Overheid, dwing bedrijven actie te ondernemen tegen kinderarbeid

19 december 2017

Vandaag is het erop of eronder voor de Wet Zorgplicht Kinderarbeid. De Tweede Kamer staat erachter, nu is het aan de Eerste Kamer om voor te stemmen. Mark Wijne, expert kinderrechten en bedrijven bij UNICEF Nederland, legt uit waarom die wet nodig is.

Moni (14) en Aduri (7) uit Dhaka, Bangladesh, zijn onderweg naar school. Naast de zorg voor haar zusje, is Moni ook verantwoordelijk voor het koken, de was en de schoonmaak van het huis. Haar moeder en oudere zus werken dagelijks zo'n negen tot vijftien uur in een stoffenfabriek. Vader is riksja-rijder.

Moni (14) en Aduri (7) uit Dhaka, Bangladesh, zijn onderweg naar school. Naast de zorg voor haar zusje, is Moni ook verantwoordelijk voor het koken, de was en de schoonmaak van het huis. Haar moeder en oudere zus werken dagelijks zo'n negen tot vijftien uur in een stoffenfabriek. Vader is riksja-rijder.

Wat hebben Heineken, G-Star Raw, Tony’s Chocolonely, Oxfam Novib en UNICEF gemeen? Alle vijf, en met hen nog veel meer bedrijven en maatschappelijke organisaties, pleiten voor het aannemen van de Wet Zorgplicht Kinderarbeid op 19 december door de Eerste Kamer. Nog steeds gaan ruim 150 miljoen kinderen wereldwijd niet naar school maar werken zij in fabrieken en werkplaatsen. En omdat ze moeten werken kunnen ze niet naar school, of maken ze hun schoolopleiding niet af. Kinderarbeid dus.

Kinderarbeid voor kleding en mobiele telefoons

Ook in Nederland zijn er nog altijd bedrijven die producten verkopen waarbij kinderarbeid niet uitgebannen is. Zo blijkt dat tienermeisjes in spinnerijen in India stoffen maken voor kleding die bedrijven zoals H&M en Primark in Nederland verkopen. Voor de productie van mobiele telefoons en tablets van onder meer Apple en Samsung wordt coltan en goud gedolven met behulp van kinderarbeid in verschillende Afrikaanse landen, zoals Congo en Oeganda.

Moni (14) uit Banghladesh met andere tieners in een Safe Space van UNICEF in Dhaka. Daar kunnen ze weer even kind zijn en tegelijkertijd zich verder ontwikkelen.

Moni (14) uit Banghladesh met andere tieners in een Safe Space van UNICEF in Dhaka. Daar kunnen ze weer even kind zijn en tegelijkertijd zich verder ontwikkelen.

Bedrijven vragen wettelijke aanpak kinderarbeid

In februari 2017 nam de Tweede Kamer met ruime meerderheid de initiatiefwet Zorgplicht Kinderarbeid aan. De initatiefwet werd al gesteund door onder meer Verkade, Arte, Auping, Plus Supermarkten, Rabobank, ASN Bank en Aegon in een open brief eerder deze maand. Inmiddels steunt ook ABN Amro deze initiatiefwet. Kinderarbeid moet volgens deze bedrijven wettelijk worden aangepakt. Dit moet collectief geregeld worden. Anders zal er altijd een concurrerend bedrijf zijn dat wel gebruikmaakt van kinderarbeid om een lagere prijs te kunnen bieden.

De extra inspanning die Nederlandse bedrijven volgens het huidige wetsvoorstel vanaf 2020 moeten doen, zal bijdragen aan het uitbannen van kinderarbeid vóór 2025. Dat is, samen met het uitbannen van dwangarbeid, een van de wereldwijd afgesproken duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Van bedrijven wordt al lang door de overheid verwacht dat zij de OESO Richtlijnen voor verantwoord ondernemen hanteren, waar ook het uitbannen van kinderarbeidproductieketens onder valt. Toch bestaat kinderarbeid nog steeds. Met alleen vrijwilligheid gaat kinderarbeid dan ook niet goed bestreden worden. Deze wet kan hier wel voor zorgen. 

Senatoren CDA en D66 twijfelen

Toch is allerminst zeker dat deze wet op 19 december wordt aangenomen. Meerdere senatoren, met name van CDA en D66, twijfelen. Politieke tegenstanders menen dat de wet het midden- en kleinbedrijf te zwaar zou belasten. Toch legt de wet alleen vast wat de overheid nu ook al dringend aan bedrijven vraagt: de verklaring dat een bedrijf zich inspant om na te gaan of kinderarbeid in de productieketen voorkomt en daar actie tegen onderneemt. Omdat de wet op z’n vroegst in 2020 van kracht wordt, hebben bedrijven voldoende tijd om zich hierop voor te bereiden.

Mark Wijne, expert kinderrechten en bedrijven bij UNICEF Nederland

“ Bedrijven zijn nu te vaak geneigd om kinderarbeid te ontkennen of te verbergen”

Mark Wijne, expert kinderrechten en bedrijven bij UNICEF Nederland

Beweging pas bij eigen bedrijfsrisico

De afgelopen twintig jaar maken duidelijk dat de meeste bedrijven die te maken hebben met kinderarbeid, alleen in beweging komen als dat voor henzelf een bedrijfsrisico oplevert. Niet omdat het uitbannen van kinderarbeid hoog op hun agenda staat. Ook in de ketens van Nederlandse bedrijven komt kinderarbeid voor - zoals bij kleding, schoenen, leerproducten, hazelnoten, koffie, thee, natuursteen en goud. Bedrijven zijn nu te vaak geneigd om kinderarbeid te ontkennen of verbergen, of zo snel mogelijk de relatie met de leverancier te verbreken in plaats van mee te werken aan het vinden van oplossingen.

Is er door bedrijven, vaak samen met maatschappelijke organisaties en vakbonden, dan geen vooruitgang geboekt in de afgelopen twintig jaar? Zeker wel, maar dat is vooral het geval bij de productie van voor consumenten zichtbare producten zoals kleding, en dan vooral bij de kledingproductie zelf. Er is nog geen of nauwelijks vooruitgang verderop in de keten, zoals in spinnerijen, ververijen en de katoenproductie.

De wet kan maatschappelijke actie bevorderen

De veelgehoorde bewering dat de Wet Zorgplicht Kinderarbeid convenanten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in de weg zal zitten, is onterecht. Een flink aantal maatschappelijke organisaties doet mee aan convenanten, maar zien dat veel bedrijven dat niet doen. Veel sectoren waarin kinderarbeid voorkomt, lijken er helemaal niet aan te willen. Deze wet verplicht bedrijven hun invloed op leveranciers of eigen producenten aan te wenden om kinderarbeid uit te bannen.

Ook zou deze wet het eigen initiatief in de weg staan. Wij denken dat de wet maatschappelijke actie en creativiteit kan bevorderen.  In het Verenigd Koninkrijk leidt de Modern Slavery Act juist tot grote maatschappelijke dynamiek en ook Europese wetgeving hierover is in aantocht. En laten we de Nederlandse consumenten niet vergeten. Zij moeten er straks zeker van kunnen zijn dat producten in Nederland niet door kinderhanden gemaakt zijn. Dat geeft de consument meer vertrouwen dan de onduidelijke situatie op dit moment.

Dit opiniestuk is geschreven namens Fairfood, Max Havelaar, Oxfam Novib, SOMO, Stop Kinderarbeid Coalitie en UNICEF Nederland en geplaatst in NRC Handelsblad op 18 december 2017.

Gerelateerd aan dit onderwerp