UNICEF en de verkiezingen

2 maart 2010

Op 9 juni 2010 worden de verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden. Momenteel schrijven de politieke partijen hun verkiezingsprogramma. UNICEF Nederland denkt graag mee en levert input onder het motto: ten tijde van bezuinigingen is investeren in kinderen de beste garantie voor de toekomst.

In tijden van economische crisis moet op alles worden bezuinigd. UNICEF Nederland dringt er op aan om juist in deze tijd extra te investeren in kinderen. Omdat het moet. En omdat het de beste investering is, mét garanties voor de toekomst.

UNICEF heeft het mandaat om toe te zien op naleving van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waaraan ook Nederland gebonden is. Dit verdrag dient de basis te zijn voor (internationaal) jeugdbeleid en dus integraal onderdeel uit te maken van de verkiezingsprogramma’s 2010-2014. Het betekent in concreto dat tenminste de volgende elementen in uw verkiezingsprogramma moeten worden opgenomen:

Randvoorwaarden voor kinderrechtenproof beleid

  1. Neem het Kinderrechtenverdrag als uitgangspunt voor beleid.
  2. Positief beleid: formuleer beleid dat uitgaat van de kracht van kinderen en hun wil om op te groeien tot gezonde burgers.
  3. Geef het jeugdbeleid een solide basis: een sterke minister voor jeugd met eigen begroting, een kinderombudsman die toeziet op effectuering van kinderrechten en onderzoek het effect van nieuw beleid op alle beleidsterreinen op het leven van kinderen.
  4. Participatie door kinderen en jongeren: laat jeugd meedenken, meedoen en meebeslissen.

Kinderrechten in Nederland

  1. Kindvriendelijk vreemdelingenbeleid: behandel vreemdelingenkinderen op gelijke voet als kwetsbare Nederlandse kinderen, zorg voor goede basisvoorzieningen (onderwijs, gezondheidszorg, hulpverlening) en waarborg dat kinderen zich goed kunnen ontwikkelen.
  2. Adequate jeugdzorg: geef meer aandacht aan preventie, stel juiste behandeling centraal, maak een einde aan bureaucratische rompslomp.
  3. Pedagogisch jeugdstrafrecht: pas op jeugd alleen jeugdstrafrecht toe, sluit pas op als er geen ander alternatief is, creëer nieuwe alternatieven, zorg voor behandeling op maat.
  4. Kindermishandeling en uitbuiting: verbeter signalering en preventie, evalueer de meldcode en werk aan meldplicht, bevorder deskundigheid, bescherm (potentiële) slachtoffers.

Kinderrechten in buitenlandbeleid

  1. Geef kinderen een duidelijke plek in het buitenlandbeleid en ga daarbij uit van het Kinderrechtenverdrag. Door tijdig te investeren in kinderen (oa in onderwijs en gezondheidszorg), worden landen sterker en uiteindelijk minder afhankelijk van ontwikkelingshulp. Zorg voor afstemming en samenwerking met nationale overheden en partnerorganisaties.
  2. Investeer in onderwijs, juist ook in fragiele staten en andere conflictgebieden. Onderwijs moet kwalitatief goed en aantrekkelijk zijn voor kinderen om kansen te bieden voor de toekomst.
  3. In 2010 zijn wereldwijd 200 miljoen kinderen langdurig/chronisch ondervoed. De aanpak van (onder)voeding moet een centrale plaats in het buitenlandbeleid krijgen en geen aanhangsel zijn bij andere prioriteiten. Dit komt ook de economische groei van landen ten goede.
  4. Zet in op een goede basisgezondheidszorg in landen waardoor de bestrijding van ziektes als HIV/AIDS en malaria betere resultaten kan behalen.

Voor vragen en aanvullende informatie