren voor de kinderen in noodsituaties en heeft hiervoor gironummer 121 geopend.

In noodsituaties zijn kinderen altijd onschuldige slachtoffers én het meest kwetsbaar voor ziektes, ondervoeding en geweld. Hun levens staan op het spel. Als ze overleven, groeien ze op onder extreme omstandigheden, in chaos en onzekerheid. Terwijl in deze tijd van hun leven de basis wordt gelegd voor wie ze later zijn en wat ze later worden. Daarom hebben deze kinderen extra bescherming nodig, moeten ze naar school kunnen en toegang krijgen tot voedsel, water, onderdak en gezondheidszorg.

UNICEF zet zich onverminderd in voor kinderen in noodsituaties. Alleen al in augustus zonden we een recordhoeveelheid levensreddende hulpgoederen naar kinderen in nood. Onze honderden medewerkers in de noodgebieden helpen met medische zorg, voeding, schoon water, psychosociale hulp en onderwijs. Om deze hulp te kunnen blijven bieden, heeft UNICEF nog 573 miljoen euro nodig. Het gaat dan specifiek om hulp aan de kinderen die het slachtoffer zijn van de conflicten in Syrië, de Centraal Afrikaanse Republiek en Irak, van de ondervoeding in Zuid-Sudan en van ebola in West-Afrika.