Mary (15) is een van de vele ebolawezen

23 oktober 2014

Ebola slaat om zich heen in West-Afrika. Inmiddels zijn meer dan 3000 kinderen wees doordat zij een of beide ouders verloren aan de ziekte. Een van hen is Mary van 15. Zij zorgt nu voor haar broertje en zusje.

Het is half vijf in de ochtend, Amadou van vier maakt Mary, zijn oudere zus, wakker omdat hij niet kan slapen. Hij heeft hoofdpijn. Hij vraagt waar hun moeder is. Het is dezelfde vraag die hij elke dag stelt sinds hij teruggekomen is uit het ebola behandelcentrum in Kemena, Sierra Leone, nu bijna twee maanden geleden.

Mary onderdrukt haar aanvankelijke ergernis dat ze plotseling wakker wordt gemaakt. Ze stelt haar broertje gerust en stopt hem naast haar in. Met haar dunner wordende deken over zijn fragile lichaam.

"Ik weet gewoon niet wat ik tegen hem moet zeggen," zegt Mary. "Hoe kan ik aan een vierjarige uitleggen wat de dood is, als ik het zelf nog maar net weet? Zo had ik me mijn leven niet voorgesteld."

Gedwongen volwassen worden

Bijna 600 kinderen uit Sierra Leone hebben één of beide ouders verloren aan ebola sinds de uitbraak. Dwars door West-Afrika worden kinderen geconfronteerd met vooroordelen en afwijzingen vanuit hun gemeenschap en familieleden. Vooral als kinderen de ziekte overleefd hebben worden ze gedwongen heel snel volwassen te worden.

"Mijn moeder werd als eerste ziek toen ze een besmette vrouw in de buurt hielp," zegt Mary. ''Ze dacht eerst dat ze malaria had, maar ze werd heel snel heel erg ziek. Er werd een ambulance gebeld en ze werd met spoed naar het ziekenhuis in Kenema gebracht. Dat was de laatste keer dat ik haar gezien heb."

Haar moeder overleed een paar dagen later, maar het duurde een maand voordat het ziekenhuis haar familie inlichtte.  

"Ik ben vooral heel erg verdrietig. Toen mijn moeder nog leefde moedigde ze me altijd aan," zegt ze. "We praatten heel veel. We hadden altijd veel lol samen voordat we naar bed gingen. Ik kan met niemand zo goed praten als ik met haar kon. Ik mis haar enorm. Haar liefde, alles. Als we gewoon ergens rustig zaten vertelde ze me het verhaal van mijn vader en haar, hun scheiding, zijn reis naar het buitenland - alle dingen die ik heb gemist."

Geen tijd om te rouwen

Veel kinderen hebben familie door wie ze opgenomen kunnen worden maar Mary en haar broertje en zusje zijn al veel familie kwijtgeraakt door het virus. Ze zijn afhankelijk van de hulp van hun buren.

"Ik heb geen tijd gehad om te rouwen om de dood van mijn moeder. Ik doe m'n best om Amadou en Awa gelukkig maken. Ik kook voor ze en ik maak het huis schoon. In de eerste instantie waren de buren bang voor ons, maar nadat de maatschappelijk werkers met ze hadden gepraat begonnen ze ons van tijd tot tijd een beetje rijst te geven. We hebben helemaal geen inkomsten,. We komen voortdurend voor nieuwe uitdagingen te staan."

Sommige van haar vrienden hebben haar in de steek gelaten. "Ze willen niet meer met me praten. Ze zijn bang voor me. Het zusje van m'n beste vriendin is ook in aanraking gekomen met de ziekte, zij weet alles over ebola. We hebben het er vaak over, over hoe mijn moeder ziek werd, onze reactie en onze gevoelens."

Hoop houden

"Weet je, het ergste van alles is dat we niet meer naar school kunnen. Mijn moeder had beloofd dat we opgeleid zouden worden. Ze wilde graag dat ik verpleegster werd. Nu zijn de scholen gesloten en ik ben bang dat ik niet terug naar school kan gaan als ze weer open gaan."

Ondanks haar ontzettend moeilijke situatie houdt Mary hoop. "In de eerste plaats zorg ik voor mijn broertje en zusje, daarna ga ik voor anderen zorgen. Er moet een reden zijn waarom wij het overleefd hebben, daarom hebben we geen andere keus dan te blijven overleven."

Mary is niet alleen in deze situatie. In totaal heeft UNICEF 61 miljoen dollar nodig voor de strijd tegen ebola en de hulp aan kinderen en hun families. Van dit bedrag hebben we tot nu toe 40% ontvangen.

Ebslsurvibc2

Het huis van Mary (15) en haar broertje en zusje

 

Ebslsurvibc

Amadou en zijn zusje Awa, in hun huis in Kenema, Sierra Leone