Hoe staat het met de millenniumdoelen?

9 juli 2013

De conclusie van het meest recente rapport: Er is vooruitgang geboekt en sommige targets zijn zelfs al gehaald. Maar binnen en tussen landen zijn er grote verschillen en zwakkere groepen profiteren het minste van de vooruitgang.

In 2000 hebben 189 lidstaten van de Verenigde Naties 8 doelen vastgesteld die een einde moeten maken aan extreme armoede, ongelijkheid, ziekte en honger in de wereld. Deze zogenoemde millenniumdoelen moeten in 2015 zijn bereikt.

De conclusie van het meest recente rapport: Er is vooruitgang geboekt en sommige doelen zijn zelfs al gehaald. Zoals het halveren van het aantal mensen dat in extreme armoede leeft en verbeterde toegang tot schoon drinkwater. Maar binnen en tussen landen zijn er grote verschillen. Landen in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië blijven ver achter bij de rest. En zwakkere groepen profiteren het minste van de vooruitgang.

De ontwikkelingen per millenniumdoel

1a Extreme armoede: gehaald

Het doel om het aantal mensen dat in extreme armoede leeft (minder dan 1,25 dollar per dag) te halveren is gehaald. De vooruitgang is hoofdzakelijk te danken aan ontwikkelingen in China. Toch leven er nog 1,2 miljard mensen in extreme armoede. In Sub-Sahara Afrika is het aantal mensen dat in armoede leeft zelfs toegenomen. Bijna de helft van de bevolking in deze regio is extreem arm.

1b Honger: binnen bereik

Het halveren van het aantal mensen dat honger leidt is binnen bereik. In 1990-1992 was het aantal mensen met chronische honger nog 23,2%. In 2010-2012 is dit teruggedrongen tot 14,9%. Toch valt er nog veel vooruitgang te boeken. 1 op de 4 kinderen laat een verstoorde groei zien, een belangrijk teken van ondervoeding. Nog altijd gaat 1op de 8 mensen met honger naar bed.

2. Basisonderwijs: stagneert

Het aantal kinderen in de basisonderwijsleeftijd dat niet naar school gaat is tussen 2000 en 2011 gehalveerd. Maar de vooruitgang stagneert. Als de huidige trend doorzet, wordt het doel niet gehaald.De belangrijkste reden waarom kinderen van school worden gehouden is armoede. Maar ook geslacht en woonplaats spelen ook een rol. De helft van de kinderen die niet naar school gaan woont in Sub-Sahara Afrika.

3. Gendergelijkheid: grote verschillen tussen regio's

Gelijke toegang tot onderwijs voor meisjes heeft binnen dit doel de meeste kans van slagen. Slechts 2 van de 130 landen hebben dit doel bereikt op alle niveaus van onderwijs (basis- én middelbaar onderwijs). In elke ontwikkelingsregio hebben vrouwen over het algemeen minder vaste banen en minder gunstige arbeidsvoorzieningen dan mannen.

4. Kindersterfte: flinke versnelling nodig

Wereldwijd is het kindersterftecijfer met 41% gedaald. Maar om het doel te bereiken moet er een flinke versnelling plaatsvinden. Kindersterfte concentreert zich steeds meer in de armste regio's; maar liefst 83% vindt plaats in Sub-Sahara Afrika en Zuid-Azië. India en Nigeria zijn goed voor een derde van het aantal sterfgevallen. De meeste kinderen sterven tijdens de bevalling of vlak daarna, en binnen een maand na de geboorte. Een ander essentieel punt in het terugdringen van kindersterfte is vaccinatie tegen mazelen. Hiermee zijn grote stappen gemaakt, maar er is een grotere politieke en financiële toewijding nodig om onnodige sterfgevallen te voorkomen.

5. Moedersterfte: halvering, maar nog niet gehaald

Sinds de jaren '90 is de moedersterfte gehalveerd. Het doel voor 2015 is echter vermindering met driekwart. De grootste vooruitgang kan worden geboekt met betere toegang tot kundig personeel. Slechts de helft van de vrouwen in ontwikkelingslanden ontvangt de benodigde hulp voor, tijdens en na de bevalling. Het gebruik van anticonceptie kan moedersterfte terugdringen, maar in Sub-Sahara Afrika gebruikt slechts een kwart van de vrouwen dergelijke middelen. Daar is de moedersterfte dan ook het hoogst. In deze regio is het aantal meisjes tussen de 15 en 19 jaar dat zwanger wordt ook het hoogst.

6. Hiv/aids, malaria en andere ziektes: goede en minder goede ontwikkelingen

In de meeste regio's neemt het aantal mensen dat met hiv leeft gelijkmatig af. Toch worden elk jaar nog steeds 2,5 miljoen mensen met het virus geïnfecteerd. In de Kaukasus en in Centraal-Azië is het aantal infecties verdubbeld sinds 2001. Het doel om iedereen toegang tot aidsremmers te verschaffen is niet bereikt. Tegen het einde van 2011 had slechts 55% van de geïnfecteerde mensen toegang tot medicijnen.

Het aantal malariasterfgevallen is met 25% teruggebracht. Maar deze winst gaat verloren als er geen actie wordt genomen op de resistentie van malariamuggen tegen medicijnen en insecticide. De vooruitzichten om tuberculose tot een halt te brengen, zijn positief.

7. Duurzame leefomgeving: verontrustend

De ontwikkelingen op dit gebied zien er niet goed uit. Ontbossing vormt een serieuze dreiging voor milieuduurzaamheid en zet vooruitgang in bestrijding van honger en armoede op het spel. Ondanks de genomen maatregelen is de uitstoot van broeikasgassen 46% hoger dan in 1990. 

Een positieve noot is dat het millenniumdoel voor schoon drinkwater 5 jaar eerder is bereikt dan gepland. Sinds 1990 hebben 2,1 miljard mensen toegang gekregen tot schoon drinkwater. Daarentegen hebben nog steeds 2,5 miljard mensen geen toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen.

8. Wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling: belemmerd door crisis

De wereldwijde financiële crisis vormt een grote belemmering voor een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling. Regeringen hebben gesneden en blijven snijden in hun hulpbudgetten, wat het versterken van partnerschappen voor ontwikkeling lastig maakt.

 

musu sannymeh 340

IKEA-onderwijs

Kenia WASH