Nog meer vluchtelingen

28 mei 2015 - Laura Westendorp

Ze konden niets meenemen toen ze moesten vluchten. Terwijl Julia (13) naar het bos rende, zag ze mensen naast zich neergeschoten worden.

Toen ze veilig was, zag ze gelukkig haar ouders weer, en haar broer en zus. Een maand lang sliepen ze onder de bomen. Omdat er te weinig eten was zochten ze uiteindelijk de bewoonde wereld weer op. Nu woont haar moeder met haar broer en zus in een vluchtelingenkamp. Maar Julia en haar vader wonen buiten het kamp, zodat Julia naar school kan en haar vader werk kan zoeken. "Ik wil graag dokter worden", vertelt ze. "Er zijn zo veel ziektes in dit land, dat goede dokters belangrijk zijn."

'Ik wil graag dokter worden'

Julia vertelt dit in het dorpje Bor, een half uur vliegen van Juba. In de paar schoolgebouwen krijgen 800 kinderen les. Aan schoolspullen is altijd gebrek. "Er komen nog steeds kinderen bij", vertelt Tom White van UNICEF, maar hij kijkt er tevreden bij. Als faciliteiten zoals school en gezondheidszorg buiten de vluchtelingenkampen weer functioneren en mensen daar in de buurt gaan wonen, kan de situatie weer normaliseren. Maar het evenwicht is fragiel. Vooralsnog leven de verschillende etnische groepen strikt gescheiden: de ene groep gewoon weer in z'n oude huis, de andere in het vluchtelingenkamp, onder de vleugels van de VN. "Als iemand van de andere partij het dorp zou inwandelen, breken er meteen onlusten uit."

Dat wantrouwen blijkt niet ongegrond. In april nog werd het vluchtelingenkamp buiten Bor overvallen door Dinka-strijders. Voordat de VN kon ingrijpen, waren bijna vijftig mensen gedood. De aanval heeft de mensen in het kamp nog angstiger gemaakt. Als je achter het dikke prikkeldraad van een beveiligd kamp al niet meer veilig bent, waar dan wel?

'Ik help de mensen nu. Wat er volgende week gebeurt zien we dan wel weer'

Ook de hulporganisaties zijn slachtoffer geworden van de strijd. Loodsen met hulpgoederen zijn geplunderd en helemaal vernield. UNICEF schat dat er voor zeker een miljoen dollar aan spullen verloren is gegaan. We rijden even langs het overvallen UNICEF kantoor. Collega Jacob laat het kantoortje zien waar hij ooit werkte. De bureaus zijn verdwenen en er liggen overal papieren. Een hagedis schiet weg onder het half weggetrokken zeil. De loods die er ooit stond is alleen nog te herkennen aan kapotgescheurde UNICEF dozen, verder staat er niets meer overeind. Als we weer in de auto zitten, laat Jacob met een wrange grijns zijn oude ID-kaart zien. Die had hij gevonden tussen alle zooi.

Ik vraag aan mijn collega Tom of hij niet moedeloos wordt van de aanvallen van mensen die ze jarenlang hebben ondersteund. "Ik doe mijn uiterste best de mensen te helpen", zegt hij. "Ik help ze nu. Wat er volgende week gebeurt, dat zien we dan wel weer."

Lees meer blogs van Laura in Zuid-Soedan

Gerelateerd aan dit onderwerp