Winter bedreigt miljoenen Syrische kinderen, wij voeren actie

16 december 2016

Winterkou bedreigt de gezondheid van meer dan 8 miljoen kinderen in Syrië en in de omliggende landen. Tenten of half afgebouwde huizen bieden te weinig bescherming tegen regen en sneeuw. Wij voeren daarom actie. Deze winter willen we 2,5 miljoen zeer kwetsbare kinderen helpen warm te blijven. 

In en rond Syrië is het nu erg koud; 's nachts ligt de temperatuur rond of onder het vriespunt en die kan nog verder dalen. De vluchtelingen die deze dagen het belegerde deel van Aleppo verlaten, zijn afhankelijk van noodhulp. Daarom delen we (onder meer) winterpakketten en dekens uit aan gezinnen en kinderen. "Het is vreselijk wat de kinderen van Aleppo op dit moment doormaken", zegt Suzanne Laszlo, directeur van UNICEF Nederland. "Het minste wat we voor hen kunnen doen is nu zorgen voor levensreddende hulp." 

Kleding en dekens

Deze winter willen we in Syrië alleen al aan 740.000 kinderen winterkleding en dekens geven. Nog eens 100.000 kinderen en hun ouders krijgen een bankkaart om zelf winterspullen aan te schaffen. Via noodhulpkonvooien kunnen we samen met andere organisaties ook burgers in andere belegerde en moeilijk bereikbare gebieden bereiken. Ook Syrische kinderen die naar Libanon, Irak, Turkije of Jordanië zijn gevlucht, krijgen van ons hulp. In Libanon helpen we ook de armere Libanese kinderen en Palestijnse vluchtelingenkinderen.

'De nood is zeer hoog'

"In Syrië is de nood zeer hoog, maar ook de situatie in de landen in de regio die al zo veel vluchtelingen opvangen, is schrijnend", zegt Laszlo. In Libanon bijvoorbeeld, wonen 550.000 kinderen in de schoolgaande leeftijd. Veel van hen leven in zelfgebouwde tenten of in bouwvallige huizen. "Ouders en kinderen slapen op de grond op dunne matrassen, dichtbij elkaar om warm te blijven. De winterspullen die ze dankzij onze steun krijgen zijn onmisbaar."

“Bijna zes jaar na het begin van de oorlog zijn veel gezinnen door hun reserves heen. De dekens en warme kleding die UNICEF geeft zijn hard nodig!”

Suzanne Laszlo, directeur UNICEF Nederland

Ahmed (10) is met zijn broertjes en zusjes vanuit Oost-Aleppo naar Jibreen gevlucht, een industrieterrein aan de rand van de stad. In Jibreen staat een pakhuis waar duizenden mensen worden opgevangen. Ahmed was verzwakt door de kou. Hij heeft van ons een doos met warme kleren en een deken gekregen. Ook krijgt hij psychosociale hulp, zodat hij de afschuwelijke dingen die hij heeft meegemaakt beter kan verwerken. En daar blijft het niet bij. Ahmed krijgt - net als miljoenen andere Syrische kinderen in Aleppo, de rest van Syrië en in de omringende landen - van ons en onze partners ook eten, schoon water, onderwijs, medische zorg en bescherming.

Gerelateerd aan dit onderwerp