Oorlog in Syrië

Gevlucht voor het geweld met niet meer dan je kunt dragen. Niet meer naar school, niet meer buiten spelen met vriendjes. Vaders die niet meer thuis komen en moeders die er het beste van maken in een geïmproviseerde tent. Het is het leven dat miljoenen Syrische kinderen leiden.

Wat is er aan de hand?

De oorlog in Syrië duurt nu al zeven jaar. Sinds het begin van het conflict denken we bij elke balans die wordt opgemaakt dat het niet erger kan worden, dat het aantal gedode en gewonde kinderen zijn dieptepunt heeft bereikt. Maar de werkelijkheid bewijst het tegendeel: in januari en februari zijn al duizend kinderen omgekomen of gewond geraakt. En vorig jaar zijn 50 procent meer kinderen gedood dan in 2016.

In Syrië en de buurlanden zijn bijna 8,5 miljoen Syrische kinderen in nood. 170.000 kinderen leven in belegerde gebieden. 5,5 miljoen kinderen zijn op de vlucht in Syrië zelf, of zijn de grens over getrokken.

Op de vlucht

Turkije, Libanon, Jordanië, Irak en Egypte vangen meer dan 80 procent van de vluchtelingen op. In Turkije verblijven bijvoorbeeld meer dan een miljoen Syrische kinderen en in Libanon ruim een half miljoen. De enorme instroom van vluchtelingen in de afgelopen jaren legt een enorme druk op de basisvoorzieningen in deze landen. In Jordanië leeft bijvoorbeeld 85 procent van de Syrische vluchtelingengezinnen die buiten de officiële kampen wonen, onder de armoedegrens. Hulp is en blijft hard nodig.

    Oost-Ghouta is één van de belegerde gebieden in Syrië. Er wonen bijna 400.000 mensen die een groot tekort hebben aan voedsel en medicijnen. Bijna 12 procent van de kinderen is ernstig ondervoed, het hoogste aantal ooit gemeten sinds het begin van de oorlog in Syrië. UNICEF probeert samen met andere hulporganisaties de inwoners van Oost-Ghouta met noodhulpkonvooien te bereiken. Doordat de strijd onafgebroken doorgaat, is dat zeer moeilijk en gevaarlijk.

    Terug naar school

    Veel ouders zijn bang om hun kinderen naar school te sturen. Er loeren vele gevaren op de weg naar school en zelfs in de klas zijn kinderen niet altijd veilig. Zo zijn er sinds het begin van het conflict meer dan vierduizend scholen aangevallen. Een op de drie schoolgebouwen is buiten gebruik omdat ze zijn vernietigd, beschadigd of worden gebruikt door strijdende partijen of ontheemde gezinnen. Inmiddels gaan bijna twee miljoen kinderen in Syrië en één miljoen kinderen in de regio niet meer naar school. Zij missen vaak vele jaren onderwijs. 

    Ahmad, Syrië

    “Ik wilde later dokter worden, maar misschien word ik nu wel niets omdat onze school is gebombardeerd”

    Ahmad, Syrië

    Kinderen die niet naar school gaan lopen het risico te moeten werken, of te worden gerekruteerd door gewapende groepen. Meisjes worden jong uitgehuwelijkt, omdat ouders hopen dat hun dochter veilig is bij hun (vaak oudere) man.

    Veel kinderen hebben verschrikkelijke dingen gezien en meegemaakt. Ze hebben dringend behoefte aan psychosociale zorg om hun trauma’s te verwerken. Onderwijs geeft hoop en toekomstperspectief voor kinderen, hun familie en Syrië zelf. Uiteindelijk zijn het de kinderen die het land weer moeten opbouwen.

    Toch is er ook hoop. Afgelopen jaar gingen er weer meer kinderen in Syrië naar school dan in het jaar ervoor. In totaal nam het aantal kinderen dat niet naar school gaat af van 2,12 miljoen tot 1,75 miljoen.

    Het conflict in Syrië in cijfers

    Na zeven jaar oorlog

    • 70 procent van de Syrische bevolking leeft in extreme armoede, waardoor kinderen van soms nog geen drie jaar oud moeten werken of bedelen.
    • Driekwart van alle bommen en explosieven die zijn gebruikt in het conflict kwamen terecht in dichtbevolkte gebieden.
    • 1,5 miljoen Syrische mensen zijn gehandicapt geraakt (bij 86.000 mensen moesten ledematen worden geamputeerd).
    • 3,3 miljoen kinderen in Syrië zijn blootgesteld aan mijnen en andere explosieven.
    • Oorlogsgeweld is de grootste doodsoorzaak onder adolescenten in Syrië.

    Alleen al afgelopen jaar

    • 175 scholen en ziekenhuizen werden aangevallen.
    • 105 keer werd het leveren van humanitaire hulp aan getroffen families geblokeerd.
    • 910 kinderen gedood en raakten 361 kinderen gewond. Dit zijn alleen de geverifieerde aantallen, het werkelijke aantal slachtoffers zal vele malen hoger zijn. 
    • 961 kinderen werden gerekruteerd als kindsoldaat (een kwart van hen is onder de 15).

    In 2017 hebben we onder andere het volgende bereikt:

    2
    miljoen

    kinderen en volwassenen hebben voorlichting gekregen over het gevaar van onontplofte mijnen in Syrië

    180+
    duizend

    mensen hebben toegang tot schoon water in Jordanië

    600+
    duizend

    Syrische kinderen kunnen naar school in Turkije

    218
    duizend

    meisjes en vrouwen kregen voorlichting over seksueel geweld in Libanon

    Rama wandelt met haar looprek door Oost-Aleppo

    Elke stap telt voor Rama uit Aleppo

    Rama heeft haar hele leven niets anders gekend dan oorlog. De afgelopen zeven jaar heeft ze al vijf keer moeten vluchten van plek naar plek. Toen Rama vijf jaar was werd ze, terwijl ze met vriendjes aan het spelen was, geraakt door een bom. Deze ontploffing leidde ertoe dat Rama ernstige beschadiging aan haar ruggenwervel opliep en niet meer kon lopen.

    Van de ene op de andere dag veranderde Rama in een teruggetrokken meisje: ze was bang en wilde met niemand meer praten. Ze voelde zich afgezonderd van haar vrienden en familie. Rama’s moeder gaf echter niet op en deed er alles aan om haar dochter blij te maken Rama vertelt glimlachend hoe haar moeder haar optilde zodat ze mee kon doen met de spelletjes die de andere kinderen speelden.

    Vorig jaar was Rama’s familie een van de 6.000 families die van UNICEF kinderbijslag kreeg om de extra kosten van kinderen met een handicap te betalen. Hierdoor kon Rama de nodige fysiotherapie krijgen en kreeg ze weer gevoel in haar rug en benen.  

    Maar sinds het begin van 2018 worstelt UNICEF met een tekort aan geld en krijgt Rama’s familie nog maar af en toe deze belangrijke kinderbijslag. Dit betekent voor Rama dat ze de ene maand wel fysiotherapie en medicijnen kan krijgen en de andere maand niet. Dit staat een snel herstel in de weg, terwijl ze juist de goede kant op ging: ze kan nu al zelf rechtop zitten en met behulp van een rekje ook kleine stukjes lopen.

    Gelukkig heeft Rama er zelf het volle vertrouwen in: 'ooit ga ik naar het park met mijn familie, en ga ik een renwedstrijdje doen tegen alle kinderen en dan win ik!'

    Gerelateerd aan dit onderwerp

    Help Syrische kinderen de oorlog door

    geef nu