Haïtianen krijgen hulp in Dominicaanse Republiek

9 februari 2010

Een aantal slachtoffers van de aardbeving in Haïti krijgt hulp in de Dominicaanse Republiek. Ann M. Veneman, directeur van UNICEF Internationaal, bezocht hen tijdens een tweedaags bezoek aan dit land.

Ann M Veneman in Haïti

Veneman bezocht in de Dominicaanse hoofdstad Santo Domingo twee ziekenhuizen, waar kinderen worden verpleegd die door de aardbeving gewond zijn geraakt. Als ze uit het ziekenhuis weg mogen, kunnen ze samen met hun familie terecht in een opvangcentrum. Het centrum biedt niet alleen zorg aan haar gasten, maar de medewerkers helpen hen ook bij het opsporen van vermiste familieleden.

"Ik heb kinderen ontmoet die herstellen van ernstige verwondingen, waaronder een meisje van vijf dat haar been moet missen," zegt Veneman. "Ze is zeer getraumatiseerd en praat amper. Het is voor haar moeilijk om te begrijpen wat er is gebeurd."

Een ziekenhuis dat de UNICEF-directeur bezocht, zal vol vrouwen en kinderen die op een operatie wachtten. Het illustreert hoe groot de taak is die hulpverleners na de ramp op zich hebben genomen en hoe belangrijk het is dat de hulpverlening goed wordt gecoördineerd.

Leed en compassie

Veneman hoorde in de ziekenhuizen en in het opvangcentrum verhalen over leed én over compassie. Naast de talloze doden en gewonden, zijn er ook overlevenden die het hebben gered dankzij het mededogen van anderen. "Ik ontmoette een jongetje dat drie dagen onder het puin heeft gelegen. Zijn familie is nog niet opgespoord, maar hij wordt opgevangen door mensen, die zelf alles zijn kwijtgeraakt."

Ze benadrukt nog eens hoe belangrijk het is dat Haïtiaanse kinderen beschermd worden."Naar schatting 38 procent van de inwoners van Haïti is jonger dan 15 jaar. Dit is dus een ramp die vooral kinderen heeft getroffen. UNICEF maakt zich ernstig zorgen om de bescherming van deze kinderen. We zijn daarom blij met de inspanningen van de Haïtiaanse en Dominicaanse regeringen om kinderhandel te voorkomen. We blijven met hen samenwerken om de veiligheid van kinderen te waarborgen."