Europa mag gevluchte kinderen niet langer in de kou laten staan

1 februari 2017

De afgelopen weken bleek opnieuw hoe schrijnend de situatie van veel gevluchte kinderen in Zuidoost Europa is. Nog steeds bivakkeren kinderen in schamele opvangcentra en tenten. De winter maakt hun situatie extra ernstig. Het maakt duidelijk hoe weinig Europa is opgeschoten in het beschermen van deze kinderen.

UNICEF roept landen in Europa op om deze kinderen niet langer in de kou te laten zitten. Er is veel meer nodig om hen de opvang te bieden waar ze recht op hebben, om hen weer kind te laten zijn.

Een aantal oorzaken achter deze crisis op een rijtje:

Het sluiten van de grenzen

Een aantal landen in Europa heeft de grenzen gesloten om de hoge instroom vluchtelingen, waaronder veel gezinnen en alleenreizende kinderen, tegen te houden. Daardoor kwamen duizenden mensen en kinderen vast te zitten op de Balkan. In maart 2016 sloot de EU met Turkije een overeenkomst om de migratiestroom naar Europa te kunnen indammen.

Eind 2016 schatte UNICEF dat ongeveer 23.000 gevluchte kinderen zijn gestrand in Griekenland en op de Balkan. Onder hen pasgeborenen en baby’s. De meeste kinderen komen uit Syrië, Irak en Afghanistan. Landen waar oorlog en geweld aan de orde van de dag is. Velen verblijven in opvangcentra die niet ingesteld zijn op de barre wintercondities, laat staan de specifieke behoeften van kinderen.

Kinderen wachten achter een hek bij een vluchtelingenkamp in Griekenland.

Kinderen wachten achter een hek bij een vluchtelingenkamp in Griekenland.

De politiek reageert te langzaam

Hoewel Europese landen in de jaren negentig met veel grotere aantallen vluchtelingen te maken hebben gehad, lijkt de angst voor grote stromen vluchtelingen de politiek nu te verlammen. Maar migranten en vluchtelingen blijven hoe dan ook komen. Velen zijn gedwongen huis en haard te verlaten, op de vlucht voor geweld en extreme armoede. Italië en Griekenland blijven om hulp vragen. De politieke en publieke wil in Europa om tot een oplossing te komen die gevluchte kinderen recht doet, schiet zichtbaar tekort.

Ondanks toezeggingen van de EU-lidstaten, komt de zo noodzakelijke herverdeling van gevluchte mensen vanuit Griekenland en Italië naar andere Europese landen langzaam op gang. Dit geldt ook voor het officieel uitnodigen van vluchtelingen. Tot 31 december 2016 zijn 2.413 kinderen uit Griekenland overgebracht naar andere EU-landen in het kader van het Emergency Relocation Program van de Europese Unie. 287 kinderen zijn naar Nederland gebracht. Daartussen zitten 18 alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Vijf dossiers waren eind december nog in behandeling.

Alleen bepaalde groepen mensen komen in aanmerking voor het relocatie programma. Dit zijn op dit moment vluchtelingen uit Syrië, Irak en Eritrea. Het gemiddelde slagingspercentage in een asielprocedure in de EU-landen moet 75% zijn. Veel alleenreizende kinderen in Griekenland komen uit Afghanistan; een land dat gebukt gaat onder het geweld. Zij komen niet in aanmerking voor relocatie.

De gezinsherenigingsprocedures zijn door verschillende landen aangescherpt en zijn traag; te langzaam voor kinderen, vrouwen en mannen die met hun familie in andere delen van Europa herenigd moeten en kunnen worden.

Een Syrische jongen in het Tabanovce vluchtelingen- en migrantencentrum in Macedonië. 

Een Syrische jongen in het Tabanovce vluchtelingen- en migrantencentrum in Macedonië. 

Te weinig capaciteit, moeizame samenwerking en te veel bureaucratie

Een ongekend aantal kinderen is de laatste twee jaar naar Europa gekomen. Meer dan 700.000 kinderen hebben vanaf januari 2015 asiel aangevraagd. De EU en de lidstaten hebben nog niet voldoende maatregelen getroffen om deze kinderen op de juiste manier op te vangen en te beschermen. Dit is het meest schrijnend in landen waar kinderen voor het eerst Europa binnenkomen: Griekenland, Italië. Kinderen zijn niet direct geregistreerd, niet gehoord en sommige kinderen zijn zelfs gevangen gezet. Er zijn nog steeds kinderen die opgevangen worden in ongeschikte en onveilige centra. Er zijn niet genoeg mensen die kinderen en jongeren op de juiste manier kunnen begeleiden. Scholen kunnen de toestroom niet aan. Landen zijn niet ingericht om deze specifieke groep kwetsbare kinderen adequaat op te vangen.

In heel Europa zijn processen bureaucratisch en niet flexibel. Gebrek aan politieke wil leidt tot onvoldoende middelen om de situatie van gevluchte kinderen te verbeteren.

Maar uiteindelijk rechtvaardigt bovenstaande niet dat kinderen in de kou zitten.

Natuurlijk kost het tijd om wetgeving en beleid zo aan te passen dat kinderen op de vlucht de bescherming krijgen waarop ze recht hebben. In Brussel zijn de gesprekken daarover gaande, maar die verlopen moeizaam. Ondertussen wachten duizenden kinderen in de kou.

Een Syrisch meisje draagt een doos met voedsel en andere benodigdheden in het Tabanovce vluchtelingen- en migrantencentrum, Macedonië. 

Een Syrisch meisje draagt een doos met voedsel en andere benodigdheden in het Tabanovce vluchtelingen- en migrantencentrum, Macedonië. 

Vier maatregelen om kinderen te helpen

  1. Europese lidstaten moeten meer energie steken in het versnellen van de gezinsherenigingprocedures.
  2. Europese lidstaten moeten echt werk gaan maken van de herverdeling van vluchtelingen over Europa met prioriteit voor gezinnen en alleenreizende kinderen.
  3. De criteria voor vluchtelingen om in aanmerking te komen voor herverdeling moeten versoepeld worden; men moet niet alleen naar paspoort en nationaliteit kijken maar juist naar kwetsbaarheid.
  4. En vooral: er moet geïnvesteerd worden in kinderen in plaats van in het dichthouden van de grenzen.

Download de infographic met informatie over de aantallen vluchtelingen- en migrantenkinderen die vanuit Griekenland naar elders in de EU verplaatst zijn.