Het Verdrag voor de Rechten van het Kind
Op 20 november 1989 werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het Verdrag voor de Rechten van het Kind aangenomen. Op dit moment hebben 193 landen het verdrag geratificeerd. Alleen de Verenigde Staten en Somalië hebben het verdrag (nog) niet geratificeerd, maar wel getekend.
Het Verdrag voor de Rechten van het
Kind telt in totaal 54 artikelen. Deze artikelen omschrijven de
rechten van kinderen. Zo staat er in de artikelen bijvoorbeeld
dat kinderen recht hebben op onderwijs, gezondheidszorg, en een
veilige plek om te wonen en te spelen. Maar ook dat ze recht
hebben op bescherming tegen mishandeling, kinderarbeid, de gevolgen
van oorlog en seksuele uitbuiting. Het verdrag omvat kortom
alle terreinen waarop het leven van een kind zich afspeelt.
Het Kinderrechtenverdrag is juridisch bindend
Het Kinderrechtenverdrag - zoals we het verdrag in het kort noemen - is juridisch bindend, wat betekent dat de landen die het geratificeerd hebben verplicht zijn om zich aan het verdrag te houden. Zo ook Nederland. Het VN-Comité voor de Rechten van het Kind controleert of de lidstaten deze verplichting nakomen.
Verantwoording aan VN-Comité
Nederland heeft zich sinds 1995 gebonden aan het Verdrag voor de Rechten van het Kind. In 1997 moest Nederland voor het eerst rapporteren aan het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind over de werking van het verdrag in Nederland. Sinds dat jaar rapporteert Nederland iedere vijf jaar aan het VN-Comité. Het comité ontvangt naast het rapport van de regering ook iedere vijf jaar een rapportage van het Kinderrechtencollectief, een coalitie van organisaties die zich in Nederland bezighouden met kinderrechten. UNICEF speelt daarin een actieve rol.
Aanvullende protocollen
Na twaalf jaar werd het Verdrag voor de Rechten van het Kind uitgebreid. Op 25 mei 2000 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties twee facultatieve protocollen aan. De eerste is het protocol om kinderen te beschermen in gewapende conflicten, de tweede is het protocol om kinderen te beschermen die worden verhandeld en geëxploiteerd. Beide protocollen zijn door meer dan 140 landen geratificeerd, waaronder ook Nederland.




