Artikel 42 t/m 54

Overige afspraken

Overige afspraken

1. Alle landen moeten zorgen dat kinderen, jongeren en volwassenen weten wat er in het verdrag staat.

2. Een groep van tien mensen die veel weten over de rechten van kinderen moet de landen in de gaten houden. Deze groep wordt het Kinderrechtencomité genoemd. Iedere vijf jaar sturen de landen een verslag naar het Kinderrechtencomité, zodat dit comité kan kijken of de landen zich aan de kinderrechten houden.

3. Iedereen moet de verslagen van de landen kunnen lezen.

4. Het Kinderrechtencomité kan onderzoeken laten doen, die te maken hebben met de rechten van kinderen. Zij kunnen dat onderzoek met de regering van het land bespreken.

5. Organisaties zoals UNICEF moeten ook opletten of het goed gaat met de kinderrechten in alle landen. Daar maakt UNICEF rapporten over. UNICEF mag aanwezig zijn bij vergaderingen van het Kinderrechtencomité.

Daarnaast zijn er drie facultatieve protocollen. Dit zijn verdragsteksten die bij het Kinderrechtenverdrag horen. Landen die het Verdrag hebben ondertekend, kunnen zelf beslissen of zij de gedragsovereenkomsten ondertekenen. Het eerste protocol gaat over de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie. De tweede over de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conficten. Het derde protocol gaat over de mogelijkheid, dat minderjarigen en hun vertegenwoordigers zelf een klacht over kinderrechtenschendingen kunnen indienen bij het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties. Nederland heeft dit laatste protocol nog niet geratificeerd.