Welkom bij UNICEF

Fijn dat je onze site bezoekt! We informeren je graag over ons werk voor kinderen wereldwijd. Om de site goed te laten werken en optimaal met je te communiceren, gebruiken we cookies. Zodat we met minder uitgaven méér kinderen kunnen helpen. Help je ons mee?

...of stel zelf je cookies in

Onderwijs onder Vuur: duizenden scholen, leraren en leerlingen geraakt

10 mei 2018

Aanvallen op scholen, universiteiten, studenten en onderwijspersoneel zijn de afgelopen vijf jaar wijdverspreid geraakt. Tussen 2013 tot 2017 waren er meer dan 12.700 van dergelijke aanvallen, waarbij meer dan 21.000 mensen gewond raakten, overleden of gearresteerd werden. Dat stelt de Global Coalition to Protect Education from Attack (GCPEA) in het rapport Education under Attack 2018 (Onderwijs onder Vuur), dat vandaag verschijnt. 

De afgelopen vijf jaar kregen 41 landen zeker vijf aanvallen op onderwijsinstellingen of -personen te verduren, waarvan er minstens één opzettelijk of dodelijk was. Dat is een dramatische stijging ten opzichte van de vorige editie van het rapport (2014); tussen 2009 en 2013 kregen 30 landen vijf of meer aanvallen op onderwijsinstellingen of -personen te verwerken.

“Lesgeven en leren wordt steeds gevaarlijker en daarbij komt het leven van studenten, leraren en academici vaak in gevaar”, zegt Diya Nijhowne, directeur van GCPEA. “Scholen en universiteiten horen veilige plekken te zijn, maar militairen en gewapende groepen veranderen ze in plekken van intimidatie en geweld.”

Het rapport belicht 28 landen die tussen 2013 en 2017 zeker 20 onderwijsgerelateerde aanvallen meemaakten. In negen landen kwamen zelfs meer dan 1.000 aanvallen voor op onderwijsinstellingen of aanvallen waarbij meer dan 1.000 studenten, leraren, professoren of ander onderwijspersoneel betrokken waren. Onder die negen landen zijn de Democratische Republiek Congo (DRC), Israël/Palestina, Nigeria, de Filipijnen, Zuid-Soedan, Syrië en Jemen.

Alleen al in Jemen werden meer dan 1.500 scholen en universiteiten beschadigd of verwoest door luchtaanvallen en gevechten, of gebruikt voor militaire doeleinden. In Syrië ging het om minstens 650 onderwijsgerelateerde aanvallen of meldingen van militair gebruik van scholen. In de Filipijnen hebben gewapende partijen vermoedelijk minstens 1.000 studenten en docenten lastiggevallen of geïntimideerd.

In 18 van de uitgelichte landen richtten de aanvallers zich specifiek op vrouwelijke studenten en leraren. Sommige extremistische groepen bombardeerden meisjesscholen of staken ze in brand, of ze doodden, verwondden of bedreigden vrouwen op scholen. In bijvoorbeeld Afghanistan richtte een kwart van de aanvallen zich doelbewust op meisjesscholen. Wereldwijd misbruikten of verkrachtten strijdende partijen vrouwen en meisjes in of in de buurt van scholen. Zo zouden gewapende militieleden in de Democratische Republiek Congo (DRC) in 2017 acht meisjes van een basisschool hebben ontvoerd en hen over een periode van drie maanden hebben verkracht.

In 29 landen werden tussen begin 2013 en eind 2017 scholen en universiteiten voor militaire doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld als basis of detentiecentrum. Dat vergroot het risico dat de gebouwen worden aangevallen, dat kinderen worden gerekruteerd of dat studenten en leraren slachtoffer worden van seksueel geweld. Zo werd in januari en februari 2015 een school in Oekraïne die werd gebruikt voor de opslag van wapens, enkele malen geraakt door artillerievuur.

Militairen en gewapende groepen rekruteerden kinderen op scholen in 16 van de 28 uitgelichte landen. In december 2013 bijvoorbeeld, werden 413 kinderen van scholen in Rubkona in Zuid-Soedan met geweld geronseld om te vechten.

Wereldwijd vonden in 52 landen aanvallen plaats op het hoger onderwijs. Het ging bijvoorbeeld om het onderdrukken van studentenprotesten, of fysiek geweld of bedreigingen vanwege de inhoud van de lesstof. Aanvallen op gebouwen voor hoger onderwijs kwamen voor in 20 landen, waaronder Kenia; op 2 april 2015 vermoordden gewapende mannen 142 studenten en verwondden 79 studenten op de Garissa University.

“We signaleren een aantal trends die tot de misstanden leiden”, zegt Amy Kapit, directeur Research van de GCPEA. “Het gaat om aanvallen door extremistische groepen als IS, het toegenomen aantal bombardementen om gewapende groepen te bestrijden en geweld tegen studenten tijdens protesten.” 

Tegenover het geweld staat een groeiende consensus dat scholen en universiteiten veilig moeten zijn tijdens conflicten. 74 VN-lidstaten, meer dan een derde van alle leden, hebben de Safe Schools Declaration onderschreven. Daarmee verbinden staten zich aan het nemen van concrete maatregelen om het onderwijs te beschermen. Het aantal landen dat de verklaring ondertekende is de afgelopen drie jaar verdubbeld; het nieuwe rapport van de GCPEA is ook een oproep aan andere landen om de verklaring te onderschrijven.

Bovendien is ‘kwalitatief onderwijs voor iedereen’ een van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die in 2030 bereikt moeten zijn. De Education under Attack-rapporten behoren tot de indicatoren voor het behalen van dat doel. 

“Education under Attack 2018 onderstreept het immense leed dat wordt veroorzaakt door aanvallen op onderwijsinstellingen en -personen”, zegt Nijhowne. “Door de Safe Schools Declaration te onderschrijven en uit te voeren, kunnen landen veilig onderwijs voor iedereen bevorderen.”

***** 
De Global Coalition to Protect Education from Attack (GCPEA) bestaat uit Human Rights Watch, Save the Children, de Council for At-Risk Academics (Cara), het Institute of International Education(IIE), Education Above All Foundation (EAA) en enkele VN-organisaties.
Voor het rapport putte de GCPEA uit informatie van VN-agentschappen, particuliere organisaties, overheidsinstanties, onderzoeksorganisaties, mediaberichten en experts. De studie is de vierde in een reeks. De eerdere edities van Education under Attack zijn in 2007 en 2010 gepubliceerd door UNESCO en in 2014 door GCPEA.