Uitleg over situatie Centraal Afrikaanse Republiek in relatie tot Zembla uitzending

7 februari 2018

UNICEF kon niet alle slachtoffers van seksueel geweld in de Centraal Afrikaanse Republiek uit 2014 en 2015 meteen met hulp bereiken. Dat laat de documentaire van Zembla zien. We vinden het afschuwelijk wat destijds is voorgevallen in de Centraal Afrikaanse Republiek. Kinderen zouden nooit het slachtoffer mogen worden van misbruik, geweld en uitbuiting. Het is verschrikkelijk dat dit gebeurde en dat hulpverlening tekortschoot.

Na het uitkomen van eerste berichten over slachtoffers van seksueel misbruik die nog geen hulp hadden gekregen (in 2015), heeft UNICEF zich nog intensiever ingezet om alle slachtoffers van deze seksuele uitbuiting zorg en hulp te bieden: medische zorg, psychosociale ondersteuning en hulp met voedsel en onderwijs. Maar het was moeilijk om alle slachtoffers voldoende te bereiken, blijkt ook uit de documentaire. Gelukkig hebben we ook de kinderen die in de documentaire naar voren kwamen hulp kunnen bieden. Als in de Centraal Afrikaanse Republiek nog andere slachtoffers bij ons worden gemeld helpen we hen eveneens.

Daarnaast is onze signalering van seksueel misbruik nog verder aangescherpt. We hebben nog adequatere procedures voor het melden van misbruik en een beter slachtofferhulpprogramma. In een conflictsituatie zoals in de Centraal Afrikaanse Republiek zijn kinderen het meest kwetsbaar. Het land is in een lange burgeroorlog verwikkeld, er is schrijnende armoede, veel geweld en nauwelijks basisvoorzieningen. UNICEF werkt in moeilijke omstandigheden keihard om alle kinderen in dit land een betere toekomst te geven. Als een van de grootste organisaties die hier hulp geeft, hebben we een grote verantwoordelijkheid. We moeten continu waken om ons werk zo goed mogelijk te doen.