‘’Ik dacht dat ik alles gezien had’’

14 november 2013

''Ik werk al vijftien jaar in noodsituaties, en ik dacht echt dat ik alles wel gezien had. Maar toen ik in Tacloban landde was ik in een totale shock.'' Aan het woord is Nonoy Fajardo, noodhulpspecialist van UNICEF.

''Terwijl het vliegtuig over de landingsbaan taxiede zag ik alleen maar modder en puin. Ooit stonden daar bomen en gebouwen. Alles wat binnen stond staat nu buiten. We mochten de ruïnes van de terminal niet eens in. Tussen de modder liggen namelijk nog altijd lichamen.''

''De weg vanaf het vliegveld voerde ooit door kleine vissersdorpjes. Nu is er helemaal niets meer. Het was waarschijnlijk een grote vergissing, maar ik begon met het tellen van de lichamen langs de weg. Ik ben gestopt bij 100. In Tacbloban was het akelig rustig. Na de voorgaande rampen waar ik aanwezig ben geweest verwachtte ik een grote drukte van af en aan rijdende hulpkonvooien. Maar er was niks. Geen rinkelende telefoons en geen vrachtwagens. Alleen versufte mensen die tussen het puin liepen, op zoek naar iets eetbaars.''

''Ik praatte met de overlevenden. In hun ogen lag een doordringende blik van shock, angst en frustratie. Een man zag mij met de satelliettelefoon en vroeg: 'bel daar alstublieft mee om hulp voor ons te halen'. Ik kon me zijn wanhoop zo goed voorstellen. De wanhoop van een vader die zijn kinderen geen eten en drinken kan geven. En hoe moet het met de kinderen die hun ouders kwijt zijn? Die niemand hebben om voor ze te zorgen?''

''Binnen korte tijd komen de trucks van UNICEF aan, volgeladen met hulpgoederen. De komende dagen blijf ik in Tacloban en help ik met het uitdelen van de goederen. We hoeven niet eens meer te kijken wat deze mensen nodig hebben. Ze hebben alles verloren. Ze hebben alles nodig.''

Vader