Wanneer soldaatje spelen geen spel meer is

1 september 2015

Afgelopen week kregen 163 kindsoldaten hun vrijheid terug in de Centraal Afrikaanse Republiek. Verwacht wordt dat dit jaar en volgend jaar alle kinderen door de rebellengroepen worden vrijgelaten.

Bevrijdingsdag 

De Centraal Afrikaanse Republiek is al vele jaren het toneel van een strijd tussen rebellengroepen.  In 2012 verdreven de islamitische Seleka rebellen de president en grepen de macht. Seleka plunderde dorpen, verkrachtte en moordde. Om zichzelf te beschermen richtten dorpen een eigen, christelijke rebellengroep op: de Anti-Balaka, wat anti-machete betekent. Al gauw bleek dat deze groep zich even schuldig maakte aan het schenden van mensenrechten als hun rivalen. Beide rebellengroepen zetten bovendien kinderen in. Niet alleen als soldaat, maar ook als spion of (seks)slaaf.

Op 5 mei 2015, terwijl heel Nederland bevrijdingsdag viert, krijgen zes- tot tienduizend kindsoldaten in the Centraal Afrikaanse Republiek hun vrijheid terug. In theorie althans. Er wordt deze dag namelijk een akkoord gesloten met de rebellengroepen: alle kinderen in hun rangen zullen in de loop van dit jaar en begin volgend jaar worden vrijgelaten. Een belangrijke mijlpaal is bereikt. Toch zijn we er nog lang niet. Juist nu is het belangrijk om erop toe te zien dat deze kinderen ook daadwerkelijk vrij worden gelaten, dat ze de juiste zorg krijgen en, wanneer mogelijk, veilig terug kunnen keren naar hun families.

De lange weg terug

Maar het is een lange weg terug. De vrijgelaten kinderen zullen nog lang achtervolgd worden door de verschrikkelijke dingen die ze hebben gezien en gedaan. Voormalig kindsoldaat en UNICEF ambassadeur Ishmael Beah weet er alles van: "Het was makkelijker om kindsoldaat te worden dan terug te keren naar de maatschappij", stelt hij. Want deze maatschappij wantrouwt de vrijgelaten kinderen. Hun daden boezemen hun families en vrienden angst in. Waartoe zijn ze in staat? En wat als ze nog banden hebben met de rebellengroepen? Angst en afschuw overheersen. Jongens worden gezien als gevaarlijk en meisjes, die vaak seksueel misbruikt zijn, als onrein.

Eén van de belangrijkste taken van UNICEF is dan ook het bemiddelen tussen kinderen en hun gemeenschappen, zodat de kinderen weer een thuis hebben om naar terug te keren. Daarnaast zorgt UNICEF voor een volledig re-integratie traject voor de vrijgekomen kindsoldaten. Er wordt gezorgd dat jonge kinderen weer naar de basisschool kunnen. Kinderen die te oud zijn voor de basisschool krijgen een alternatief onderwijsprogramma of beroepscursus aangeboden. Zo leren ze toch nog basis taal- en rekenvaardigheden, of kunnen ze aan de slag als bijvoorbeeld timmerman of kok.

Niet alleen de kindsoldaten krijgen psychosociale steun en onderwijs. Ook de kinderen die in dezelfde gemeenschappen wonen krijgen hulp. Ook zij zijn kwetsbaar, slachtoffer van het jarenlang geweld. Wanneer dit niet zou gebeuren zou het lijken of de voormalig kindsoldaten 'beloond' zouden worden met onderwijs en zorg, terwijl de andere kinderen daar geen toegang tot zouden hebben.

Vergeten land, vergeten kinderen

De Centraal Afrikaanse Republiek is een zogenaamde donor-orphan; een vergeten land dat niet interessant is voor investeerders. Een groot deel van de oorlogsmisdaden spelen zich af buiten het zicht van de camera's. (Inter)nationale media besteden maar mondjes maat aandacht aan de rechten van volwassenen en kinderen. Dit maakt het moeilijk om fondsen te vinden voor de opvang en re-integratie van de voormalig kindsoldaten. "Wanneer kinderen geen goede zorg krijgen, of geen mogelijkheden hebben, bestaat de kans dat ze terugkeren naar de gewapende groepen", vertelt Ryoko Ogawa, kinderrechtenspecialist bij UNICEF CAR. "Dit willen we koste wat het kost voorkomen."

Want het mag toch niet zo zijn dat de kinderen in de Centraal Afrikaanse Republiek, vergeten kinderen zijn?

Car 222

Car 44

"Op de  dag van de vrijlating daalden we diep het bos in, om zo dicht mogelijk bij de basis van de rebellengroep te komen. Het plan was om de kinderen vanaf daar te begeleiden, heuvelopwaarts, naar de vrijheid. Het was een hete en vochtige middag. De commandant, gekleed in een gescheurd Bob Marley T-shirt, wachtte ons op in het midden van de open plek. Om hem heen stonden in lompen geklede kinderen, sommigen van hen pas zes of zeven jaar jong. Ze droegen traditionele camouflage gemaakt van bladeren, hun gezichten waren bedekt met zwarte modder. Ze zwegen.

Op het signaal van de commandant moesten de kinderen zich ontdoen van hun traditionele kledij. Ze lieten hun messen op de grond vallen en begon te lopen. De commandant nam mijn hand: "Zie je dit kleintje," zei hij wijzend naar een jongetje, "hij is pas zeven. Ik geef hem aan jou. Maar je moet goed op hem passen, want ... he knows how to kill." - Donaig Le Duc, UNICEF CAR

Gerelateerd aan dit onderwerp