Vooruitgang in terugdringen kindersterfte stagneert
In het jaar 2024 stierven 4,9 miljoen kinderen voor hun vijfde verjaardag, veelal aan makkelijk te voorkomen oorzaken. Onder hen waren 2,3 miljoen baby's die overleden in hun eerste levensmaand. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die wij vandaag publiceren. Wij vrezen dat de wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking uiteindelijk leiden tot weer een stijging van kindersterfte.

Uit het rapport Levels & Trends in Child Mortality blijkt dat het aantal sterfgevallen onder jonge kinderen sinds 2000 weliswaar meer dan gehalveerd is, maar de vooruitgang nu stagneert. "En dat is ernstig omdat het merendeel van deze kinderen niet had hoeven sterven, omdat hun doodsoorzaken makkelijk voorkomen hadden kunnen worden met eenvoudige en betaalbare zorg zoals muskietennetten en vaccinaties", zegt Suzanne Laszlo, onze directeur. "Juist deze zorg, die veelal betaald wordt uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking, staat nu ernstig onder druk door wereldwijde bezuinigingen."
Bijna helft sterfgevallen bij pasgeborenen
Het rapport, dat jaarlijks uitkomt, geeft voor het eerst een compleet en gedetailleerd beeld van waar, waarom en waaraan kinderen overlijden. Bijna de helft van alle sterfgevallen onder kinderen jonger dan vijf jaar betreft pasgeborenen. De belangrijkste oorzaken zijn complicaties door vroeggeboorte (36 procent) en problemen tijdens de bevalling (21 procent). Oorzaken die deels voorkomen hadden kunnen worden door betere geboortezorg.
Na de eerste levensmaand zijn infectieziekten zoals malaria, diarree en longontsteking de voornaamste doodsoorzaken. Malaria is daarbij de belangrijkste oorzaak (17 procent), vooral in delen van Sub-Sahara Afrika.
De belangrijkste doodsoorzaak onder meisjes tussen de 15 en 19 jaar is zelfbeschadiging, terwijl onder jongens verkeersongevallen en geweld het grootste risico vormen. Daarmee verschuift het beeld van kinder- en jongerensterfte: niet alleen ziekten, maar ook mentale gezondheid en veiligheid spelen een doorslaggevende rol. Laszlo: "Deze cijfers benadrukken dat kinder- en jongerensterfte meer vraagt dan alleen medische zorg. Investeren in mentale weerbaarheid, het voorkomen van ongelukken en het tegengaan van geweld is essentieel."
Grote ongelijkheid tussen regio's
Kindersterfte is sterk ongelijk verdeeld over de wereld. In 2024 vond 80 procent van alle sterfgevallen onder jonge kinderen plaats in Sub-Sahara Afrika en Centraal- en Zuid-Azië. Kinderen in Sub-Sahara Afrika lopen veertien keer meer risico om voor hun vijfde verjaardag te overlijden dan kinderen in Europa en Noord-Amerika. Malaria is in die regio goed voor 25 procent van de sterfgevallen, wat het daar met afstand de belangrijkste doodsoorzaak maakt.
Kinderen in conflictgebieden en fragiele staten lopen het grootste risico: zij hebben bijna drie keer zoveel kans om te overlijden vóór hun vijfde verjaardag.
Bezuinigingen zetten vooruitgang onder druk
Wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en gezondheidszorg zetten essentiële programma's voor moeder- en kindzorg onder druk. "Dat is een cynische conclusie", stelt Laszlo: "Bewezen, goedkope interventies zoals vaccinaties, voeding en basiszorg zijn juist cruciaal om verdere vooruitgang te boeken. Wij roepen overheden dan ook op om te blijven investeren in ontwikkelingssamenwerking."