Rotterdammer Gerard van Mourik bestrijdt ebola in Guinee

19 november 2014

Zijn handen zijn kurkdroog van het wassen met chloor, en hij houdt zijn temperatuur nauwlettend in de gaten. Rotterdammer Gerard van Mourik werkt voor UNICEF in Guinee en staat aan de frontlinie van de bestrijding van ebola. Dat is een heftige taak.

Zijn handen zijn kurkdroog van het wassen met chloor, en hij houdt zijn temperatuur nauwlettend in de gaten. Rotterdammer Gerard van Mourik werkt voor UNICEF in Guinee en staat aan de frontlinie van de bestrijding van ebola. Dat is een heftige taak.

''Vorige week hoorde ik dat iemand bloed overgaf in de bus. Dan weet je meteen: dat is ebola.'' Met gevaar voor eigen leven bestrijd Gerard het virus. In Guinee zorgt hij ervoor dat mensen voorlichting krijgen over ebola. En dat is hard nodig. ''Blijkbaar kunnen mensen nog steeds ziek in een bus stappen'', zegt hij. ''Het gevaar voor verspreiding van het virus is dan heel groot.''

Levensgevaarlijke traditie

Deze week organiseert Gerard een bijeenkomst met honderden imams. In het grotendeels Islamitische land spelen zij een sleutelrol in de voorlichting over ebola. ''Een dood lichaam met ebola is super besmettelijk'', vertelt hij. ''Toch wordt in 70% van de gevallen een lichaam traditioneel gewassen voordat het begraven wordt. De imams kunnen vertellen dat deze traditie tijdelijk moet stoppen. Wij trainen de imams in 20 verschillende talen, want zo veel worden er hier gesproken, zodat ze de boodschap kunnen verspreiden.''

Gerard wacht met smart op het Nederlandse marineschip Karel Doorman. Want er is een groot tekort aan hulpgoederen in Guinee. ''Artsen en verplegers moeten de beschermende pakken nu hergebruiken omdat er niet genoeg van zijn. Dat kan absoluut niet. Ook de medicijnen, de ambulances, het chloor en de handschoenen aan boord hebben we heel hard nodig.''

Het virus hakt erin

Ondanks dat Gerard veel ervaring heeft met het werken in ontwikkelingslanden, is het deze keer anders. Iedere dag loopt hij het risico om blootgesteld te worden aan ebola, en dat valt zwaar. ''Ik had vorige week last van mijn darmen'', vertelt hij. ''De schrik sloeg me direct om het hart. Gelukkig kon ik Facetimen met mijn arts in Nederland. Hij kon mij geruststellen, ik had immers geen koorts. Natuurlijk ben ik bang om het virus te krijgen. Maar dit is mijn werk. Ik heb ervoor gekozen om mensen te helpen.''

De komende weken blijft de Rotterdammer in Guinee en zet hij alles op alles om het virus te stoppen. ''Mensen moeten niet denken dat het wel meevalt. We moeten ebola snel onder controle krijgen, want het virus hakt erin. We hebben een groot tekort aan mensen en goederen. Daarom roep ik mensen op om te geven voor de bestrijding van ebola. Het is namelijk heel hard nodig.''