UNICEF wenst Marc Dullaert veel succes met het bewaken van kinderrechten in Nederland

15 februari 2011

Vandaag is Marc Dullaert als eerste Kinderombudsman van Nederland aangesteld. Eindelijk heeft Nederland de waakhond voor kinderrechten waar het al zo lang op heeft gewacht.

UNICEF wenst Marc Dullaert veel succes met het bewaken van kinderrechten in Nederland

UNICEF Nederland, de kinderrechtenorganisatie van de Verenigde Naties, is blij met de benoeming en zal de nieuwe Kinderombudsman ondersteunen waar mogelijk.
 
Sinds 1995 geldt in Nederland het VN Kinderrechtenverdrag. In ons land gaat het over het algemeen goed met kinderen. De meeste kinderen wonen bij hun ouder(s), hebben een dak boven hun hoofd, gaan naar school, spelen buiten en kunnen gewoon kind zijn. Maar juist de onzichtbare groepen kinderen in Nederland - de kinderen in asielzoekerscentra, de kinderen in gevangenissen, de ongedocumenteerde kinderen die op straat leven, de kinderen die niet naar school gaan - hebben onze aandacht nodig.

Onafhankelijk toezichthouder

Al een aantal keer kreeg de Nederlandse overheid van het VN Kinderrechtencomité te horen dat een onafhankelijk toezichthouder op de uitvoering van dit verdrag in Nederland, een Kinderombudsman, benoemd moest worden. Vele landen in Europa hebben al jaren een dergelijke toezichthouder.
 
"Met het wegvallen van de Minister voor Jeugd en Gezin is de coördinatie van de verschillende beleidsterreinen van jeugd weggevallen", aldus Jan Bouke Wijbrandi, directeur van UNICEF Nederland: "Kwetsbare groepen kinderen vallen gemakkelijk buiten de boot. Daar ligt een belangrijke opdracht voor de Kinderombudsman. Maak kwetsbare en onzichtbare kinderen zichtbaar. Houd hun rechtspositie in het vizier van overheid en maatschappij. Zorg dat de overheid hun rechten respecteert."

 

Opiniestuk van Karin Kloosterboer, kinderrechtendeskundige van UNICEF Nederland

Karin Kloosterboer, kinderrechtendeskundige van UNICEF Nederland, heeft een artikel geschreven over de benoeming van de Kinderombudsman. Kloosterboer is voorzitter van de Werkgroep Kind in azc en auteur van 'Kind in het centrum: Kinderrechten in asielzoekerscentra'.

Een Kinderombudsman voor álle kinderen

Deze week (dinsdag 15 februari) benoemt de Tweede Kamer de allereerste Kinderombudman in Nederland. Een historisch moment, een week met een gouden randje voor kinderen in Nederland. Eindelijk heeft ons land een waakhond voor kinderrechten, zoals die in dertig Europese landen al jaren bestaat. Hoogste tijd om ook onzichtbare kinderen in beeld te krijgen. Zoals de duizenden kinderen die jarenlang in een asielzoekerscentrum wonen.  

Nederland heeft enorm getreuzeld. Stelden de meeste landen een Kinderombudsman in nadat ze partij werden bij het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind in de jaren '90, zo niet Nederland. Ook niet toen het VN-Kinderrechtencomité in Genève de overheid daar tot driemaal toe dringend toe opriep. Nu echter kan de Kinderombudsman aan het werk. Er is genoeg te doen voor kwetsbare groepen kinderen.

Erg kwetsbaar én onzichtbaar zijn kinderen in Nederlandse asielzoekerscentra (azc's). Zes- tot achtduizend kinderen groeien op in een van de bijna zestig azc's, tijdens hun asielprocedure. Uitgangspunt is dat ouders - ook in azc's - de eerstverantwoordelijken zijn voor de ontwikkeling van hun kinderen. Soms kunnen ouders door omstandigheden die verantwoordelijkheid niet waarmaken. Op dat moment moet de overheid een stap vooruit doen, zo zegt het Kinderrechtenverdrag. Dat geldt voor alle kinderen, dus ook voor asielzoekerskinderen.

Lange en gekmakende procedures

Anderhalf jaar geleden werd 'Kind in het centrum: Kinderrechten in asielzoekerscentra' gepresenteerd. Een onderzoek naar de situatie van kinderen in azc's, waaruit blijkt dat er veel mis is als het gaat om opvoeden, wonen, spelen, onderwijs, gezondheid, veiligheid, de asielprocedure, financiën en participatie. De procedure en opvang zijn lang en gekmakend. Kinderen moeten ontstellend vaak verhuizen (gemiddeld één tot twee keer per jaar) en iedere keer afscheid nemen van vriendjes, school, azc en omgeving. Uiteindelijk zijn er velen die nergens meer willen of kunnen hechten. Ouders en kinderen worden nauwelijks geïnformeerd. Gezinnen wonen in kleine ruimtes, soms met verschillende families samen, pubers en ouders delen slaapvertrekken. Veel ouders en kinderen zijn gestresst over hun lot en kampen met traumatische ervaringen. Kinderen maken hun huiswerk op de wc omdat dat de enige rustige plek is. Ze steunen hun ouders die depressief zijn geworden van het lange uitzichtloze wachten of die dat al waren door oorlogservaringen die ze met zich meedragen. Kinderen nemen soms de rol van gezinsverantwoordelijke over. Ze vervelen zich te pletter in een azc dat tien kilometer van het dichtstbijzijnde dorp ligt. Ze willen sporten maar hebben geen geld. Hier schiet de overheid op alle fronten tekort.

Geen onafhankelijk toezicht

Gek genoeg ontbreekt onafhankelijk toezicht op de opvang van (minderjarige) asielzoekers. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) krijgt jaarlijks per asielzoeker ongeveer 20.000 euro voor het bieden van onderdak. Of dit gemeenschapsgeld goed wordt besteed en of het COA voldoet aan de eisen van het Kinderrechtenverdrag, is ter beoordeling aan... het COA. Weliswaar wordt het opvangorgaan betaald door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, maar dat ministerie neemt geen kijkje in de azc's.
De Kinderombudsman kan uitkomst bieden. Hij kan gaan praten met kinderen in azc's, bestaande inspecties naar de opvangsituatie laten kijken of zonodig een nieuwe inspectie laten oprichten, een vinger aan de pols houden, zich richten op concrete verbetering van de situatie van kinderen in azc's. Bovenal kan hij kinderen in azc's helpen om beter voor hun rechten op te komen en meer van zich te laten horen.

De urgentie is groot. De huidige asielopvang beschadigt kinderen in hun ontwikkeling en verlamt ouders. Op de lange termijn ondervinden we daar allemaal de gevolgen van. Het VN-Kinderrechtencomité is zeer kritisch over het Nederlandse beleid voor vreemdelingenkinderen; we moeten voldoen aan het Kinderrechtenverdrag en de Europese Opvangrichtlijn. Goed dat er vanaf 15 februari 2011 een Kinderombudsman is die dat kan controleren.