Kinderen doelwit in de Centraal-Afrikaanse Republiek

9 december 2013 Een jaar na het begin van het conflict in de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn ongeveer 2,3 miljoen kinderen getroffen door de crisis in het land. Steeds meer kinderen worden het slachtoffer van geweld en gedwongen rekrutering als kindsoldaat.

Met de groeiende spanningen tussen de gemeenschappen is de kans groot dat het geweld verder oplaait en zich naar andere steden uitbreidt. Er zijn al bevestigde incidenten van aanvallen op kinderen en vrouwen in Mboki en in Bouali. Meer dan 600.000 mensen zijn hun huizen ontvlucht. 

Dringend onpartijdige actie nodig

"Er zijn geen excuses om de kinderen en de families van de Centraal-Afrikaanse Republiek aan hun lot over te laten," zegt UNICEF- directeur Anthony Lake. "Onpartijdige actie is dringend nodig om kinderen uit de geweldsspiraal te halen, scholen en gezondheidscentra te beschermen en de nodige zorg en steun te verlenen aan de slachtoffers."

Steeds meer kindsoldaten

80% van alle basisscholen zijn gesloten als gevolg van de gevechten. En 70% van de basisschoolleerlingen is sinds december 2012 niet meer naar school geweest. Kinderen die niet naar school gaan, zijn het meest kwetsbaar voor inlijving als kindsoldaten.

Het aantal kinderen dat actief zou zijn in de gewapende bewegingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek is gestegen tot 3.500 en misschien zelfs tot 6.000. Ook zijn er gevallen van seksueel geweld en verkrachting van meisjes gemeld aan de VN. 

Hulp voor ontheemden 

UNICEF en haar partners stellen alles in het werk om hulp te bieden aan de ontheemden in het hele land én aan mensen die naar de Democratische Republiek Congo en Kameroen vluchtten. We zijn vastberaden deze hulp voort te zetten, zelfs als de veiligheidstoestand verslechtert.

Felicia: Als ik de beelden weer voor me zie moet ik huilen

Felicia-CAR

Felicia (13) heeft de afgelopen maanden al meerdere keren moeten rennen voor haar leven. "We waren thuis toen ze ons dorp met geweren binnenvielen. Ik was doodsbenauwd. Ze smeten de dode lichamen voor ons huis. Ook mijn buren. Toen we in paniek vluchtten, werden we uiteengedreven. Mijn oom is vermoord. Ik heb geen nachtmerries, maar vaak zie ik de beelden weer voor me en moet ik huilen. Toen ik hier in het opvangkamp aankwam kende ik niemand. Gelukkig zijn de mensen in de UNICEF-tent er. Met hen kan ik praten. Thuis spreken we niet over wat er is gebeurd."

Gerelateerd aan dit onderwerp