Noodhulp

  • RSS - Nieuws
  • Twitter
  • Facebook
  • Hyves
  • Stuur door

Noodsituaties hebben een groot effect op kinderlevens.  Natuurrampen en conflicten zorgen jaarlijks in veel landen voor grote chaos met grote humanitaire consequenties.

Conflicten en rampen hebben ook een langdurige, negatieve uitwerking op kinderen. Kinderen raken soms hun huis en familie kwijt, raken ondervoed en worden ziek, kunnen vaak niet meer naar school en staan bloot aan fysiek en psychisch geweld. Het bijstaan van kinderen in noodsituaties is een kerntaak van UNICEF.

Enkele feiten:

  • In 2011 hebben 302 natuurrampen plaatsgevonden waarbij 29.000 mensen zijn gedood en 206 miljoen mensen getroffen.
  • Het aantal rampen is in de afgelopen 20 jaar verdubbeld van 200 naar 400 per jaar. Het aantal overstromingen is zelfs verviervoudigd.
  • Onstabiele situaties zorgen voor de helft van de sterfgevallen bij kinderen onder de 5 jaar. Ze zijn ook verantwoordelijk voor het feit dat meer dan de helft van de kinderen die bij rampen zijn betrokken langere tijd niet naar school gaan. Geen van de lage inkomens fragiele staten of landen in conflict zijn op weg om een of meerdere millennium ontwikkelingsdoelen te halen.
  • In het laatste decennium is het aantal mensen getroffen door klimaatgerelateerde rampen verdrievoudigd.

Wat doet UNICEF?

Om goed voorbereid te zijn en de risico's voor kinderen en vrouwen zoveel mogelijk te beperken, werkt UNICEF samen met nationale en lokale overheden en andere partners. UNICEF geeft in noodsituaties directe hulp aan kinderen op het gebied van:

  • Gezondheidszorg: door (tijdelijke) gezondheidscentra op te zetten, medisch personeel te trainen, kinderen in te enten en medicijnen uit te delen.
  • Voeding: door (tijdelijke) voedingscentra op te zetten, medisch personeel te trainen, ondervoede kinderen extra voedingssupplementen en voeding te geven en door een systeem op te zetten om ondervoede kinderen te kunnen identificeren.
  • Water, sanitaire voorzieningen en hygiëne: door voor schoon drinkwater te zorgen, (tijdelijke) sanitaire voorzieningen te bouwen en hygiëne te promoten.
  • Hiv en aids: door hiv-tests uit te voeren, voorzieningen op te zetten en medicijnen uit te delen.
  • Kinderbescherming: door plekken te creëren waar kinderen kunnen worden opgevangen en geregistreerd (als ze hun ouders of verzorgers kwijt zijn), waar ze begeleiding krijgen en - indien nodig - psychosociale zorg.
  • Onderwijs: door (tijdelijke) scholen te bouwen, leraren te trainen en onderwijsmateriaal uit te delen.

Ook is UNICEF zeer actief in het coördineren van noodhulp. Als onderdeel van de Verenigde Naties coördineert UNICEF in noodsituaties hulp op het gebied van voeding, water, sanitaire voorzieningen en hygiëne, kinderbescherming en onderwijs.

Enkele voorbeelden van noodhulp in 2011, waarbij UNICEF Nederland betrokken was:

  • Overstromingen in Benin hebben ervoor gezorgd dat grote delen onder water stonden. UNICEF heeft geholpen op het gebied van onder andere water en sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg.
  • Als gevolg van sociale onrusten heeft UNICEF in Jemen gezorgd dat ontheemde kinderen onder andere psychosociale hulp ontvingen.
  • In Libië heeft UNICEF gezorgd voor de bescherming van kinderen en dat kinderen snel weer kind konden zijn door bijvoorbeeld onderwijs aan te bieden.
  • Cycloon Giri heeft in het westen van Myanmar grote schade aangericht. UNICEF heeft de lokale bevolking geholpen.

Wat hebben we bereikt?

UNICEF heeft in 2011 aan 292 humanitaire situaties meegewerkt in 80 landen waarvan 165 humanitaire situaties in Sub Sahara Afrika. Daarbij zijn onder andere de volgende resultaten bereikt:

  • Meer dan 1,8 miljoen ernstig ondervoede kinderen onder de 5 jaar oud zijn behandeld.
  • 52,3 miljoen kinderen tussen de 6 maanden en 15 jaar zijn ingeënt tegen mazelen.
  • 2,6 miljoen families ontvingen twee muggennetten.
  • 18,5 miljoen mensen kregen toegang tot veilig drinkwater.
  • 4,9 miljoen mensen kregen toegang tot een toilet.
  • 8,8 miljoen schoolgaande kinderen en adolescenten konden formeel en niet-formeel onderwijs volgen.
  • Meer dan 10,2 miljoen kinderen hebben in 2011 toegang tot water en sanitaire voorzieningen op school gekregen.
  • 835.000 zwangere vrouwen hebben toegang tot hiv en aids preventie, zorg en behandeling.
  • Meer dan 2 miljoen kinderen hebben toegang gekregen tot veilig plek in de gemeenschap om te spelen en te leren.
  • Meer dan 11.600 kinderen die aangesloten waren bij gewapende groepen zijn herenigd met hun families en gemeenschap.

Samenwerkende Hulporganisaties (SHO)

In Nederland vormt UNICEF samen met andere hulporganisaties de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO). Deze organisaties kunnen bij grote rampen besluiten om gezamenlijk actie te voeren. UNICEF is tot medio 2013 actiecoördinator van de SHO.

Deelnemers van de SHO zijn: ICCO & Kerk in Actie, Cordaid Mensen in Nood, Nederlandse Rode Kruis, Oxfam Novib, World Vision, Tear, Save the Children, Terre des Hommes en UNICEF Nederland.


UNICEF steunen?

UNICEF Nederland ondersteunt momenteel noodhulpprojecten in onder andere Syrië, Mali, Tsjaad, Zuid-Sudan, DR Congo, Haïti en de bezette Palestijnse Gebieden. Wilt u rechtstreeks bijdragen aan noodhulpprogramma's van UNICEF? Maak dan uw gift over op giro 2768 ten name van UNICEF Nederland te Voorburg onder vermelding van code 530228. Natuurlijk kunt u ook doneren aan UNICEF zonder een specifiek thema te kiezen. U kunt uw bijdrage storten op giro 121. Hiermee steunt u al het werk van UNICEF.

Kinderen in noodsituaties

Boekje over werkwijze van UNICEF in noodsituaties

UNICEF heeft in het boekje 'Core Commitments for Children in Emergencies' vastgelegd hoe zij te werk gaat in noodsituaties. De hulp is verdeeld in clusters, zoals die voor water, sanitaire voorzieningen en hygiëne en onderwijs. Ook wordt uitgelegd wat UNICEF doet in de eerste zes tot acht weken na een noodsituatie en wat er in de eerste fase van de wederopbouw wordt gedaan.

Jan Bouke Wijbrandi bezocht vluchtelingenkamp Za'atari (15 oktober 2012)