Kinderrechtenverdrag
Het Verdrag voor de Rechten van het Kind, ook wel genoemd het 'Kinderrechtenverdrag', vormt de basis van het onderzoek. Onderzocht wordt in hoeverre de situatie op de eilanden overeenkomt met de eisen uit het verdrag.
Het Verdrag voor de Rechten van het Kind telt in totaal 54 artikelen. Deze artikelen omschrijven de rechten van kinderen. Zo staat er in de artikelen bijvoorbeeld dat kinderen recht hebben op onderwijs, gezondheidszorg, en een veilige plek om te wonen en te spelen. Maar ook dat ze recht hebben op bescherming tegen mishandeling, kinderarbeid, de gevolgen van oorlog en seksuele uitbuiting. Het verdrag omvat kortom alle terreinen waarop het leven van een kind zich afspeelt.
De eilanden en het verdrag
Internationale verdragen worden getekend en onderhandeld door het Koninkrijk der Nederlanden, in overleg met de landen van het Koninkrijk. Daarna moeten de landen van het Koninkrijk de verdragen zelf (stilzwijgend of uitdrukkelijk) ratificeren.
Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba hebben het Kinderrechtenverdrag geratificeerd op respectievelijk 8 maart 1995, 16 januari 1998 en 17 januari 2001. Voor Curaçao en Sint Maarten blijven de verdragen gelden die eerst voor de Nederlandse Antillen golden.
De regeringen van Curaçao, Sint Maarten en Aruba zijn verantwoordelijk voor de implementatie van het Kinderrechtenverdrag in hun land.
Bonaire, Sint Eustatius en Saba horen nu als bijzondere gemeenten bij Nederland. Daarom is de Nederlandse regering verantwoordelijk voor het naleven van de kinderrechten op deze drie eilanden.
Voorbehouden op het verdrag
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft drie voorbehouden gemaakt bij het Kinderrechtenverdrag. In tegenstelling tot het verdrag wil het Koninkrijk:
- kinderen geen zelfstandig recht geven op sociale verzekering;
- lichte delicten van kinderen kunnen afdoen zonder raadsman en hoger beroep en
- het volwassenenstrafrecht kunnen toepassen op kinderen van 16 en 17 jaar.
Protocollen bij het verdrag
Het Facultatieve Protocol over de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie is door Nederland geratificeerd op 23 augustus 2005 en door Aruba op 17 oktober 2006. Dit protocol moet nog ratificeerd worden door Curaçao en Sint Maarten. Het Facultatieve Protocol over de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten is op 24 september 2009 geratificeerd door Nederland, maar is nog niet geratificeerd door Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Rapportage over het verdrag
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft in 2007 voor het laatst gerapporteerd aan het VN-Comité. In 2012 zal het Koninkrijk weer rapporteren. In haar reactie op de laatste rapportage van het Koninkrijk heeft het VN-Comité verschillende aanbevelingen gedaan ter verbetering van de kinderrechtensituatie op de eilanden.

Downloads (Engelstalig)
- Rapportage Nederland, Aruba en Nederlandse Antillen aan VN- Comité (2007)
- NGO Rapport Nederlandse Antillen (2008)
- Aanbevelingen Comité m.b.t. het Kinderrechtenverdrag (2009)
- NGO rapportage Nederlandse Antillen Facultatief Protocol Verkoop van Kinderen, Kinderprostitutie en Kinderpornografie (2008)
- Aanbevelingen Comité m.b.t. Facultatief Protocol Verkoop van Kinderen, Kinderprostitutie en Kinderpornografie (2009)





