Zijn de Millenniumdoelen een succes?

17 december 2015

Wij vinden van wel. De Millenniumdoelen hebben namelijk bijgedragen aan het centraal stellen of, in sommige gevallen, zichtbaar maken van de noden van miljoenen kinderen.

In 2000 hebben 189 lidstaten van de Verenigde Naties acht doelen vastgesteld die een einde moesten maken aan extreme armoede, ongelijkheid, ziekte en honger in de wereld.  

Het grootste succes van de Millenniumdoelen zit in de wereldwijde samenwerking en inzet voor het behalen van de doelen. En hoewel veel van de doelen niet helemaal zijn gehaald, zijn er toch grote resultaten bereikt. Achter elk succespercentage of -cijfer, schuilt (direct of indirect) een kind dat een betere toekomst heeft gekregen.

Een voorbeeld is het Millenniumdoel voor onderwijs. Onderwijs voor alle kinderen is (nog) niet gelukt, maar het aantal kinderen dat niet naar school gaat (omdat ze nooit onderwijs hebben gevolgd of voortijdig van school zijn gegaan) is gedaald van 106 miljoen in 1999 naar 45 miljoen in 2012.

Waren de doelen te ambitieus of te vrijblijvend?

Aan de Millenniumdoelen heeft het niet gelegen, de wereld was niet ambitieus genoeg. Bij het vaststellen van de brede en vrij algemene doelen is destijds ingezet op het meten van de voortgang met brede, vrij algemene nationale gemiddelden. Daardoor werd de algemene situatie in een land duidelijk, maar niet de situatie van kinderen die niet werden bereikt. Het ging bijvoorbeeld om kinderen in groepen die niet opgenomen zijn in de nationale dataregistratiesystemen (zoals bepaalde minderheden), of noden waar de algemene meetsystemen geen cijfers over hadden (omdat de systemen bijvoorbeeld alleen algemene cijfers opnemen, en geen specifieke).

Het is nu tijd voor de volgende stap: door juist de meest kwetsbare kinderen (zoals minderheidsgroepen, kinderen van het platteland en kinderen van arme ouders) toegang te geven tot voorzieningen en programma's, kunnen we de vicieuze cirkel doorbreken waar generatie op generatie mee te maken krijgt en die ervoor zorgt dat gemeenschappen en soms zelfs hele samenlevingen niet vooruit komen op de maatschappelijke ladder. Als we erin slagen die groepen te helpen, kunnen we de doelen écht halen.

Wat moet er anders op weg naar 2030?

Er zijn al verschillende belangrijke veranderingen ingezet bij het bereiken van de nieuwe werelddoelen, maar er zijn ook nog zaken die beter kunnen. Die worden aangepakt in zeventien Sustainable Development Goals (SDG's), die in 2030 moeten zijn gehaald. Het gaat om:

Data
Een grote vooruitgang ten opzichte van de Millenniumdoelen is dat we anno nu beschikken over veel betere en meer specifieke dataregistratie- en monitoringssystemen. Specifieke data zijn heel belangrijk voor het behalen van de SDG's, omdat we alleen daarmee de meest kwetsbare kinderen in het vizier krijgen. Met de juiste informatie zien we in welke mate zij geen toegang hebben tot bepaalde voorzieningen die vaak nodig zijn om de doelen te behalen. Ook kunnen we hiermee voorspellen wat de trends voor de komende jaren zijn, zodat we daarop kunnen inspelen. Een voorbeeld hiervan is de huidige trend dat steeds meer mensen naar de steden trekken, waardoor daar bepaalde problemen ontstaan. Als we van tevoren kunnen zien dat deze ontwikkeling gaande is, kunnen we hier adequaat op reageren. Er moet nog meer worden geïnvesteerd in goede en specifieke dataregistratie en -monitoringssystemen, zodat we in elk land dat zich heeft verbonden aan de nieuwe werelddoelen kunnen zien wat de situatie is van de héle bevolking, inclusief de meest kwetsbaren.

Aangepaste programma's
Waar de Millenniumdoelen vrij algemeen waren, zijn de SDG's veel meer gedetailleerd. Dat betekent dat we ook programma's en methodes veel specifieker moeten maken, want alleen dan kunnen we de meest kwetsbare kinderen bereiken.
Een programma om zoveel mogelijk kinderen naar school te krijgen, werkt bijvoorbeeld alleen als we ook de kinderen bereiken die nu geen onderwijs volgen omdat ze in afgelegen gebieden wonen.

Innovatie
De armste en meest gemarginaliseerde kinderen (voor wie deze nieuwe werelddoelen het belangrijkst zijn) wonen vaak in moeilijk bereikbare gebieden. Met nieuwe technologieën kunnen we hen toch bereiken. Denk bijvoorbeeld aan mobiele technologie voor gezondheidszorg en onderwijs.

Oog voor kinderen in conflictsituaties
Zo'n 230 miljoen kinderen leven op dit moment in landen en gebieden die te maken hebben met ernstige conflicten. Kinderen in conflictsituaties lopen extra risico om geen onderwijs te krijgen (doel 4), in armoede en met honger op te groeien (doel 1 en 2), of te maken te krijgen met geweld (doel 16). Dit groeiende aantal (vaak langdurige) conflicten is een bedreiging voor het behalen van de nieuwe werelddoelen.
 
Klimaatverandering
Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor kinderen. Geschat wordt dat in het volgende decennium zo'n 175 miljoen kinderen op de een of andere manier te maken krijgen met rampen die zijn gerelateerd aan klimaatverandering (denk aan aardbevingen of overstromingen). Tussen 1990 en 2000 was dit aantal nog 'maar' 66,5 miljoen.
Als landen de nieuwe werelddoelen willen halen, moeten ze investeren in onder meer systemen, kennis en infrastructuren om zichzelf tegen dit soort rampen te beschermen.

Wat doet UNICEF?

De SDG's moeten ongelijkheid verminderen door op te komen voor de meest kwetsbaren. Kinderen zijn hierbij essentieel. Zij zijn de 'makers and the markers' van een duurzame samenleving. Kinderen groeien op in de wereld van nu en zijn volwassen in de wereld die over vijftien jaar duurzaam en eerlijk moet zijn. Duurzame ontwikkeling begint met kinderen die gezond, geschoold en veilig zijn. Tegelijkertijd hebben ze een duurzame en veilige leefomgeving nodig, nu en in de toekomst.

UNICEF vindt dan ook dat kinderen centraal moeten staan in de SDG's. Hun gezondheid, veiligheid en ontwikkeling zijn direct verbonden met het welzijn en de ontwikkeling van hele samenlevingen. Zij zijn het die in staat zijn om de cirkel van armoede te doorbreken.

Met een veranderende wereld waarbij grenzen vervagen en machten verschuiven, ziet ook deze nieuwe wereldagenda er anders uit. De doelstellingen zijn universeel; álle landen - ook Nederland - hebben de opdracht om de komende vijftien jaar te werken aan het behalen van de SDG's. De opdracht om de zeventien doelen te halen geldt niet alleen voor overheden. Allerlei partijen moeten daarvoor met elkaar samenwerken. UNICEF doet dit met:

  • jongeren, om ervoor te zorgen dat hun stem wordt gehoord bij de ontwikkeling en implementatie van de doelen; 
  • bedrijven, omdat wij geloven dat hun wereldwijde activiteiten en invloed kunnen bijdragen aan het behalen van de SDG's;
  • overheden, omdat de universele doelen gelden voor álle landen, ook voor Nederland;
  • andere organisaties, omdat we geloven dat de doelen alleen behaald kunnen worden als we er met z'n allen aan werken.
  • Daarnaast werken we ook met onze vaste programma's aan het behalen van de doelen. De doelstelling van de agenda van de SDG's (een betere wereld) komt nagenoeg overeen met die van UNICEF (een betere wereld voor kinderen). De SDG's geven ons werk dan ook een extra steun in de rug. Immers: het naleven van de SDG's betekent ook automatisch een naleving van veel van de doelen waar UNICEF voor staat.

Burkinafaso

Safiatou Sanogo woont in Burkina Faso. Zij heeft als eerste van haar familie de basisschool afgemaakt.