Hulpverlening voor kinderen in nood onder druk door wereldwijde logistieke crisis
3 juni 2026
Bijna 100 dagen na de laatste escalatie in het Midden-Oosten staat de wereldwijde hulpverlening aan kinderen sterk onder druk. Verstoringen in belangrijke handels- en transportroutes, onzekerheid rond de Straat van Hormuz en stijgende brandstofprijzen zorgen voor hogere transportkosten en flinke vertragingen. Dit heeft directe gevolgen voor kinderen in crisisgebieden.

De effecten voor humanitaire hulpverlening worden wereldwijd steeds zichtbaarder. Schepen moeten vaker omvaren via Kaap de Goede Hoop, waardoor hulpgoederen twee tot vier weken later aankomen. Tegelijkertijd zijn de kosten voor luchtvracht fors gestegen. Het vervoeren van vaccins vanuit India naar Ethiopië, Nigeria en de Democratische Republiek Congo is inmiddels bijvoorbeeld 50 tot 70 procent duurder. Ook het transport van therapeutische voeding voor ernstig ondervoede kinderen kost op veel plekken ongeveer 30 procent meer.
De stijgende kosten dwingen ons tot harde keuzes: welke kinderen helpen we als eerste?
"De stijgende kosten dwingen ons tot harde keuzes: welke kinderen helpen we als eerste?", zegt Jean-Cédric Meeus, ons hoofd Transport & Logistiek. "Voor een kind in een crisisgebied kan vertraging van vaccins of voeding het verschil betekenen tussen leven en dood. Elke extra dollar die we aan transport moeten uitgeven, gaat direct ten koste van hulp aan kinderen."
Ook op landenniveau worden de gevolgen pijnlijk zichtbaar. In Mali staan wij voor een directe keuze tussen minder kinderen behandelen of bezuinigen op essentiële programma's zoals onderwijs en kinderbescherming. In Afghanistan leiden gesloten routes tot grote omwegen, waardoor voedingsmiddelen ongeveer twee maanden later aankomen. En dat in een land waar al grote aantallen kinderen met ondervoeding kampen.
Wij blijven ondanks de verstoringen hulp leveren. We gebruiken alternatieve routes, kopen voorraden eerder in en werken met een breder netwerk van leveranciers om leveringen zo goed mogelijk op gang te houden. Ook maakten wij samen met onder meer het Wereldvoedselprogramma afspraken met transporteurs om tijdelijke toeslagen voor humanitaire transporten te schrappen. Dat levert naar schatting 2 miljoen dollar aan besparingen op.
"Maar zulke maatregelen vangen de klap maar deels op", zegt Meeus. "Hoe langer deze logistieke crisis voortduurt, hoe groter de gevolgen zijn voor kinderen die nú vaccins, voeding en andere levensreddende hulp nodig hebben."