Haïti: adoptie is voor UNICEF pas laatste optie

2 februari 2010

Interview met UNICEF-functionaris Nadine Perrault over de hulp aan alleenstaande kinderen in Haïti 

UNICEF is alleen voor adoptie als het echt niet anders kan. Dit standpunt is deze dagen extra actueel vanwege de aardbeving in Haïti, waardoor veel kinderen wees zijn geworden of hun familie uit het oog zijn verloren. Is het niet beter als deze kinderen in een rijk land bij liefdevolle adoptie-ouders kunnen gaan wonen?

Nadine Perrault"Nee, dat is niet beter," zegt Nadine Perrault van UNICEF. "Wij vinden dat kinderen het best gedijen in hun eigen omgeving. We sporen daarom natuurlijk altijd eerst de ouders of andere familieleden van alleenstaande kinderen op. Als dat niet lukt, worden ze opgevangen in een pleeggezin in Haïti zelf. Pas als dat ook geen oplossing is, wordt internationale adoptie overwogen."

Perrault, die als regionaal UNICEF-adviseur op het gebied van kinderbescherming in Panama woont, is even in Nederland. Ze reist vanavond alweer door naar Kopenhagen, om een bezoek te brengen aan het gigantische pakhuis waarin UNICEF haar hulpgoederen opslaat. De vermoeidheid is van haar gezicht te lezen; ze ging vlak na de aardbeving naar Haïti en heeft er twee weken lang non-stop gewerkt. Perrault is van oorsprong Haïtiaanse en was er daardoor niet alleen als UNICEF-functionaris. Ze heeft in Port-au-Prince familieleden wonen, die gelukkig allemaal ongedeerd zijn.

Niemand is aan de beving ontkomen

"De UNICEF-collega's van ons kantoor in Port-au-Prince zijn wel zwaar getroffen. Een van de chauffeurs is drie kinderen kwijtgeraakt. Maar ook hij is toch aan de slag gegaan, niemand wil werkeloos toekijken," zegt Perrault. Het kantoor van UNICEF is ingestort en dat geldt ook voor de rest van het VN-hoofdkwartier. Niemand in Haïti is aan de gevolgen van de aardbeving ontkomen, of je nou rijk, arm, VN-medewerker, overheidsfunctionaris, of burger bent. "Dat is ook een van de redenen waarom de hulpverlening zo langzaam op gang is gekomen," verklaart ze.

In de chaos na een ramp als deze, worden soms dramatische fouten gemaakt. Perrault illustreert dit door te vertellen over ziekenhuizen, die gewonde kinderen na behandeling gewoon weer op straat hebben gezet. Ze hadden geen tijd om hun ouders of andere familie op te sporen. UNICEF zoekt samen met overheidsmedewerkers en een team van de VN-vredesmacht MINUSTAH naar alleenstaande kinderen, om te voorkomen dat ze op straat moeten rondzwerven en ten prooi vallen aan mensenhandelaren, geweld of misbruik.

Opvangplekken voor alleenstaande kinderen

"We gaan naar ziekenhuizen, mobiele klinieken en tentenkampen om deze kinderen te zoeken. Medewerkers van de overheid en lokale hulporganisaties nemen ze mee naar opvangplekken. Dat kunnen gebouwen zijn die nog overeind staan, of tenten. Zo'n plek is nooit ver van de plaats waar ze zijn gevonden, zodat het makkelijker is om hun ouders of familie op te sporen," legt Perrault uit. Ze weet uit ervaring dat het niet meevalt om gegevens van kinderen los te krijgen. "Bij baby's en peuters duurt het dan ook langer voordat we hun familie hebben gevonden, oudere kinderen kunnen zelf vertellen wie hun ouders zijn. Maar ook dan lukt dat vaak niet meteen. Ik sprak in een ziekenhuis een meisje dat zo getraumatiseerd was dat ze zich pas na een dag of drie het telefoonnummer van haar moeder kon herinneren."

Op de opvangplekken krijgen kinderen eten, drinken, kleding, schoenen, speelgoed en psychologische hulp. Tekenen, spelletjes doen, dansen… creatief zijn helpt bij het verwerken van hun nare ervaringen. "Daarnaast is het ontzettend belangrijk dat kinderen zo snel mogelijk weer naar school gaan. Dan hebben ze weer het gevoel dat er structuur in hun leven zit." Scholen die niet onder de beving hebben geleden zijn inmiddels weer open, maar dat geldt niet voor de schoolgebouwen die zijn verwoest. UNICEF zorgt daarom bijvoorbeeld voor schooltenten, zodat daarin les gegeven kan worden.

Ten onrechte aangemerkt als wees

In Haïti is de bevolking zo arm, dat ouders op het platteland hun kinderen naar een tehuis in de stad sturen. Daar krijgen ze eten en kunnen ze naar school, is de gedachte. Ook van deze kinderen - die dus al voor de aardbeving in een tehuis woonden - spoort UNICEF samen met de overheid en lokale hulporganisaties de familie op. Zo weten ouders en kinderen van elkaar dat ze nog leven en worden deze kinderen niet ten onrechte als wezen aangemerkt. Perrault: "We willen voorkomen dat kinderen zomaar worden meegenomen. Dat is overigens een zeer moeilijke klus. Op het vliegveld vertrekken bijvoorbeeld privé-vliegtuigjes die niet altijd goed gecontroleerd kunnen worden."

UNICEF leidt namens de Verenigde Naties in Haïti de hulpverlening op het gebied van kinderbescherming. Alle hulporganisaties die zich hiermee bezighouden, vallen dus onder de regie van de VN-kinderrechtenorganisatie. "Een organisatie wil bijvoorbeeld met megafoons gaan rondrijden, om de namen van ouders of familieleden van kinderen om te roepen," zegt Perrault. Zelf gaat ze na haar korte trip naar Europa weer terug naar Haïti om te helpen. Een dak boven hun hoofd hebben de UNICEF-medewerkers in Port-au-Prince niet meer. "We slapen in tenten, op de grond, net als de meeste anderen."

In Haïti is UNICEF namens de Verenigde Naties verantwoordelijk voor de hulpverlening op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, voeding, kinderbescherming en water, sanitaire voorzieningen en hygiëne. Dit betekent dat zij zelf op deze gebieden - ook wel clusters genoemd - hulp financiert, maar ook de hulpverlening van andere organisaties coördineert. UNICEF stuurt zelf ook hulpgoederen.

Tekst: Margot de Graaff. Foto: UNICEF/2010/Stella Tettero

Gerelateerd aan dit onderwerp