Besnijdenis meisjes blijft praktijk in Sahel-regio, hoewel meerderheid tegen is

22 juli 2013

Een meerderheid van de inwoners in de landen waar vrouwenbesnijdenis gewoon is, is tegen deze schadelijke traditie. Toch zijn op dit moment 125 miljoen vrouwen besneden en dreigt hetzelfde de komende tien jaar te gebeuren met tenminste 30 miljoen meisjes.

Het besnijden van de geslachtsorganen van jonge meisjes kan extreem pijnlijk zijn en tot gevaarlijke infecties leiden, terwijl ze er niet zelf voor hebben gekozen. Een omvangrijk rapport dat UNICEF hierover maandag 22 juli publiceert bevat de meest recente data en uitvoerige analyse over dit onderwerp. 

Draagvlak vrouwenbesnijdenis neemt af

Onderzoek in 29 Afrikaanse en Arabische landen waar vrouwenbesnijdenis praktijk is, laat zien dat het draagvlak voor vrouwenbesnijdenis afneemt. Dat gebeurt zelfs in landen waar bijna alle vrouwen genitaal verminkt worden, zoals in Egypte en Soedan. Niet alleen de meeste vrouwen en meisjes zijn tegen de gewoonte, ook een groot aantal jongens en mannen. In drie landen, Tsjaad, Guinee en Sierra Leone, willen zelfs meer mannen dan vrouwen dat er een eind komt aan genitale verminking van vrouwen. Ook is er in alle landen inmiddels wetgeving tegen vrouwenbesnijdenis.

Toch lopen meisjes nog steeds groot gevaar besneden te worden. Het rapport laat zien dat ook wanneer ouders geen voorstander zijn, ze toch het gevoel hebben niet te kunnen ontkomen aan de sociale verplichting hun dochters te laten besnijden. Dit komt mede door een gebrek aan open communicatie over dit gevoelige en private onderwerp.

Minder meisjes besneden dan destijds hun moeders

Genitale verminking van vrouwen blijkt wel enigszins afgenomen. In meer dan de helft van de landen waar vrouwenbesnijdenis gebruik is, worden minder meisjes besneden dan destijds hun moeders. De kans dat een Keniaans of Tanzaniaans meisje tussen de 15 en 19 genitaal verminkt is, is drie keer kleiner dan de kans dat een vrouw tussen de 45 en 49 dit is. Tienermeisjes uit Benin, de Centraal Afrikaanse Republiek, Irak, Liberië en Nigeria zijn half zo vaak besneden als de generatie van hun moeders. Vrouwenbesnijdenis blijft veel voorkomen in Somalië, Guinee, Djibouti en Egypte, waar negen van de tien vrouwen en meisjes tussen de 15 en 49 is besneden. Er is geen daling waar te nemen in landen als Tsjaad, Gambia, Mali, Senegal, Soedan of Jemen.

 "Besnijden tast de rechten van meisjes op gezondheid, welzijn en zelfbeschikking aan", zegt Geeta Rao Gupta, adjunct-directeur van UNICEF Internationaal. "Dit rapport maakt duidelijk dat wetgeving alleen niet genoeg is. De uitdaging is om meisjes en vrouwen, jongens en mannen hardop te laten uitspreken dat ze deze schadelijke praktijk willen stoppen. Nu blijft de gewoonte bestaan omdat 'iedereen' het zou goedkeuren."

End Violence-campagne

In de campagne tegen genitale verminking stimuleert UNICEF deze sociale processen. Bijvoorbeeld in Somalië werken we samen met religieuze leiders om gemeenschappen ervan te overtuigen dat de islam vrouwenbesnijdenis niet voorschrijft, zoals vaak wordt gedacht. Ook onderwijs kan een rol spelen in het brengen van sociale verandering. Een hogere opleiding blijkt te corresponderen met een lagere kans dat dochters worden besneden. Eind deze maand start UNICEF de End Violence-campagne, die tegen alle vormen van geweld tegen vrouwen en kinderen ageert.

 

Lees het volledige rapport over FGM

Rapport FGM  

Meisjesbesnijdenis2De moeder van Fatma Salih (5) uit Soedan koos ervoor haar dochter niet te laten besnijden.
BesnijdenisEen moeder en haar kinderen in Cambadju, het eerste dorp in Guinee-Bissau dat vrouwenbesnijdenis verwerpt.

 

Lees ook