Kinderopvang bij de kledingfabriek in Bangladesh

23 mei 2016

Mark Wijne van UNICEF merkt in Bangladesh hoe belangrijk de kledingsector is voor dat land waar een groot deel van onze kleding vandaan komt. Het begint al op het vliegveld bij Dhaka: ik word meteen aangesproken door mannen die informeren naar mijn bezoek. Of ik in Dhaka ben 'for doing bussiness'.

Ze stellen zich voor als agenten van kledingmerken of textielfabrieken in de Bengaalse hoofdstad. Het is geen vreemde vraag in een land dat na China de grootste kledingproducent ter wereld is en de ambitie heeft om het marktaandeel te verdubbelen de komende tien jaar. Ook veel kleding die in onze Nederlandse winkels hangt, komt uit Bangladesh. De overgrote meerderheid van de werknemers die kleding voor ons in elkaar zetten, is vrouw. Vaak is het hele gezin afhankelijk van dit inkomen. Kinderen zijn vaak de dupe van lange werktijden en te lage lonen van hun moeder. Of ze werken zelf, niet in de fabriek, maar verder in de keten, zoals katoenplukken, stoffen verven of naaigaren weven. Om dit probleem aan te pakken en in te spelen op de enorme verwachte groei van deze industrie, werkt UNICEF voor het eerst samen met fabrikanten in Bangladesh.

Internationale kledingmerken

Deze samenwerking wordt in Bangladesh afgetrapt met een formele bijeenkomst waar veel grote internationale kledingmerken bij aanwezig zijn. We rekenen op zo'n 100 mensen, maar het dubbele aantal is aanwezig bij de lancering van het verbeterplan. Veel kledingmerken, maar ook de Bengaalse overheid hecht belang aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Het verbeterplan bestaat uit trainingen aan zowel managers als arbeiders bij tientallen fabrieken. Het gaat over zorg, rechten van vrouwelijke werknemers rondom zwangerschap, water, gescheiden toiletten, voeding en gezondheid op de werkplek. Maar ook kinderopvang, leefbaar loon en familievriendelijke werktijden worden aangekaart. In praktijk betekent dat vrouwelijke werknemers bijvoorbeeld geen zwaar werk meer mogen doen als ze zwanger zijn en er een ruimte moet zijn waar ze hun baby kunnen voeden of kunnen kolven. De trainingen worden kosteloos aan de fabrikant aangeboden en uitgevoerd door lokale partners van UNICEF.

Kinderopvang

Maar alleen trainingen zijn niet voldoende: fabrikanten tekenen ook voor het ondernemen van actie. Het gaat om de meest urgente zaken zoals het opstarten van een goede kinderopvang nabij de fabriek waar ouders hun kinderen met een gerust hart kunnen achterlaten. Want dat is het allerbelangrijkste, zo blijkt uit de reacties van fabrikanten: 'De meeste werknemers doen dit werk in de eerste plaats voor hun kinderen'. Veel vrouwen staan in de vroege ochtend op om te reizen naar hun werk en moeten noodgedwongen hun kinderen thuis achterlaten bij een ouder familielid. Of de kinderen werken zelf. Als een kind mee kan met de moeder naar de fabriek waar opvang is, zou dat een enorme verbetering zijn in het belang van het kind. UNICEF en haar lokale partners helpt bij het uitvoeren van deze plannen. De belangrijkste stap is gezet: de fabrikanten die nu al meedoen aan het verbeterplan hebben een voorbeeldfunctie voor de vele textielfabrieken. Ik heb goede hoop dat meer fabrikanten ons verbeterplan willen oppakken. Want de kledingsector staat vooral bekend om schrijnende misstanden, terwijl het juist enorme potentie heeft om veel families uit de armoede te halen.

 

Moni Kledingsector Bangladesh 340 Pix

Umah Kledingfabriek Bangladesh 340 Pix

Gerelateerd aan dit onderwerp