Schooldeuren niet open voor alle kinderen

20 augustus 2016

Het nieuwe schooljaar begint. Toch staan de schooldeuren volgende week niet voor alle kinderen open. Kinderen die vluchtten uit landen als Syrië of Eritrea moeten vaak lang wachten voordat ze naar school mogen. Ze zijn ongewild 'thuiszitter', ver van huis.

Op papier lijkt het goed georganiseerd. Veel asielzoekerscentra hebben een eigen school waar nieuwkomers kunnen wennen en Nederlands leren. Als een gezin - soms meermalen per jaar - moet verhuizen omwille van de asielprocedure of omdat de opvanglocatie sluit, kunnen de kinderen op de volgende plek naar de azc-school.Voor de ontwikkeling van kinderen is deze regeling minder positief. Tijdens de allereerste opvang is het azc-schooltje prima, maar het is essentieel dat de kinderen zo snel mogelijk doorstromen naar regulier onderwijs op hun eigen niveau. In de taalklas is de voertaal onderling vaak Arabisch en dat vertraagt de Nederlandse taalontwikkeling. Het onderwijsniveau is er lager, omdat er steeds weer nieuwe leerlingen bijkomen. 

'Dat komt door de kern van het probleem: het gezeul met de kinderen'

Belangrijker nog is dat speciaal voor hen ingericht onderwijs de wens van deze kinderen om erbij te horen en een zo normaal mogelijk leven te leiden, negeert. Ze willen graag naar een gewone school, in plaats van een 'kampschool', geven ze aan. Onderzoek wijst ook uit dat contacten met kinderen uit de lokale gastgemeenschap hun ontwikkeling en welbevinden positief beïnvloedt. Elke schooldag buiten het asielcentrum helpt kinderen om de zware zorgen die het leven op zo'n centrum beheersen even te vergeten.

De meeste van de ruim 6.000 kinderen van 4 tot 18 jaar die momenteel in de asielopvang leven, blijven te lang op de speciale scholen hangen. Dat komt door de kern van het probleem: het gezeul met de kinderen. Voor ze de overstap naar een gewone buurtschool kunnen maken, moeten ze vaak alwéér verhuizen.

'Goed onderwijs is essentieel'

Nog maar net gewend aan de ene plek krijgen de kinderen een nieuwe school, een andere leraar, onbekende lesmethoden, vreemde klasgenoten. Soms zelfs tien keer in een paar jaar tijd. Niet altijd verlopen deze wisselingen soepel: dikwijls duurt het een tijd voor een kind op een nieuwe plek naar school kan. Dus maar weer naar de azc-school, ook als het kind die al lang is ontgroeid.

Laat me duidelijk zijn: aan de leraren ligt het niet. Zij doen er alles aan om de wisselende stroom kinderen te begeleiden en hen de mogelijkheden te bieden waar ze recht op hebben. Deze kinderen hebben een ongelooflijke veerkracht, dat zien we telkens weer. Maar het gaat om kwetsbare kinderen die, na wat ze hebben meegemaakt hun weg in onze samenleving moeten vinden en de taal willen leren. Goed onderwijs is essentieel. Daar hebben ze ook recht op, zo staat in het, ook door Nederland ondertekende, Verdrag voor de Rechten van het Kind. Recht op een ongestoorde leerweg en stabiele schoolperiode waarin je je als kind maximaal kunt ontwikkelen.

'We kampen nu niet met hoge instroom zoals vorig jaar, dus er is geen reden voor uitstel'

Daarbij hoort ook vrij toegankelijk internet, dat in de asielcentra ontbreekt, hoewel de meeste asielzoekers er jaren verblijven. Het lijkt een futiliteit, maar deze kinderen kunnen niet, zoals hun Nederlandse leeftijdsgenoten, informatie vergaren voor werkstukken of contact onderhouden met vriendjes en familie. Terwijl contact met relevante personen uit hun land van herkomst en met de eerder gemaakte vrienden op vorige asielzoekerscentra zo belangrijk voor hen is. 

Overheid, organiseer het voor eens en altijd goed. We kampen nu niet met hoge instroom zoals vorig jaar, dus er is geen reden voor uitstel. Deze kinderen willen graag met hun leven beginnen. Met opvang op één plek, meteen naar school en zodra ze de taal beheersen naar de school van hun keuze zodat leraren hen gedurende hun hele schoolloopbaan kunnen begeleiden. En de beschikking over een computer met internet, zodat ze het huidige onderwijs kunnen volgen. Zo krijgen ook deze kinderen een goede start. 

Dit artikel is zaterdag gepubliceerd in het Algemeen Dagblad.

Mr. Karin Kloosterboer is kinderrechtendeskundige bij UNICEF Nederland en voorzitter van de Werkgroep Kind in azc.

 

 

Amjad (12): 'Ik wil sneller Nederlands leren'

Ook kinderen die in azc's wonen gaan na de zomervakantie weer naar school. Dat geldt bijvoorbeeld voor Amjad uit Syrië, die vindt dat hij op zijn huidige school niet snel genoeg Nederlands leert. En huiswerk maken is ook lastig, zonder computer en internet.

Amjad 1

"Vorige week hebben we een wedstrijd gehouden op het azc. Wie vangt de meeste kikkers. Iemand had tien kikkers gevangen en dacht dat hij gewonnen had, maar ik had er wel 25," vertelt Amjad Gimmo trots. Nu het zomervakantie is heeft deze twaalfjarige Syrische jongen alle tijd voor kwajongensstreken. Toch heeft hij ook wel zin om na de vakantie weer naar school te gaan. "Ik heb het meeste zin in biologie, want ik wil alles weten over dieren en de natuur," vertelt hij.

Spannend en moeilijk

Amjad, bioloog in spe, gaat naar het Nt2 Mundium College in Roermond. Deze school heeft aparte klassen voor nieuwkomers, officieel de Eerste Opvang Anderstaligen genaamd. "Toen ik in Nederland aankwam ging ik een week later al naar school," vertelt Amjad. "Mijn eerste schooldag was best wel spannend en moeilijk. Ik ging er samen met de andere kinderen van het azc naartoe en we waren allemaal zenuwachtig. Maar toen ik er eenmaal was viel het allemaal hartstikke mee."

Inmiddels is het acht maanden later. Amjad gaat na de zomervakantie opnieuw naar de aparte klas. "Ik zou graag naar het Connect College gaan - een middelbare school in Echt -, omdat daar Nederlandse kinderen zijn en ik daar veel sneller Nederlands leer. Ik zou dan alle vakken in het Nederlands volgen en dus veel van de taal opvangen." In de toekomst wil Amjad graag VMBO-tl doen. "Mijn broer Saleh gaat daar naartoe. Je merkt dat hij op een gewone school zit, want zijn Nederlands is echt goed."

Geen computer en internet

Onderwijs volgen op het Connect College zit er op korte termijn voor Amjad niet in. Alhoewel hij en zijn familie inmiddels een verblijfsvergunning hebben, zijn ze nog in afwachting van een eigen woning. Daarom wonen ze nog op het azc. Hij vertelt dat het voor vluchtelingenkinderen belangrijk is dat ze snel een huis toegewezen krijgen, omdat het in het azc voor hen moeilijk is hun huiswerk goed te doen. "Studeren is lastig omdat er in het azc bijvoorbeeld geen toegang is tot internet en de meeste kinderen geen computer hebben. Mijn broer doet daarom al zijn huiswerk met pen en papier. Zijn klasgenoten vragen hem waarom hij geen computer of internet heeft thuis, maar zo is het nu eenmaal."

Tot Amjad naar een gewone school gaat, verbetert hij zijn Nederlands in hoog tempo door te voetballen met Nederlandse jongens. "Mijn club heet VV Slekker Boys. Ik vind het erg leuk dat ik mee mag voetballen, ik maak er Nederlandse vrienden waardoor mijn Nederlands snel verbetert."

Gerelateerd aan dit onderwerp