Vaccinaties

Vaccineren is de veiligste manier om kinderen te beschermen tegen levensbedreigende ziektes en daarmee kindersterfte tegen te gaan. Een kind dat beschermd wordt door vaccins heeft een betere weerstand tegen infectieziekten, is minder kwetsbaar in tijden van voedselonzekerheid en kan zich verder blijven ontwikkelen.

vaccinaties meisje krijgt druppels

UNICEF levert ieder jaar meer dan 2 miljard levensreddende vaccins om kinderen te beschermen tegen ernstige ziektes zoals polio en de mazelen. We zijn daarmee de grootste vaccinafnemer wereldwijd en zorgen elk jaar voor levensreddende vaccinaties voor bijna de helft van alle kinderen onder de vijf jaar. In de afgelopen 50 jaar hebben vaccinaties zo'n 154 miljoen levens gered. 

In 2025 kreeg 90 procent van de kinderen minstens één dosis van een belangrijk vaccin tegen difterie, tetanus en kinkhoest (DTP). Dat is iets beter dan een jaar eerder, maar het niveau van vóór de coronapandemie is nog niet bereikt. 

Tegelijkertijd blijven miljoenen kinderen onbeschermd. Naar schatting kregen 13,5 miljoen kinderen in 2025 geen enkele vaccinatie. Het gaat vooral om kinderen die opgroeien in kwetsbare omstandigheden, waar toegang tot gezondheidszorg beperkt is. Conflicten, armoede, verstoorde aanvoer van vaccins en desinformatie maken het voor veel gezinnen moeilijk om hun kinderen te laten vaccineren. 

Hierdoor lopen miljoenen kinderen nog altijd risico op ziekten die met een eenvoudige vaccinatie voorkomen kunnen worden. Vooral in de meest kwetsbare gemeenschappen blijft extra inzet nodig om ervoor te zorgen dat ieder kind deze levensreddende bescherming krijgt. 


We weten al heel lang dat vaccinaties cruciaal zijn voor de gezondheid van ieder kind, maar deze cijfers zijn een geweldige bevestiging van dat belang. Vaccinaties helpen kinderen en de wereld vooruit.
Suzanne Laszlo
Directeur UNICEF Nederland, over de kindersterfte die dankzij vaccinaties in 50 jaar met 42% is gedaald.

Vaccineren tijdens conflict

In conflictsituaties kunnen ziektes zich snel verspreiden, omdat bijvoorbeeld watervoorzieningen beschadigd zijn en de toegang tot gezondheidszorg beperkt is. Om te voorkomen dat infectieziekten verspreiden, zet UNICEF vaccinatiecampagnes op. Zo zetten we onder meer in Gaza diverse vaccinatiecampagnes op om polio-uitbraken tegen te gaan. 

vaccinaties medisch medewerker kinderen puin

Vaccinaties redden levens 

In de afgelopen decennia zijn er enorme resultaten geboekt op het gebied van vaccinaties. Voordat het mazelenvaccin werd geïntroduceerd in 1963, overleden naar schatting ieder jaar zo’n 2,6 miljoen mensen aan de mazelen. In 2024 waren dit er nog zo’n 95.000

  • Elk jaar redden vaccins het leven van 4,4 miljoen mensen
  • In de afgelopen 50 jaar hebben vaccinaties maar liefst 154 miljoen levens van kinderen en volwassenen gered. 
  • Daarvan zijn er 94 miljoen levens gered alleen al door het vaccin tegen mazelen. 
  • In 2025 zijn meer dan 38 miljoen kinderen in landen in noodsituaties, zoals een conflict, gevaccineerd tegen de mazelen. 

Volgens het VN-Kinderrechtenverdrag (art. 24) hebben alle kinderen recht op toegang tot gezondheidszorg, vaccinaties vallen hieronder. UNICEF ziet vaccineren als een vrijwillige keuze, maar ouders hebben het recht op goede voorlichting over de voordelen en de minimale risico’s, zodat zij een weloverwogen beslissing kunnen maken.

Wanneer we kinderen niet vaccineren, riskeren we hun leven en gezondheid – evenals hun groei en ontwikkeling. Om elk kind te kunnen vaccineren is het van vitaal belang om de eerstelijnszorg te versterken en gezondheidsmedewerkers van de middelen en steun te voorzien die ze nodig hebben. In het bijzonder in afgelegen en moeilijk te bereiken gebieden. Bovendien is het cruciaal dat ouders en gemeenschappen geloven in de waarde van vaccins. Onder meer aan al die onderdelen werkt UNICEF.

Het maakt niet uit hoe afgelegen of uitdagend de omgeving ook is, UNICEF vindt innovatieve manieren om kinderen te vaccineren.

Wat doet UNICEF?

UNICEF streeft naar een wereld waarin geen enkel kind nog sterft aan oorzaken die vermeden kunnen worden. In samenwerking met overheden en andere partners, zetten we ons ervoor in dat ieder kind gevaccineerd kan worden, met name de meest kwetsbare kinderen.

Dit doen we door gezondheidssystemen te versterken, door bijvoorbeeld gezondheidswerkers te trainen in het toedienen van vaccins. Daarnaast geven we ook voorlichting aan ouders over het belang van vaccinaties voor hun kinderen. Maar ook te zorgen dat de vaccins op een veilige manier getransporteerd en opgeslagen kunnen worden, door te investeren in koelapparatuur (koude keten). Hierdoor kunnen zelfs de meest afgelegen en moeilijk-te-bereiken gebieden worden bereikt.

Maar dat is niet het enige wat UNICEF onderneemt om ervoor te zorgen dat kinderen beschermd worden. Dit doen we concreet:

  • Onderhandelen met fabrikanten om de prijs van vaccins te verlagen;
  • Onderzoeken waarom soms het vertrouwen in vaccins afneemt. Op basis van deze bevindingen ontwikkelen we op feiten-gebaseerde voorlichtingscampagnes, waarmee we eventuele zorgen bij ouders weg kunnen nemen. We werken hierin vaak samen met religieuze leiders en andere invloedrijke gemeenschapsleiders;
  • Vaccinatiecampagnes op te zetten waarmee we in korte tijd grote groepen kinderen kunnen bereiken met vaccinaties. We zetten deze bijvoorbeeld op wanneer grote groepen kinderen als gevolg van bijvoorbeeld een ramp of conflict hun routinevaccinaties gemist hebben.

Wat doet UNICEF in Nederland?

UNICEF is in Nederland niet betrokken bij het nationale vaccinatieprogramma, zoals in andere landen. Dit omdat de overheid een goed systeem heeft waar alle kinderen in Nederland aan deel kunnen nemen, het zogenoemde Rijks Vaccinatie Programma (RVP). De meeste ouders in Nederland (tussen 92 en 99 procent) kiezen ervoor hun kind te laten vaccineren. Zij zien vooral de voordelen van vaccinaties. Sinds 2015 laat de vaccinatiegraad echter ook een dalende trend zien. Deze afname lijkt vooral te liggen in een dalend vertrouwen in vaccinaties. In 2026 was de RVP-vaccinatiegraad ongeveer 1 procent lager dan het jaar daarvoor, naar 84,5%.
De vaccinatiegraad voor de BMR-vaccinatie tegen mazelen, bof en rodehond bedroeg 87,3%.

Voor groepsimmuniteit bij mazelen is volgens de WHO een vaccinatiegraad van minimaal 95 procent nodig. 

De redenen van ouders om niet (alle) vaccinaties voor hun kinderen te halen lopen uiteen. Sommigen denken dat het onnodig is omdat de ziekte niet meer voorkomt in Nederland, of onderschatten de ernst omdat ze deze niet meer (her)kennen. Ook gaan ouders twijfelen door tegenstrijdige informatie op internet. Andere ouders zijn bang voor bijwerkingen en bij een deel spelen religieuze overwegingen een rol.

vaccinaties moeder met kind

Ook in een land als Nederland, waar er een goede gezondheidszorg is, kunnen kinderen ernstig ziek worden infectieziekten, opgenomen worden in het ziekenhuis of zelfs overlijden. Vaccinaties bieden hiertegen bescherming. Daarnaast treedt er bij een hoge vaccinatiegraad (95 procent) groepsbescherming op, waardoor kinderen die bijvoorbeeld door hun kwetsbaarheid niet gevaccineerd kunnen worden, ook beschermd zijn.

UNICEF vindt het zorgelijk dat steeds minder kinderen in Nederland volledig gevaccineerd zijn. Wanneer steeds minder kinderen deelnemen aan het vaccinatieprogramma, wordt hun gezondheid in gevaar gebracht.