De nachtmerrie ‘Aleppo’

2 december 2016

Ongeveer 30.000 mensen - waarvan naar schatting meer dan de helft kinderen - zijn van het belegerde Oost-Aleppo naar West-Aleppo gevlucht. Medewerkers van UNICEF helpen hen daar in het Jibreen-opvangcentrum.

Kinderen zijn hun leven niet zeker in Syrië. Sinds het begin van het conflict zijn tienduizenden kinderen gedood. Veel jongens en meisjes hebben een broer of zus, vriend of vriendinnetje verloren. Plekken die veilig horen te zijn, zoals ziekenhuizen en scholen, worden gebombardeerd. Miljoenen kinderen hebben hun huis moeten ontvluchten. 

Hanaa Singer, UNICEF Syrië

“Syrische kinderen hebben één grote wens: terug naar huis”

Hanaa Singer, UNICEF Syrië

Twee jongens in West-Aleppo stoken met alles wat ze kunnen vinden een vuurtje om zichzelf warm te houden. De temperaturen dalen snel en daarom schaalt UNICEF de hulpverlening flink op. Ze deelt samen met andere VN-organisaties winterkleding en dekens uit, naast andere noodhulpgoederen.

Twee jongens in West-Aleppo stoken met alles wat ze kunnen vinden een vuurtje om zichzelf warm te houden. De temperaturen dalen snel en daarom schaalt UNICEF de hulpverlening flink op. Ze deelt samen met andere VN-organisaties winterkleding en dekens uit, naast andere noodhulpgoederen.

Nooit meer naar school

Even verderop woont een vader die eeuwig spijt heeft dat hij zijn twee dochtertjes van acht en tien naar school liet gaan. De meisjes liepen op een ochtend naar school, met hun rugzakjes op hun rug. Alleen hun levenloze lichamen kwamen die middag terug, nadat een bom hun klaslokaal trof. Sinds het begin van dit jaar zijn 84 scholen in Syrië aangevallen, waarbij minstens 69 kinderen werden gedood. In het hele land kan één op de drie scholen niet meer worden gebruikt, waardoor 1,7 miljoen kinderen geen onderwijs volgen.

Ziekenhuizen onderbezet

We kennen allemaal de beelden van bommen en mortieren die de stad Aleppo langzaam wegvagen. Huizen, watervoorzieningen, scholen en ziekenhuizen worden getroffen. Aleppo's gezondheidssysteem staat op instorten. Alle ziekenhuizen in Oost-Aleppo zijn meerdere keren geraakt door bommen, de meeste functioneren niet meer.

"Dokters die in de zwaar onderbezette ziekenhuizen werken, vertelden aan UNICEF dat kinderen met weinig kans op overleven vaak niet meer behandeld worden. Er zijn simpelweg te weinig dokters en medicijnen", zegt Geert Cappelaere, regionaal directeur van UNICEF in het Midden-Oosten. Cappelaere heeft de VN-Veiligheidsraad ingelicht over de dagelijkse realiteit van de zes miljoen kinderen die hulp nodig hebben in Syrië. "Neem de vijfjarige Amir. Hij speelde buiten met zijn zusje toen een bom hun huis vernietigde. Amir liep ernstige brandwonden op, waarvoor hij twee pijnlijke operaties moest ondergaan. Toch is Amir een van de kinderen die nog geluk hebben gehad. Hoe hard dat ook mag klinken."

Dik ingepakt proberen deze drie meisjes warm te blijven in de opvangplaats in Jibreen.

Dik ingepakt proberen deze drie meisjes warm te blijven in de opvangplaats in Jibreen.

“Ik ben verdrietig omdat ik mijn schooltas heb achtergelaten toen we moesten vluchten”

8-jarig meisje, Aleppo

Wat doet UNICEF?

  • In het Jibreen-opvangcentrum in West-Aleppo krijgen ontheemden medische zorg.
  • Deze week zijn er twee watertanks geïnstalleerd in het opvangcentrum. UNICEF heeft ook de sanitaire voorzieningen verbeterd en zo'n 12.500 hygiënekits aan gezinnen uitgedeeld.
  • UNICEF zorgt voor brandstof waarmee waterpompen in Aleppo kunnen blijven werken en 1,2 miljoen mensen toegang hebben tot schoon water. Ook brengt UNICEF elke dag 5 miljoen liter schoon water naar ontheemden.
  • Een gezondheids- en voedingsteam staat klaar om kinderen eerste hulp te geven.
  • Kinderen die tijdens het beleg hun inentingen hebben gemist, worden alsnog gevaccineerd.
  • UNICEF heeft voorraden levensmiddelen klaar staan voor 180.000 inwoners van Aleppo die verspreid worden zodra de (veiligheids)omstandigheden dit toelaten.

“Kijk mama, écht brood!”

7-jarig meisje in Aleppo

Gerelateerd aan dit onderwerp