UNICEF Nederland en hulpverlening in Syrië

20 juni 2013

Vanmorgen zagen we in De Volkskrant kritiek op de hulpverlening in Syrië en de rol van de Samenwerkende Hulporganisaties hierin. UNICEF Nederland herkent niet zich in deze kritiek en neemt hier afstand van.

Eigenbelang van hulporganisaties zou een belangrijk motief zijn. UNICEF Nederland herkent zich niet in deze kritiek en neemt hier afstand van. UNICEF en andere organisaties werken dag en nacht om hulp aan zoveel mogelijk slachtoffers te bieden, binnen en buiten Syrië. 

De omstandigheden zijn moeilijk en er is sprake van een zeer gewelddadig en ingewikkeld conflict. Maar we doen wat we kunnen, zowel binnen als buiten Syrië. Om zoveel mogelijk hulp te kunnen bieden, is UNICEF Nederland aangesloten bij de SHO; we geloven dat we in noodsituaties gezamenlijk effectiever zijn in fondsenwerving in Nederland. In Syrië zelf werken we waar mogelijk met andere partijen samen, zoals met het Rode Kruis.

In 2013 zorgde UNICEF in Syrië, Irak, Jordanië, Libanon en Turkije voor veilig drinkwater voor ruim negen miljoen slachtoffers. Om de uitbraak van besmettelijke ziekten te voorkomen heeft UNICEF dit jaar 1,5 miljoen kinderen ingeënt tegen mazelen. Daarnaast zorgt UNICEF ervoor dat ruim 200.000 vluchtelingenkinderen in de regio onderwijs krijgen. 260.000 kinderen krijgen psychosociale hulp. Het bieden van structuur en dagbesteding is van groot belang om getraumatiseerde kinderen te helpen. Doel is te voorkomen dat een verloren generatie ontstaat.

UNICEF Nederland vindt het goed dat er een publieke discussie plaats vindt over de effectiviteit en complexiteit van noodhulp. De Samenwerkende Hulporganisaties evalueren momenteel de inzamelingsactie. UNICEF Nederland vindt dat de discussie hierover eerst binnen het bestuur van de SHO gevoerd dient te worden, en niet via de media.

Gerelateerd aan dit onderwerp