Naar Haïti met de cheque van Loet
UNICEF-medewerkers Lotte van ‘t End en Gemma Bennink zijn in december 2011, twee jaar na de aardbeving, naar Haïti gegaan. Het bood Lotte gelijk de kans om UNICEF daar het geld te overhandigen dat is ingezameld door de 9-jarige Loet Zagt uit Bunnik.

Lotte (tweede van links) blogt hieronder over haar ervaringen in Haïti. Ze ziet twee jaar na de aardbeving nog veel problemen, maar ook tekenen van vooruitgang.
Dag 1 - zondag 11 december: bagage kwijt
Om vier uur opstaan is echt erg vroeg. Maar met het vooruitzicht dat we naar Haïti gaan, worden we toch vrolijk wakker. Na een tussenstop in Parijs en Guadeloupe - waar je met euro's kan betalen omdat het deel uitmaakt van Frankrijk - landen we 's avonds op Haïti. Door iemand van de VN-vredesmissie zijn we gewaarschuwd voor criminaliteit op het vliegveld. Ondanks deze criminaliteit benadrukte hij dat Haïti wel stabieler aan het worden is. Eenmaal op het vliegveld is het een grote chaos: de bagage van alle passagiers op onze vlucht is niet aangekomen. Gelukkig krijgen we van UNICEF schone t-shirts en tandpasta. Moe komen we aan in ons containerhotel. Omdat UNICEF Haïti zo druk is met het geven van humanitaire hulp en er ook heel veel mensen op bezoek willen komen, hebben we met onze collega's afgesproken dat we maar vier dagen komen om hen zo min mogelijk te belasten. We gaan dus vroeg naar bed, want ons programma zit propvol.
Dag 2 - maandag 12 december: VN-vredesmissie, gratis onderwijs en onbezorgd spelen
Onze chauffeur Jacob brengt ons naar
UNICEF, dat gevestigd is in containers op het terrein van
VN-vredesmissie MINUSTAH. Alle humanitaire organisaties zijn
na de aardbeving verhuisd naar het MINUSTAH-terrein. Om de hoek van
UNICEF zitten het Wereld Voedsel Programma (WFP) en het
VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP), ook in containers. Na onze
security briefing- afgelopen vrijdag is de baas van de grootste
bank in Haïti nog gekidnapt - gaan we skypen met Loet, het
Nederlandse jongetje dat 5.815 euro voor de kinderen in Haïti heeft
ingezameld. De baas van UNICEF Haïti - Francoise Gruloos-Ackerman -
is er bij om alle vragen van Loet en zijn klasgenoten te
beantwoorden. Francoise vertelt dat alle UNICEF-medewerkers na de
aardbeving vier maanden in tenten hebben gewoond, terwijl ze heel
hard aan het werk waren om iedereen te helpen. Nu zijn er gelukkig
containers waarin ze kunnen werken. We praten onder andere over
kinderen die hun ouders kwijt zijn geraakt door de aardbeving.
Francoise vertelt dat UNICEF een speciale hotline heeft geopend
waar kinderen naar kunnen bellen. Ze hebben al meer dan 10.000
telefoontjes ontvangen. UNICEF probeert deze kinderen met hun
ouders te herenigen of - als dat niet lukt - om hen op te vangen in
kleinschalige opvanghuizen. Francoise vertelt dat het ingezamelde
geld van Loet ervoor zorgt dat UNICEF meer dan 500 rugzakken aan
schoolgaande kinderen kan geven. In deze rugzakken zitten
schoolspullen als schriften en pennen.
Na het skypen springen we samen met
Mariana - onze contactpersoon bij UNICEF Haïti - in de auto om naar
de school 'Ecole National de Tabarre' te rijden. Hier krijgen meer
dan 900 kinderen les. Na de aardbeving heeft UNICEF geholpen om
deze school te bouwen. Daarnaast voorziet ze de leerlingen van
schoolmaterialen en de leraren van training. UNICEF werkt hierbij
nauw samen met het WFP: tussen de middag krijgen de kinderen te
eten. Dit zorgt er ten eerste voor dat ze niet ondervoed raken
(voor sommige kinderen is dit de enige maaltijd die ze op een dag
krijgen) en ten tweede dat ze beter kunnen leren. Want wie kan er
nou opletten als je honger hebt?
Op deze school maakte President Martelly ook zijn nieuwe beleid op het gebied van onderwijs bekend: tienduizenden kinderen konden vanaf het begin van het schooljaar (oktober 2011) gratis naar school. UNICEF heeft Martelly geadviseerd op dit gebied en geholpen bij de bekendmaking van deze maatregel.
We lunchen op het terrein
van de VN-vredesmissie. Het is heel interessant om alle betrokkenen
bij elkaar te zien: blauwhelmen, humanitaire organisaties,
enzovoort, enzovoort. Er werken op deze basis ongeveer 20.000
mensen van verschillende nationaliteiten. Na de lunch gaan we naar
zogenaamde Child Friendly Spaces (CFS). Dit zijn plekken waar
kinderen - onder psychosociaal toezicht - na schooltijd kunnen
spelen, knutselen en muziek maken. UNICEF werkt samen met War Child
Canada om dit zo goed mogelijk van de grond te krijgen. Zelf mogen
we even meedoen aan de drumles, waar een jong meisje de show steelt
omdat ze alle grote jongens er helemaal uitdrumt. De kinderen
hebben aangegeven dat ze heel graag huiswerkbegeleiding willen op
de CFS. Thuis hebben ze geen licht, geen pennen en er is vaak
niemand die hen het huiswerk kan uitleggen als ze het niet snappen.
UNICEF en War Child Canada zijn nu aan het onderzoeken hoe ze die
huiswerkbegeleding zo goed mogelijk kunnen geven.
Na zoveel indrukwekkende projecten doen we het 's avonds rustig aan en gaan we eten op het terrein van de VN-vredesmissie.
Dag 3 - dinsdag 13 december: ondervoeding en steen-voor-steen-wederopbouw
Op de derde dag van ons
bezoek gaan we 's ochtends naar een gezondheidskliniek. De kliniek
ligt vlakbij een kamp voor ontheemden. Verspreid over de stad
liggen ongeveer 900 kampjes waar meer dan 500.000 mensen na de
aardbeving zijn gaan wonen. De omstandigheden zijn zwaar: er zijn
geen goede sanitaire voorzieningen, er is weinig schoon water en er
is veel seksueel geweld. Ook volgde op de aardbeving een babyboom.
Om al deze redenen is het heel druk in de gezondheidskliniek. Rijen
vrouwen (en soms een enkele man) wachten met hun baby op hulp.
UNICEF helpt deze kliniek op het gebied van ondervoeding:
ondervoede kinderen worden gewogen, krijgen extra voeding en worden
gedurende drie maanden wekelijks in de gaten gehouden. De
ernstigste gevallen moeten naar het ziekenhuis, zodat ze daar een
tijdje kunnen worden opgenomen en continu in de gaten kunnen worden
gehouden. Maar liefst 20 procent van de kinderen is ondervoed. Dat
is een heel naar idee als je al die kleine kindjes ziet wachten op
hulp.
UNICEF legt veel nadruk op de duurzaamheid van de kliniek: ook na de steun van UNICEF moet die zelfstandig verder functioneren. Dit gaat steeds beter en UNICEF en haar partners hebben er daarom vertrouwen in dat dit gaat lukken. UNICEF zal zich daarna kunnen focussen op andere problemen: bijvoorbeeld op die in de plattelandsgebieden. Die zijn minder getroffen door de aardbeving dan de hoofdstad Port-au-Prince, maar hebben wel grote problemen op het gebied van onder andere ondervoeding.
's Middags bezoeken we een getroffen gebied om te
kijken hoe het daar is gesteld met de watervoorziening. Het is heel
erg heet en terwijl wij de grootste moeite hebben om via een slecht
begaanbaar pad een heuvel op te lopen, worden we ingehaald door
kinderen, vrouwen en mannen met bakstenen op hun hoofd. Ze zijn hun
huizen weer aan het opbouwen na de aardbeving en dat gaat
letterlijk steen voor steen. Ook aan de watervoorziening wordt nu
hard gewerkt. Vóór de aardbeving stonden hier zogenaamde
waterkiosken . De bedoeling was dat een groep dorpsbewoners zou
toezien op een goede en duurzame verspreiding van het water. Over
alle aspecten was nagedacht: de kiosken waren strategisch
geplaatst, de prijs van het water was laag en iemand uit de
gemeenschap zou het water uitdelen, zodat deze methode ook
werkgelegenheid zou opleveren. De aardbeving vormde echter een
probleem: mensen waren zo naarstig op zoek naar onderdak dat ze in
de waterkiosken zijn gaan wonen. Deze mensen zouden eerst moeten
verhuizen, om het watersysteem aan de gang te krijgen. En het is
natuurlijk heel moeilijk om degenen die bijna niets hebben, te
laten verhuizen. Het lokale managementteam van de waterkiosken en
de gemeenschap zelf zijn hard aan het nadenken over een oplossing.
UNICEF en haar partners verwachten dat die eind juni gerealiseerd
zal zijn. De hele gemeenschap zal dan eindelijk toegang tot schoon
water hebben!
Dag 4 - woensdag 14 december: vaccinaties en kampen
Onze laatste dag is goed
volgepland. Eerst bezoeken we een ziekenhuis, waar UNICEF meewerkt
aan de vaccinatie van de allerkleinsten. UNICEF staat in veel
landen bekend om haar expertise op dit gebied. Na de prik krijgen
de kleintjes een ballon als beloning. Mariana is net na de
aardbeving voor het laatst in dit ziekenhuis geweest. Toen lagen er
rijen mensen op de grond op hulp te wachten. Nu is het er geordend
en opgeruimd - een veelbelovend teken dat de wederopbouw van Haiti
op gang komt. Ook wordt er hard gebouwd in het ziekenhuis, om
ruimte te maken voor meer kinderbedjes. Helaas blijven veel
kinderen ondervoed. De ernstigste gevallen van ondervoeding
verblijven in het ziekenhuis, zodat ze continu in de gaten kunnen
worden gehouden. We mogen even bij deze kinderen gaan kijken en
raken helemaal vertederd: kinderen die ondervoed zijn, hebben vaak
een groeiachterstand. Hierdoor lijken ze in hun bedjes wel heel
klein.
Medewerkers van het ziekenhuis vertellen ons dat er na de aardbeving grote vaccinatiecampagnes zijn gehouden - een resultaat van de samenwerking tussen de overheid van Haïti, de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF. Het probleem met vaccinaties is echter, dat deze herhaald moeten worden voordat ze effectief zijn. En dat is een probleem in de vluchtelingenkampen: het is lastig te achterhalen welke kinderen wanneer en waarvoor zijn gevaccineerd. Een onderzoek van het ziekenhuis wees uit dat nog steeds 70 procent van de kinderen niet voldoende is gevaccineerd. Daarom hebben UNICEF en het ziekenhuis besloten dat er mobiele teams moeten komen die de vaccinaties in de kampen gaan uitdelen. Op dit moment worden doktoren en zusters hiervoor getraind en in januari zullen de teams de kampen ingaan om de overige 70 procent te vaccineren.
's Middags gaan we een vluchtelingenkamp
in. Strikt genomen is dit een IDP (Internally Displaced Person)
kamp. De grootste humanitaire noden na de aardbeving zijn
grotendeels verholpen. Het probleem van de IDP's echter nog niet,
omdat het een heel hardnekkig probleem is. Na de aardbeving zijn
veel huizen verwoest en zochten de mensen steun bij elkaar. Ze zijn
samengekomen op alle grote open plekken in Haïti: in parken, in de
tuin van het huis van de president en ga zo maar door. Waar je ook
rijdt, overal kom je tenten tegen van de vluchtelingen. Na de
aardbeving woonden 1,3 miljoen mensen in deze kampen, nu zijn dit
er nog ruim 500.000. Nog steeds erg veel, maar er is dus gelukkig
wel grote vooruitgang geboekt. Het herhuisvesten van mensen is
echter een complex probleem: hun huizen zijn ingestort of al
ingenomen door anderen. De meeste Haïtianen hebben geen werk (er is
meer dan 80 procent werkloosheid) en daardoor hebben ze geen geld
om zelf huizen te bouwen. Sommigen hadden het voor de aardbeving al
zwaar en hebben nu veel baat bij de voorzieningen in de kampen: er
is eten, onderwijs en water. Zaken die thuis niet per se aanwezig
waren. Om het probleem met de vluchtelingen op te lossen, heeft de
overheid besloten dat ze voortaan geen zaken als voedsel, onderwijs
en water meer zal uitdelen, zodat mensen vanzelf zullen vertrekken
uit de kampen.
Op papier klinkt dit als de enige oplossing. Tot we in een kamp aankomen, waar we een kliniek bezoeken die allerlei voorzieningen biedt. Er is eten, er is een arts, er wordt ORS uitgedeeld - cruciaal in de bestrijding van cholera en diarree. Daarnaast behandelt de kliniek ondervoede kinderen met Plumpy'nut (een zeer voedzame notenpasta) en andere aansterkende middelen. En er is een 'baby space' waar vrouwen in een beschermde omgeving borstvoeding kunnen geven en hun baby voor een paar uur kunnen achterlaten bij een oppas, zodat ze op zoek kunnen naar werk of eten.
Buiten de kliniek staan politie-agenten van de VN-vredesmissie. Omdat er zoveel seksueel geweld in de kampen is, is de politie zeven dagen per week, 24 uur per dag aanwezig en op patrouille. Ze vertellen ons zelfs dat als ze een uur niet patrouilleren, er binnen dat uur een verkrachtig plaatsvindt. Vrouwen in deze kampen zijn echt heel kwetsbaar. Reden genoeg om maatregelen te nemen: meer licht in de kampen, wc's verspreid door het kamp, veilige ruimten voor borstvoeding en politiesurveillanten zijn enkele praktische voorbeelden van effectieve maatregelen.
En als je dit allemaal hoort, ziet en leest… dan vraag je je af of het wel echt zo'n verstandige oplossing is om al deze services te stoppen om zo ervoor te zorgen dat mensen de kampen verlaten.
Dag 5 - donderdag 15 december: en wat vinden we er nu eigenlijk van?
Vandaag staat in het teken van de terugvlucht.
Tijdens zo'n lange vlucht is er tijd genoeg om onze indrukken te
bespreken. Conclusie is dat de aardbeving verschrikkelijke gevolgen
heeft gehad. Dat hoor en zie je aan alles. Onze contactpersoon
Mariana werkte in Haïti voor, tijdens en na de aardbeving. Zij
heeft ook twee vrienden verloren en vier maanden in tenten geleefd,
simpelweg omdat ze niet terug durfde te gaan naar huis. Zulke
persoonlijke verhalen zijn heel indrukwekkend en gaan je eigen
beleveniswereld te boven. Gelukkig zijn er wel veel tekenen van
wederopbouw, al gaat die langzaam. Huizen worden gebouwd -
letterlijk steen voor steen. Lokale organisaties zijn in staat om
zelf hulp te bieden. En er zijn al 1,1 miljoen mensen
weggetrokken uit de kampen… nu de overige 500.000 nog.
UNICEF zal in 2012 werken aan de overgang van noodhulp naar langdurige ontwikkeling. Want dat is zeker nodig om het aardbevingsgevoelige Haïti voldoende veerkracht te geven om een volgende ramp het hoofd te kunnen bieden.
Loet Zagt (9) voerde actie voor Haïti
De 9-jarige
Loet Zagt uit Bunnik heeft actie gevoerd voor de kinderen in Haïti.
Samen met zijn klasgenoten haalde hij met een leesmarathon 5.815
euro op. Loet zou samen met UNICEF het geld naar Haïti brengen,
maar uit veiligheidsoverwegingen ging dat helaas niet door.
UNICEF-medewerkers Lotte van 't End en Gemma
Bennink hebben de cheque daarom meegenomen op hun reis
naar Haïti. Loet en zijn klasgenoten konden de overhandiging van de
cheque volgen via een Skype-verbinding en Lotte heeft
bovendien in de klas van Loet verteld over haar
reis. Zo konden alle kinderen met eigen ogen zien hoe het nu
gaat met hun leeftijdgenootjes in Haïti.




