Kinderen in de Centraal-Afrikaanse Republiek staan ​​voor grote risico's

4 april 2014

Op een zonnige zondagmorgen  klinkt vrolijke reggae over het terrein van het Boy Rabe klooster. Het klooster dat gelegen is op de heuvel van Bangui in de Centraal Afrikaanse Republiek is de thuisbasis van bijna 40000 mensen die zijn gevlucht voor het geweld.

Bewoners hangen de was op terwijl anderen aan het koken zijn. Ondertussen zijn mensen bijeengekomen om samen met de priester te bidden voor vrede en verzoening.  

In het land is sinds december grote verdeeldheid en wordt hevig gevochten door verschillende groeperingen. Veel kinderen zijn slachtoffer hiervan en grote delen van het land zijn onleefbaar geworden. Veel families zijn door het geweld het land ontvlucht. Anderen zoeken hun veiligheid in de vluchtelingenkampen.

Petula is 17 jaar oud en was samen met haar familie gevlucht naar de hoofdstad. Ze verbleef een maand in het vluchtelingenkamp. 's Nachts sliep ze in de openlucht op een dun matje en was het er erg koud. "Er waren geen dekens en al helemaal geen klamboe. Ik sliep slecht en er was weinig eten. Vooral de kleintjes hebben het er zwaar, en besmetting met malaria ligt op de loer," zegt Petula.

Veel kinderen zijn de dupe van de onveilige situatie in het land. Door de verslechterde veiligheidssituatie zijn veel kinderen gevlucht, hun familie kwijtgeraakt en zijn de meeste scholen gesloten.  

Net als vele anderen deed Petula kleine klusjes, zodat ze wat te eten kon kopen. UNICEF zorgt sinds enige tijd voor voedsel, medicijnen en muskietennetten. Ook zijn er kindvriendelijke ruimten en noodscholen opgebouwd voor de kinderen. Maar er is nog veel meer hulp nodig.

Terug naar huis

Halverwege januari krijgt Petula het bericht dat de veiligheid in haar buurt is verbeterd. Ze besluit terug te keren naar huis. Thuisgekomen deelt ze samen met twee zussen een kamer die ook dienst doet als keuken. Er zit een enorm gat in het dak en als het slecht weer is stroomt de regen naar binnen.

"Ik slaap hier veel beter, maar er is bijna niks te eten. Onze buren zijn niet teruggekomen, hun huizen zijn afgebrand en ik denk dat ze niet meer terugkomen. Ze hebben simpelweg niks om voor terug  te komen." zegt Petula.

Petula en 11 van haar broers en zussen werken veel in de achtertuin. Ze verbouwen bananen, maniok en verschillende groenten.

Hoewel het iets veiliger is geworden in de buurt is Petula nog steeds bang en blijft ze dicht bij huis. Ze zou heel graag weer naar school gaan, want in de toekomst zou ze graag bankier willen worden. Ondertussen marcheert er een groep van 30 jonge soldaten langs haar huis. De veiligheidssituatie in Bangui en in de rest van het land blijft discutabel en onvoorspelbaar. Voorlopig ziet het er niet naar uit dat haar school weer open gaat.

CAR UNI154632

340 Fotooos

CAR UNI112400

Gerelateerd aan dit onderwerp