Praten met je kind over LHBTI+ doe je zo

Volgens het VN-kinderrechtenverdrag heeft ieder kind recht om zichzelf te zijn. Daar horen genderidentiteit en seksuele oriëntatie ook bij. Toch krijgen kinderen wereldwijd nog steeds te maken met homofobie, transfobie of andere haat vanwege hun seksuele oriëntatie of identiteit. Daarom is het belangrijk om al vanaf jonge leeftijd met kinderen in gesprek te gaan over LHBTI+ (staat voor: Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender en Intersekse, de plus staat voor andere seksuele oriëntaties of genderidentiteiten zoals non-binair of queer). Hieronder delen wij tips om dit onderwerp bespreekbaar te maken met kinderen van alle leeftijden.

Foto van kind die een regenboog tekent

Waarom het gesprek aangaan 

Praat je nooit over seksuele oriëntatie en gender, dan kan een kind denken dat het geen onderwerp is om over te praten. Dat maakt het lastiger om vragen te stellen, of om later open te zijn over wie het is.

Kinderen komen dit onderwerp toch tegen: op school, online, bij vrienden. Horen ze het eerst van jou over LHBTI+, dan voelt dat normaler dan ergens anders vandaan. En een kind dat zelf LHBTI+ is, of dat later blijkt te zijn, voelt zich door het gesprek eerder gehoord en minder alleen.


Praten met je kind over LHBTI+ doe je zo

Veel ouders vinden het moeilijk of ongemakkelijk om te praten over seksuele oriëntatie en gender met hun kinderen. Toch is het belangrijk om een veilige omgeving te creëren waarin kinderen zich vrij voelen om te delen wat hen bezighoudt. Gebruik altijd taal die past bij hun leeftijd, luister goed en geef ze de ruimte om te delen. Let op hun reacties en probeer aan te sluiten bij wat zij aankunnen.

Een jong kind denkt nog helemaal niet in 'hokjes' zoals 'jongens vallen op meisjes' of 'een gezin heeft altijd een moeder en een vader'. Hokjesdenken leren kinderen naarmate ze ouder worden, van hun ouders of andere volwassenen. Dat is heel normaal: onze hersenen hebben nou eenmaal de neiging om alles te labelen en te sorteren. Die hokjes blijven altijd een beetje bestaan, maar je kan ze wél uitbreiden voor je kind. Bijvoorbeeld op de volgende manieren:

  • Noem dingen 'voor kinderen' in plaats van 'voor jongens' of 'voor meisjes'.

  • Moedig je kind aan om met allerlei verschillende kinderen te spelen en af te spreken, ongeacht of dat een jongen of een meisje is.

  • Accepteer wat je kinderen leuk vinden en moedig ze aan om zelf te kiezen. Wil je dochter voetballen en buitenspelen? Of wil je zoon met poppen spelen? Wil je kind de ene dag een roze jurk aan en de volgende dag een tuinbroek? Prima. Geef je kind de ruimte om hun eigen persoonlijkheid te ontwikkelen en te vieren.

  • Lees af en toe voor, of lees samen, een leeftijdsgeschikt boek over diversiteit. Praat met elkaar over de onderwerpen die aan bod komen in het verhaal. Bijvoorbeeld:

    • Mijn Schaduw is roze

    • Julian is een zeemeermin

    • Het meisje met twee vaders

    • Kikker is Kikker

Hulp

Is je kind, of ben jijzelf, slachtoffer geworden van homofobie, transfobie of een andere vorm van haat? Er is hulp beschikbaar. Via Slachtofferhulp kun je melden wat er is gebeurd en hulp krijgen. Ook een bedreiging of iets dat online gebeurde is genoeg reden om je te melden.

LHBTI+ vlag in de open lucht