Hiv/aids en borstvoeding
Moeders die hiv-geïnfecteerd zijn en borstvoeding geven, lopen het risico dat zij daarmee het virus overdragen op hun kind. Maar het niet geven van borstvoeding brengt andere gevaren met zich mee.

In de Maria Rantho Clinic in Soshanguve, Zuid-Afrika, krijgen jonge moeders extra steun van vrouwen die hun situatie begrijpen. Via het Peer Mentor Mother Programme, een samenwerking tussen UNICEF en de kliniek, helpen ervaren moeders die hiervoor zijn opgeleid andere jonge vrouwen met vragen over hiv, zwangerschap, mentale gezondheid en gezinsplanning. Ze voeren ook gezondheidscontroles uit en ondersteunen verpleegkundigen. Daardoor worden wachttijden korter en krijgen jonge vrouwen sneller de zorg die zij nodig hebben. Zo maken zij een verschil voor moeders én hun kinderen.
Wat vindt UNICEF?
UNICEF ziet borstvoeding als een van de belangrijkste manieren om kinderen een gezonde start in het leven te geven. Borstvoeding levert essentiële voedingsstoffen, versterkt het immuunsysteem en beschermt baby’s tegen ziekten zoals diarree en longontsteking. UNICEF benadrukt daarom het belang van goede begeleiding en ondersteuning van moeders, zodat zij veilig borstvoeding kunnen geven.
Bij moeders met hiv benadrukt UNICEF dat ondersteuning, behandeling en goede begeleiding essentieel zijn. Het doel is om overdracht van hiv van moeder op kind te voorkomen en tegelijkertijd de gezondheid van moeder en kind te beschermen. Door tijdige hiv-testen, toegang tot antiretrovirale behandeling (ART) en goede zorg kan het risico op overdracht sterk worden verminderd. UNICEF werkt daarom aan betere toegang tot hiv-preventie, behandeling en zorg voor zwangere vrouwen, moeders en kinderen.
Wat doet UNICEF?
Met medicatie helpt UNICEF hiv-positieve zwangere vrouwen, moeders en kinderen om het risico op overdracht van het virus via borstvoeding te verkleinen. Daarnaast zorgt UNICEF voor goede voorlichting over borstvoeding en het gebruik van kunstvoeding.