Zekerheid voor ‘gewortelde’ kinderen

30 oktober 2012

Het nieuwe kabinet Rutte kondigt een kinderpardon aan voor kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn; kinderen die hier 'geworteld' zijn. UNICEF Nederland is zeer verheugd over deze nieuwe kabinetsvoornemens.

Het belang van het kind wordt hiermee voorop gesteld en er wordt een einde gemaakt aan hun jarenlange onzekerheid.  Het kabinet heeft met deze stap erkend dat er een oplossing moet komen voor kinderen die jaren in onzekerheid verkeren. 

UNICEF rapport

 "Ik wil mijn leven beginnen" zei een 17-jarig meisje al eerder tijdens het onderzoek 'Kind in het centrum: Kinderrechten in asielzoekerscentra' (2009). Ook in dat rapport pleitte UNICEF er voor om kinderen na een periode van vijf jaar een status te geven. Als kinderen langer in onzekerheid blijven, is dat schadelijk voor hun ontwikkeling en daarmee in strijd met het Kinderrechtenverdrag. 

Regeling

Diederik Samsom omschrijft het als "een regeling voor kinderen die hier al lang zijn en niet anders weten dan dat zij Nederlanders zijn maar die door omstandigheden al lang in procedures zijn blijven hangen, om die uiteindelijk een verblijfsvergunning te gunnen." Met de initiatiefwet van PvdA/ChristenUnie (2011) leek er hoop voor de kinderen die al zo lang wachten.

Voorwaarden

Om voor het kinderpardon in aanmerking te komen, zijn er de volgende voorwaarden:

  • er moet een asielprocedure zijn gevoerd;
  • het kind is tenminste vijf jaar voor het bereiken van het 18de jaar in ons land;
  • de vergunning op grond van worteling moet voor het 21ste levensjaar worden aangevraagd;
  • het kind heeft zich niet langdurig aan het toezicht van de rijksoverheid onttrokken;
  • de in Nederland verblijvende gezinsleden van het kind krijgen een afgeleide verblijfsvergunning. 

Voor de definitieve wettelijke regeling zijn de voorwaarden:

  • er moet een asielprocedure zijn gevoerd;
  • het kind is tenminste vijf  jaar voor het bereiken van het 18de jaar in ons land;
  • de vergunning moet worden aangevraagd voor het 19e jaar; 
  • het kind heeft zich niet langdurig aan het toezicht van de rijksoverheid  onttrokken;
  • het kind moet aan de terugkeer hebben meegewerkt en zijn/haar  identiteit hebben aangetoond, onder meer door het overleggen van documenten en/of consistent en naar waarheid verklaren en antwoorden;
  • een beroep op deze regeling biedt geen recht op opvang. 

 

 

 

Kinderpardon