Jongerenwelzijn vraagt om actie, blijkt uit HBSC 2025
29 september 2026
Leerlingen in groep 8 geven hun leven gemiddeld een 8, leerlingen in het voortgezet onderwijs een 7,3. Dat blijkt uit het HBSC-onderzoek dat op 21 september verscheen. Voor dit onderzoek vulden tussen oktober en half december 2025, 1510 leerlingen in groep 8 en 5103 leerlingen in het voortgezet onderwijs een vragenlijst in.

Het onderzoek laat zien dat de sterke verslechtering van de mentale gezondheid tussen 2017 en 2021, vooral onder meisjes, zich niet of nauwelijks heeft hersteld. Van de meisjes in het voortgezet onderwijs heeft 43 procent emotionele problemen, tegen 29 procent in 2017. Daarnaast is het percentage jongeren met een positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit sterk gedaald. UNICEF Nederland sluit zich aan bij de onderzoekers: beleid dat de gezondheid en het welzijn van jongeren verbetert, heeft prioriteit. Jongeren zelf horen daarbij aan tafel te zitten.
Het HBSC-onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children) wordt sinds 2001 elke vier jaar uitgevoerd door de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut.
School is een minder fijne plek geworden
Volgens de onderzoekers gaan de ontwikkelingen in mentale gezondheid samen met veranderingen in de sociale en schoolse context van jongeren. Van de meisjes in het voortgezet onderwijs ervaart 54 procent veel druk door schoolwerk. Het percentage leerlingen in het voortgezet onderwijs dat school leuk vindt, daalde sinds 2013 van 82 naar 64 procent. Ook zijn leerlingen in 2025 minder positief over de sfeer tussen klasgenoten en rapporteren zij vaker dat zij gepest worden dan in 2017. De onderzoekers concluderen dat leerlingen in het voortgezet onderwijs school een minder fijne plek vinden dan pakweg tien jaar geleden.
Jongeren benoemen pesten zelf ook als belangrijk probleem. UNICEF Nederland doet jaarlijks, samen met jongeren, onderzoek naar wat zij belangrijk vinden. In het UNICEF Jongerenadvies 2025 plaatste 41 procent van de jongeren pesten in hun top drie. Zij adviseren om lessen over pesten een vast onderdeel van het onderwijs te maken, en om volwassenen op school te leren pesten beter te zien.
Acceptatie van homoseksualiteit veel lager dan in 2021
Ieder kind moet zichzelf kunnen zijn en zich veilig voelen. Onder jongens in het voortgezet onderwijs is het percentage met een positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit tussen 2021 en 2025 bijna gehalveerd, van 40 naar 22 procent. Onder meisjes in het voortgezet onderwijs nam dit percentage af van 78 naar 51 procent. Het percentage jongeren dat denkt dat homoseksuele of lesbische leerlingen op hun school open kunnen zijn over hun seksuele oriëntatie, daalde van 60 naar 45 procent. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat het sociale klimaat voor deze leerlingen minder inclusief en minder veilig is geworden. Jongeren zijn de afgelopen jaren vaker in aanraking gekomen met negatieve opvattingen over seksuele diversiteit, zowel offline als online. Een schoolklimaat waarin seksuele diversiteit wordt gerespecteerd, hangt samen met minder pestgedrag onder alle leerlingen, ongeacht hun seksuele oriëntatie
De online leefomgeving
Scholieren lijken op jongere leeftijd een eigen smartphone te krijgen. Relevant hierin is ook dat er grote verschillen zijn in schoolrichtingen hierin; 60% van de jongeren in VMBO-B/K en 33% van de jongeren in VWO heeft een eigen smartphone in groep 6 of eerder. Problematisch gebruik, signalen van controleverlies zoals verwaarloosd huiswerk, is gestegen van 3.8 naar 6 procent onder middelbare scholieren. Onderzoekers in het rapport stellen dat problematisch sociale mediagebruik waarschijnlijk een rol heeft gespeeld in de ongunstige trends in de mentale gezondheid tussen 2017 en 2025. Niet de tijd online blijkt het meest bepalend, weten we ook uit ander onderzoek, maar het toenemende gebruik van verslavende platforms: bij 39 procent van de middelbare scholieren staat TikTok vrijwel de hele dag open en bij 35 procent Snapchat. In groep 8 is dit respectievelijk 14 en 9 procent. De cijfers laten zien dat veel jongeren op vroege leeftijd toegang hebben tot de online wereld met de kansen en risico’s die daarbij horen. Deze risico’s lijken het grootst voor de jongeren in de praktische opleidingen en voor meisjes, waarin voornamelijk de verslavende sociale media platforms een belangrijke rol in spelen. Een samenhangende aanpak van jongeren, ouders, scholen, platforms en overheid, gericht op gezond gebruik van smartphone en sociale media met goede voorlichting aan jongeren en hun ouders is nodig. UNICEF Nederland werkt binnen de landelijke agenda Jong en Online samen met 30 partners aan een veiliger, gezonder en leuker online leven voor kinderen en jongeren.
Verschillen tussen groepen jongeren
Jongeren met een migratieachtergrond, jongeren uit gezinnen met een lage welvaart en jongeren die niet met beide ouders in één huishouden wonen, rapporteren over het algemeen minder gunstig over hun gezondheid en welzijn. Ook tussen schoolniveaus zijn de verschillen groot. Vwo-leerlingen scoren meestal het meest gunstig. Het onderzoek geeft bovendien geen beeld van jongeren die van school zijn uitgevallen, van leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs en van jongeren op het mbo, terwijl ongeveer een derde van alle 16-jarigen op het mbo zit. Volgens de onderzoekers zijn er sterke aanwijzingen dat het met jongeren die zijn uitgevallen en jongeren in het gespecialiseerd onderwijs minder goed gaat. UNICEF Nederland vraagt, net als de onderzoekers, om in beleid beter rekening te houden met deze groepen en aan te sluiten bij hun belevingswereld.
Wat goed gaat
Er is ook goed nieuws. Bijna 90 procent van de jongeren kan makkelijk met hun moeder praten over hun zorgen. Jongens in het voortgezet onderwijs geven vaker dan in 2021 aan dat zij veel steun van hun gezin ontvangen en makkelijk met hun vader kunnen praten. Bij meisjes in groep 8 zijn er voorzichtige tekenen van herstel. Het percentage leerlingen in groep 8 dat iedere dag fruit eet, steeg van 42 naar 54 procent, het hoogste percentage sinds het eerste HBSC-onderzoek in 2001. En onder middelbare scholieren steeg het percentage dat minimaal twee keer per dag de tanden poetst van 76 naar 81 procent.
De onderzoekers noemen veranderingen in het gezondheidsbeleid op basisscholen als mogelijke verklaring voor de stijging in het eten van fruit. Het bevorderen van mentale gezondheid noemen zij een brede maatschappelijke opgave, waarin scholen, opvoeders, overheden en andere partijen ieder een belangrijke rol hebben. Het is de verantwoordelijkheid van alle mensen om te zorgen voor ieder kind. UNICEF Nederland roept daarom op om de mentale gezondheid van jongeren in samenhang aan te pakken, met jongeren zelf als gesprekspartner. Om te zorgen dat ieder kind, kind kan zijn.