Werkende kinderen weer naar school in Bangladesh

1 augustus 2013

Ruim drie jaar lang heeft UNICEF Nederland een programma voor werkende kinderen in Bangladesh gesteund. Er is zeker al vooruitgang geboekt, maar er is ook nog een lange weg te gaan.

Bangladesh is een land waar maar liefst 33 miljoen kinderen werken. De meeste van hen zijn nooit naar school geweest of gaan inmiddels niet meer naar school. Veelal zijn ze van het platteland naar de stad gekomen op zoek naar een beter leven. Maar zonder enige opleiding zijn ze gedoemd om de rest van hun leven slecht betaald en vaak gevaarlijk werk te doen.

UNICEF werkt daarom samen met de overheid en partnerorganisaties in Bangladesh om werkende kinderen tussen 10 en 14 jaar een opleiding te geven. In 2004 is een speciaal grootschalig project opgezet om deze moeilijk te bereiken werkende kinderen in zes steden een betere toekomst te bieden. Na twee jaar voorbereiding, is het echte programma in 2006 gestart en zijn de volgende resultaten bereikt:

  • Sinds de start van het programma in 2006 tot aan 2011 zijn 166.150 kinderen aan hun opleiding van 40 maanden voor basisonderwijs begonnen. Maar liefst 150.573 kinderen hebben het afgemaakt. Dat is meer dan 90%. Tussen de 64% en 77% van alle kinderen gaf ook voldoende blijk van de vaardigheden waarin ze getraind waren.
  • Tussen 2006 en 2008 zijn 6.646 trainingscentra in zes steden opgestart en zoals gepland ook weer gesloten toen de opleiding was afgerond.
  • Om les te kunnen geven zijn uiteraard ook duizenden leerkrachten ingezet. In samenwerking met de Internationale Arbeidsorganisatie hebben zij eerst geleerd hoe aan de jongeren les te geven. Bijna 2.800 leerkrachten en 300 begeleiders hebben aan het einde van de 40 maanden durende opleiding een extraatje van 50 euro gekregen omdat zij in moeilijke omstandigheden de gehele periode hadden afgemaakt.
  • Tijdens het project is geprobeerd om niet alleen zoveel mogelijk kinderen basisvaardigheden bij te brengen, maar ook om zoveel mogelijk van hen (terug) naar de reguliere basisschool te krijgen. Bijna 24.000 kinderen, ongeveer 15%, hebben dat ook daadwerkelijk gedaan en zijn op het niveau van de derde klas ingestroomd. Ongeveer 50% van hen gaat ook daadwerkelijk na een jaar op de basisschool verder. Wanneer ze toch stopten kwam dit voornamelijk door gebrek aan steun van de ouders of een achterstand in Engels en rekenen.
  • Honger heeft een negatief effect op het concentratievermogen. Daarom hebben in 2011 meer dan 75.000 kinderen tijdens lesuren een voedzame lunchsnack van UNICEF door samenwerking tussen UNICEF en het Wereldvoedselprogramma ontvangen. Een studie van het Wereldvoedselprogramma liet zien dat deze lunchsnack de schoolgang met 10% heeft verhoogd. Het heeft minder effect gehad op het ook echt afronden van de opleiding.
  • Kinderen boven de 13 jaar kregen de mogelijkheid om een vakopleiding van zes maanden te volgen tot bijvoorbeeld kleermaker, meubelmaker, ontwerper van reclameborden of reparateur van koelkasten, airconditioners en huishoudelijke apparaten. Hier hoorden zowel theoretische als praktische lessen bij; over hun vakgebied, maar ook over ondernemerschap, boekhouding en marketing. 18.630 van de 20.130 jongeren hebben hun opleiding afgemaakt en als aanmoediging een starterskapitaaltje van 150 euro ontvangen. Dat is meer dan 92%. Iets meer dan 20% is inderdaad een eigen bedrijfje begonnen. De andere bijna 80% heeft na de cursus een vaste aanstelling gevonden.

Mede door de successen van Ali en Sumi is het project ook door de overheid als succesvol bestempeld. Zij wil de opzet en bevindingen van het project als basis gebruiken voor het opzetten van een landelijke model voor onderwijs voor arme, werkende kinderen in stedelijke gebieden, als onderdeel van het nationale programma voor basisonderwijs. UNICEF gaat daarom in 2013 de focus leggen op het evalueren en documenteren van het project zodat straks het nationale programma een goede basis heeft.

 

Bangladesh

Bangladesh onderwijs

Een beter leven voor Ali en zijn familie

Ali verdient 115 dollar per maand. Hij houdt van zijn werk en haalt er voldoening uit dat hij een bijdrage levert aan de maatschappij. In de toekomst hoopt hij zijn eigen elektrobedrijfje te kunnen starten. Maar op dit moment is hij al blij dat hij zijn vaders droom, een beter leven, heeft helpen waarmaken.

Sumi woont niet langer in een slopenwijk 

Ook voor Sumi Akhter Lucky is het leven nu een beetje meer 'lucky'. Met het startkapitaaltje heeft zij een naaimachine en wat eerste stoffen gekocht. Het bedrijf van de 16-jarige kleermaakster gaat als een speer. Door haar solide bijdrage van 50 euro per maand aan het gezinsinkomen kon zij samen met haar ouders verhuizen naar een plek buiten de sloppenwijken. Ze krijgt nog steeds veel huwelijksaanzoeken, wat zeer gebruikelijk is voor meisjes van haar leeftijd. Maar zij heeft besloten zelf een carriére op te bouwen en haar droom te volgen.

 

Gerelateerd aan dit onderwerp