UNICEF vraagt om kindvriendelijk terugkeerbeleid voor minderjarige asielzoekers (2)

16 februari 2015

Het aantal alleenreizende en asielzoekende kinderen in Europa neemt, onder andere door noodsituaties in de wereld, toe. Dit maakt de kwestie van het terugsturen naar het land van herkomst actueel. UNICEF verwacht dat regeringen het terugsturen van kinderen opnieuw gaan agenderen. Het beleid is echter onvoldoende om de veiligheid van de kinderen te garanderen.

UNICEF verwacht dat regeringen het terugsturen van kinderen opnieuw gaan agenderen.Het beleid is echter onvoldoende om de veiligheid van de kinderen te garanderen. "Werk daarom nu aan kindvriendelijk terugkeerbeleid dat in overeenstemming is met de Rechten van het Kind", adviseert Jan Murk, kinderrechtenspecialist bij UNICEF Nederland.

Jan Murk is een van de auteurs van het rapport 'Children's Rights in return policy and practice in Europe' dat op 16 februari wordt gepubliceerd. "Het beleid van de meeste Europese landen schiet tekort, zowel op structurele basis als in het beoordelen van de situatie van individuele kinderen. Dat moet verbeteren." De afgelopen paar jaar hebben Europese regeringen samengewerkt om de mogelijkheden om asielzoekende kinderen teruggestuurd te krijgen naar hun thuisland te vergroten. In hun zoektocht naar nieuwemogelijkheden om kinderen te kunnen terugsturen, is geprobeerd institutionele opvangcentra op te zetten voor kinderen die niet naar hun familie kunnen terugkeren. Het UNICEF-rapport 'Children's rights in return policy and practice' betoogt dat het huidige beleid de nodige garanties om deze aanpak door te zetten ontbeert. UNICEF maakt zich zorgen over de situatie en over de veiligheid van de alleenreizende kinderen die worden teruggestuurd.  

Institutionele opvang

Begin 2000 heeft Nederland geëxperimenteerd met institutionele opvang in Angola en in  de DR Congo. In de afgelopen jaren hebben Noorwegen, Groot Brittannië, Zweden en Nederland overwogen om ook een opvangfaciliteit in Kaboel op te zetten. "Na een aantal jaar van dergelijke investeringen kunnen we concluderen dat het plaatsen van bakstenen voor we zeker weten dat kinderen op een veilige manier kunnen terugkeren met voldoendeperspectief, niet succesvol is", zegt Jan Murk. "De opvanghuizen hebben niet geleid tot meer terugkeer en ook niet tot betere terugkeer. De grote toestroom van asielzoekende kinderen in 2014 zal leiden tot meer vraag naar terugkeermogelijkheden in de nabije toekomst. Het is van belang dat, wanneer overgegaan wordt tot nieuwe terugkeerinitiatieven, dit met meer zorg voor de kinderen gebeurt."

Op dit moment is het in Syrië, Irak, Afghanistan, Eritrea en andere landen waar grote hoeveelheden asielzoekende kinderen vandaan komen niet veilig. Als de veiligheidssituatie de komende jaren verbetert is het de vraag waar deze kinderen het beste hun toekomst kunnen opbouwen, in hun eigen land of in Europa. Europese landen moeten daarom nu beleid bepalen dat overeenkomt met het Verdrag van de Rechten van het Kind en andere internationale verdragen, voor ze opnieuw pogingen doen om alleenreizende kinderen terug te sturen.

UNICEF adviseert overheden om in het terugkeerbeleid van alleenreizende en gescheiden kinderen:

  • de veiligheidssituatie zorgvuldig te beoordelen, zowel in het land als lokaal en specifiek voor kinderen.
  • een Best Interests Determination (BID) te verrichten, alsmede een beoordeling van internationale beschermingsrechten, om een duurzame oplossing voor elk alleenreizend kind aan te dragen.
  • op kinderrecht gebaseerde procedures voor de tracering en contact met de families te ontwikkelen en gebruiken
  • de belangen van kinderen bij de terugkeer naar hun familie te respecteren.
  • aan opties te werken voor lange-termijn ontwikkeling en duurzame oplossingen.
  • openbare raadplegingen te organiseren om te bepalen welke ondersteuning nodig is.
  • geen kinderen laten terugkeren naar een institutionele opvang, tenzij de aanbevolen veiligheid ter plekke gewaarborgd is.

Terugkeerbeleid

Gerelateerd aan dit onderwerp