Klimaatcrisis kost kinderen veel meer dan gemiste schooldagen

Als extreem weer onderwijs stillegt, groeien leerachterstand, ongelijkheid en armoede, en keren sommige kinderen nooit meer terug naar de klas. Daarvoor waarschuwt UNICEF, de VN-kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties vandaag in een nieuw rapport. In 2025 werd wereldwijd het onderwijs van meer dan 171 miljoen leerlingen verstoord door klimaatgevaren. Zij misten niet alleen lessen: scholen raakten beschadigd, lesdagen werden ingekort, de heropening van scholen werd uitgesteld en voor sommige kinderen nam het risico toe dat zij helemaal niet meer terugkeerden naar de klas.

Een school die een dag sluit vanwege hitte, een overstroming of een storm lijkt misschien een tijdelijke onderbreking. Voor miljoenen kinderen wereldwijd zijn de gevolgen van school die sluit vanwege hitte, een overstroming of een storm allesbehalve tijdelijk. Suzanne Laszlo, directeur van UNICEF Nederland: “De directe gevolgen zijn het makkelijkst te zien: een ondergelopen klaslokaal, een schoolgebouw dat als noodopvang wordt gebruikt of kinderen die vanwege extreme hitte eerder naar huis moeten. Maar daarachter schuilt een veel groter probleem. Kinderen krijgen minder tijd om te leren, lopen achterstanden op en kunnen zich moeilijker ontwikkelen. Hoge temperaturen kunnen bovendien het leren zelf bemoeilijken. Een gemiste schooldag krijg je niet vanzelf terug. Als lessen steeds opnieuw uitvallen, stapelt de achterstand zich op. Voor de meest kwetsbare kinderen kan een klimaatramp het moment worden waarop de schooldeur helemaal dichtvalt,” zegt Suzanne Laszlo, directeur van UNICEF Nederland.  

Wanneer een klimaatramp ook huizen en inkomens treft, wordt teruggaan naar school nog moeilijker. Gezinnen moeten hun huis verlaten, vervoer valt weg en kinderen zijn thuis nodig om te helpen. Ook kunnen ouders de kosten voor school soms niet meer betalen.  Vooral in armere landen hebben scholen en overheden minder mogelijkheden om gebouwen snel te herstellen, tijdelijk onderwijs te organiseren of verloren lestijd weer in te halen. Het grootste deel van de leerlingen van wie het onderwijs in 2025 werd verstoord door klimaatgevaren, woont in lage- en lagere-middeninkomstlanden. 

Voor meisjes kan een tijdelijke sluiting definitief worden 

Meisjes lopen daarbij extra risico. Laszlo: “Voor een meisje kan het verschil tussen een paar weken niet naar school en helemaal niet meer terugkeren angstaanjagend klein zijn. Na een ramp komen er thuis zorgtaken bij, moet er soms verder worden gelopen voor water en staat het gezinsinkomen onder druk." zegt Laszlo. Als meisjes eenmaal uit het onderwijs raken, kunnen economische nood en bestaande gendernormen bovendien het risico op een kindhuwelijk vergroten. Laszlo: "Dat zagen we bijvoorbeeld eerder in door de Hoorn van Afrika, waar tijdens ernstige droogte in de getroffen gebieden tegelijkertijd schooluitval van meisjes en een toename van kindhuwelijken oplopen. Onderwijs beschermen is daarom óók meisjes beschermen tegen uitval, afhankelijkheid en kindhuwelijken.” 

Lange termijn schade 

Minder onderwijs betekent op langere termijn minder vaardigheden en minder kansen op goed werk. Wanneer dat op grote schaal gebeurt, neemt de productiviteit van toekomstige beroepsbevolkingen af, wordt economische groei afgeremd en wordt het voor landen moeilijker om armoede terug te dringen. We waarschuwen voor een vicieuze cirkel: klimaatschokken verzwakken onderwijs en menselijk kapitaal, waardoor landen later juist minder middelen hebben om zich op de volgende klimaatschok voor te bereiden.   

Ook Nederland krijgt een waarschuwing  

Dat dit niet uitsluitend een probleem van verre landen is, werd in 2025 ook in Nederland zichtbaar. Tijdens de extreme hitte rond begin juli pasten scholen hun roosters aan en gingen leerlingen op sommige plaatsen eerder naar huis. Het UNICEF-rapport registreert Nederland eveneens als land waar hitte door klimaatverandering het onderwijs verstoorde.  “Wie denkt dat dit alleen ver weg gebeurt, hoeft maar terug te kijken naar de hitte van afgelopen zomer. Ook Nederlandse scholen moesten hun dag aanpassen. Wij hebben veel meer middelen om ons hiertegen te beschermen dan veel armere landen, maar ook hier hebben veel schoolgebouwen moeite met een gezond en constant binnenklimaat. Een warmer klimaat vraagt dat we nu vooruitkijken, in plaats van iedere hete zomer opnieuw te improviseren,” zegt Laszlo.  

We roepen overheden en internationale partners daarom op onderwijs veel nadrukkelijker onderdeel te maken van klimaatbeleid. Dat betekent niet alleen stevigere gebouwen die bestand zijn tegen hitte, overstromingen en stormen, maar ook vooraf weten welke scholen kwetsbaar zijn, zorgen voor water en energie, noodplannen gereed hebben, onderwijs tijdens een crisis laten doorgaan en kinderen helpen gemiste leerstof na afloop in te halen. Ook moeten leraren en leerlingen worden voorbereid op klimaatrisico’s en is meer financiering nodig om juist onderwijsstelsels in kwetsbare landen weerbaarder te maken.