Illegale kinderen mogen niet op straat worden gezet

1 maart 2010

Kinderen hebben recht op bescherming en die vind je niet op straat, dat is kort gezegd de conclusie van het Europees Comité voor Sociale Rechten in een klacht van Defence for Children tegen Nederland.

In de klacht oordeelt het Comité over het feit dat Nederland uitgeprocedeerde gezinnen op straat zet. Dat mag niet, zo schrijft het Comité, omdat dit de menselijke waardigheid van kinderen aantast. Defence for Children ziet in de uitspraak de definitieve erkenning van een jarenlange strijd voor het recht op onderdak voor kinderen zonder rechtmatig verblijf.

Op straat gezet

Uitgeprocedeerde gezinnen kunnen in de vrijheidsbeperkende locatie Ter Apel hun vertrek uit Nederland voorbereiden. Als dat na twaalf weken niet is gelukt, staan ze op straat. Dat kan ook gebeuren als hun asielaanvraag, in het aanmeldcentrum van hetzelfde Ter Apel, direct wordt afgewezen. Dat overkwam de Armeense Gayana (15 jaar): "We moesten naar Ter Apel. Daar vroegen ze van alles aan mijn ouders. Aan mij is niets gevraagd. In Ter Apel zeiden ze dat we weg moesten uit Nederland. We hadden geen kans. We kregen een treinkaartje. We stapten uit in Haarlem. We wisten niks. Waar moet je heen? We hadden een adres gekregen van mensen die misschien konden helpen. Maar waar was dat? Welke kant moesten we op? We hadden alleen een map met papieren uit Ter Apel. En een tasje met wat kleren die we in de tijdelijke opvang in Amsterdam hadden gekregen. Uit Armenië heb ik helemaal niks meegenomen."

Mensen aan hun lot overlaten, mag niet, zo schrijft het Comité in deze uitspraak. Het Centraal Opvangorgaan Asielzoekers, gemeenten, detentie- en vertrekcentra moeten stoppen met kinderen op straat zetten. Nederland zal nu de verantwoordelijkheid moeten nemen om te zorgen voor opvang voor gezinnen zonder rechtmatig verblijf.

Respect voor het belang van het kind

Volgens het Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa getuigt het niet van respect voor de belangen van kinderen om ze op straat te zetten. De Nederlandse overheid moet daarom voorkomen dat mensen dakloos raken want dat tast de menselijke waardigheid aan, zegt het Comité. Het vereiste van waardigheid bij onderdak wil zeggen dat huisvesting veilig, gezond en hygiënisch moet zijn met respect voor het privé- en familieleven van de bewoners. Het is de eerste keer dat Nederland een dergelijk duidelijke terechtwijzing krijgt. In de ogen van Defence for Children is dit hét startsein om te werken aan humane opvang voor uitgeprocedeerde gezinnen. Aangezien tegen de uitspraak van het Comité geen beroep kan worden ingesteld, kan hier ook direct mee gestart worden.

De aanklacht

Samen met Fischer Advocaten, UNICEF Nederland, het Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt (LOS) en met steun van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, stuurde Defence for Children op 14 januari 2008 de klacht naar het Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa. De kern van de klacht was dat Nederland kinderrechten schendt door kinderen en hun ouders op straat te zetten. Het Comité ziet toe op de naleving van het Europees Sociaal Handvest, een verdrag, zo schrijft het Comité, dat een heel belangrijk Europees document is voor de bescherming van de rechten van kinderen. Het Handvest vult namelijk het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan en past het VN-Kinderrechtenverdrag in de praktijk toe. Dat betekent bijvoorbeeld dat het Comité het belang van het kind als leidraad neemt in de beslissingen over zaken waar kinderen bij betrokken zijn.

Bron: Defence for Children